Televisie: ‘De kijk van Koolhoven’

Huisvredebreuk

De nieuwe VPRO-serie van cineast Martin Koolhoven neemt de kijker mee door de wereld van cinema. ‘Door zijn hartstocht wordt duidelijk dat cinema zoveel meer kan zijn dan dodelijk saaie “arthouse” of vormfilms gebaseerd op algoritmen en het rinkelen van de kassa.’

Het eerste serieuze filmprogramma in lange tijd op de Nederlandse televisie ondermijnt gevestigde denkbeelden op een prettige manier. Om een voorbeeld te geven: ooit van een ‘huisvredebreuk-film’ gehoord? In het Engels: home invasion movie. Bijna terloops hoort de kijker naar De kijk van Koolhoven dat er zulke films bestaan, dat ze een genre vormen.

Volgens de omroep neemt de serie de vorm aan van een reeks ‘filmcolleges’, maar dan met het accent op ‘de genrefilm’. ‘Professor’ van dienst is Martin Koolhoven, regisseur van Oorlogswinter (2008) en de recente reli-western – nu we toch met genres bezig zijn – Brimstone.

Behalve als cineast staat Koolhoven ook bekend als filmfan. Wie zijn maandelijkse double bill-avonden in Filmmuseum EYE bijwoont, getiteld Cinema Egzotik en mede-gepresenteerd door programmeur Ronald Simons, weet hoe enthousiast hij kan praten over de ‘genrefilms’ die er draaien.

De vraag is evenwel of zijn praatjes over cinema meerwaarde hebben – dat moet De kijk van Koolhoven duidelijk maken. Zo bezien moet de productie van de serie een risico geweest zijn voor de VPRO. Van meet af aan is duidelijk dat we het niet gaan hebben over het Italiaans neorealisme, de Franse nouvelle vague of de transcendentale cinema van Dreyer, Bresson en Ozu. Nee, in het gezelschap van Koolhoven zijn we kniediep in de wereld van Castellari, Corbucci, Billy Zane en James Cameron. Nog nooit van gehoord? Daar zijn deze filmcolleges voor.

Mooi is de gelikte vorm van de afleveringen. Al pratende wordt Koolhoven geprojecteerd in de scènes die hij analyseert zonder dat we afglijden in kitsch. Het tempo is prettig hoog, hoewel hier en daar trage momenten voorkomen wanneer voorbeeldstukjes iets te lang duren.

De focus is op populaire films die desalniettemin voor veel kijkers onbekend zullen zijn. Dat het bespreken van soorten films een problematische benadering is, blijkt meteen al in een aflevering over ‘water en boten’. Is dat een ‘genre’? Andere afleveringen van de zesdelige serie hebben als thema spaghettiwestern, film-noir, Euro-horror, de postapocalyptische film en erotica. Toch wordt in ieder geval uit de twee afleveringen die voor de start van de serie beschikbaar werden gesteld de winst duidelijk van de wijze waarop Koolhoven losjes, zeg maar gerust wild, manoeuvreert over de grenzen van klassieke vormen heen (thriller, western, porno, avonturenverhaal).

Neem de ‘huisvredebreuk-film’. Wie hierbij meteen denkt aan het meesterwerk Funny Games (1997) van Michael Haneke, de beste Europese cineast van zijn generatie, zit ernaast. Met de precisie van een filmwetenschapper bespreekt Koolhoven Dead Calm (1989) van de Australiër Phillip Noyce.

Voor wie de film niet kent, opent Koolhoven de ogen (‘Hier zien we uitstekende, technische acteursregie’). Voor meer geoefende kijkers is de reactie: maar natuurlijk! Dead Calm ís een schitterend gemaakte, compacte thriller. Het verhaal speelt zich af op een zeiljacht. Nicole Kidman en Sam Neill, een stelletje, varen wat rond wanneer ze een drenkeling, afkomstig van een ander schip waar er blijkbaar iets ergs is gebeurd, uit het water halen, waarmee de huisvredebreuk een feit is. Want deze man, Billy Zane, is een psychopaat.

Nog fijner gaat Koolhoven te werk wanneer hij zijn talent voor beeldtekstverklaring loslaat op de sleutelscène van Steven Spielbergs grote meesterwerk Jaws (1975). Die rode zwembroek van het kind op het strand, die gaat terugkeren, legt Koolhoven uit, zo stuurt Spielberg onze blik. En de zoom dolly op het moment dat Chief Brody de haai in het water ziet, vervolgt hij, weet je hoe moeilijk dát te filmen is? Geeft niet, snel door, bijvoorbeeld naar de verdrinkingsdood van Lindsey in The Abyss (1989), James Camerons onderwaterfilm. Waarna een even geniale close-reading van de betreffende scène volgt.

Minder volledig is Koolhoven als het gaat om zijn favoriete genre: de spaghettiwestern. Voorbeeldscènes uit het werk van Sergio Leone zijn fijn om naar te kijken, maar soms missen ze de accurate blik die we in de aflevering over water en boten wel zagen. Koolhoven zegt iets te weinig over de politieke betekenissen van de spaghettiwestern. Anti-establishment-thema’s in veel van deze films waren juist een belangrijke reden waarom ze in de jaren zestig en zeventig in Italië, maar ook over de hele wereld, populair waren.

Aan de andere kant: Koolhovens liefde voor de spaghettiwestern is behalve aanstekelijk ook terecht. Deze films zijn onverminderd subversief, niet alleen wat betreft de politieke boodschap, ook simpelweg qua vorm. Ze herinneren ons aan een tijd toen ‘wilde films’ eerder regel dan uitzondering waren, toen je een western kon maken waarin een paard met een cowboy gaat boksen, en niemand die dat raar vond (Koolhoven illustreert dit met een schitterende scène).

De kijk van Koolhoven is een belangrijk programma, omdat de presentator zélf huisvredebreuk pleegt. Met de serie dwingt Koolhoven het gesprek over cinema – in de huiskamer, misschien zelfs in vergaderzalen in het land waar onze eigen filmcultuur gestalte krijgt – in een nieuwe richting. Door zijn hartstocht wordt duidelijk dat cinema zoveel meer kan zijn dan dodelijk saaie ‘arthouse’ of vormfilms gebaseerd op algoritmen en het rinkelen van de kassa.


De kijk van Koolhoven is vanaf 5 oktober te zien op NPO3.