Menno Hurenkamp

Huiswerk voor minister De Graaf

Stel dat je de paar regels in het regeer akkoord over bestuurlijke vernieuwing ongeïnspireerd vindt. Die kans is — los van je politieke opvattingen — ongeveer honderd procent. Dan kun je eens in Engeland kijken wat de Labourpartij van plan is. Hoe Tony Blair zijn land in de oorlog met Irak betrok was op z’n zachtst gezegd niet netjes. Ondertussen maakt zijn partij van de vernieuwing van de publieke dienstverlening wel werk. Labour wil lokale gemeenschappen controle over hun scholen, ziekenhuizen, arbeidsbureaus, parken, politiebureaus en bibliotheken geven. Dus niet advies vragen in een zoveelste forum of panel, maar: de macht geven over en het eigendom van algemene voorzieningen. Burgers kiezen het schoolbestuur, of worden aandeelhouder van de dokterspraktijk in hun buurt. De overheid zorgt voor scholing en geld, hoe de burgers hun nieuwe macht precies invullen moeten ze per wijk of buurt zelf uitzoeken. De achterliggende gedachte is dat je alleen via kleine gemeenschappen als stadswijken of buurten armoede, achterstand en uitsluiting te lijf kunt. (CDA, may we have your votes?) Om die gemeenschappen naar behoren te laten functioneren, moet je ze volgens de Engelse socialisten een democratische taak geven. (Hello, D66, your votes please?)

Het pamflet Communities in Control (Fabian Society) geeft een paar aansprekende voorbeelden uit Engeland en Amerika. De bekende kritiek op dit soort initiatieven is dat moderne mensen helemaal niet nog meer willen kiezen en zeker niet nog meer vergaderen, maar dat ze goed geholpen willen worden. De voorbeelden illustreren dat deze kritiek doel mist: waar de betrokkenheid en invloed van buurtbewoners bij gezondheidscentra groot is, is de dienstverlening meetbaar beter. Het is een bekende wetmatigheid: mensen stemmen of bemoeien zich ergens mee als ze inschatten dat ze er iets aan hebben. Ze zien dat het europarlement, waterschap of de ondernemingsraad niets voor hen kan betekenen, en besparen zich de moeite.

Je kunt nog veel meer commentaar verzinnen op de plannen uit Engeland: op de rol van de staat, die in deze opvatting van zijn burgers eist dat ze betrokken zijn, of over de vraag of burgers zich met de opsporing van misdaad moeten bemoeien. Je kunt cynisch stellen dat de instellingen eerst door bezuinigingen naar de knoppen zijn geholpen en dat de gebruikers ze vervolgens mogen hebben. Dat in Engeland particuliere scholen en ziekenhuizen zich wel weer aan de dans onttrekken, of dat het maar beloften zijn. Maar interessanter is dat een regeringspartij van een toonaangevend buurland een redelijk gearticuleerde poging onderneemt om te definiëren wat het publieke domein is en wat de rol van gewone burgers daarin is. Het kan dus wél.

Men constateert: het botert niet tussen burgers en politiek? Oké. Zonder te bazelen over normen en waarden, de grondwet, de gekozen burgemeester, globalisering of een duizendste geinig experimentje met internet te starten wordt in Engeland onderzocht hoe je de cultuur van de democratie praktisch kunt veranderen. Niks introverte wartaal over semi-permeabele en regionale Tweede-Kamerverkiezingen, maar het openstellen van de instituten waar iedereen belang bij heeft voor zijn opleiding, huis en gezondheid. Zo worden dagelijkse zorgen inzet van de democratie, in plaats van de democratie niemand een zorg.