H.J.A. Hofland

Hulp voor Bush

Het opblazen van het VN-kantoor in Bagdad heeft twee conclusies opgeleverd: er zijn nog meer terroristen dan in Washington was verwacht, en er zijn te weinig troepen. Dus als er meer soldaten verschijnen, vermindert het aantal terroristen. De komende maanden zal worden geprobeerd deze stelling te bewijzen. Nu zijn er tegen de 140.000 Amerikanen en 30.000 van de coalitieleden. De vraag is hoeveel er bij moeten. Senator McCain, Republikein, denkt dat je met 18.000 een eind komt. Collega Biden, Democraat, zegt: 40.000 tot 60.000. Deskundige James Dobbins, die speciaal gezant in Afghanistan is geweest, schat 300.000 tot 500.000 man. We rekenen met ruime marges.

Binnenkort zal de Amerikaanse regering openlijk ontdekken dat de kosten van het complex Irak niet meer vallen te dragen. Opzichtige proefballonnen zijn al opgelaten. Over theorieën dat de Amerikanen van Mars en de Europeanen van Venus zijn, respectievelijk de koks en de afwassers, horen we niets meer. Dan gaat het gebeuren: president Bush vraagt officieel om hulp. In Washington wordt gewerkt aan een resolutie, in te dienen in de Veiligheidsraad, waarin andere landen wordt gevraagd troepen te leveren. Kofi Annan heeft al verklaard dat van het sturen van blauwhelmen geen sprake kan zijn. Bijstand, met de zegen van de Veiligheidsraad, zal door ieder land afzonderlijk onder nationale vlag worden gegeven. En er is een voorwaarde waaronder Washington bereid is de hulp te aanvaarden: de versterkingen moeten zich onder de Amerikaanse opperbevelhebber scharen. Dit is de commander in chief, de president zelf. Het komt dicht in de buurt van de absolute gotspe. En het lijkt me de doorslaggevende reden om aan dit verzoek geen gevolg te geven.

Niet dat de vrienden van Amerika de ramp in ontwikkeling onderschatten. Maar voor we de Amerikanen kunnen helpen, moet hun regering duidelijk erkennen wat de diepste oorzaak is. Bush, Cheney, Rumsfeld, Rice en de briljante Wolfowitz moeten dit inzicht duidelijk formuleren, dan laten weten welk alternatief ze zich voorstellen en een geloofwaardig begin maken met dienovereenkomstig handelen. Dat kan het vertrouwen geven op grond waarvan Amerika’s vrienden kunnen zeggen: ja, dat verandert de zaak.

De diepste oorzaak, zo zullen Bush en de zijnen argumenteren, ligt bij de terroristen die de Amerikanen haten omdat ze het Iraakse volk hebben bevrijd. Nee. Het gaat nu om het vervolg op de bevrijding. Het begint met de grenzeloze zelfoverschatting van de neoconservatieven, die geloofden, en waarschijnlijk nog geloven dat met behulp van de beste wapens uit de geschiedenis een natie met een ingewikkelde bevolking, een snel tot vijandigheid geneigde godsdienst, een achtergebleven infrastructuur, na tientallen jaren van dictatuur, bovendien in een het Westen vijandig gezinde regio de zogenaamde moderniteit in kan worden geramd. Stompzinnig getheoretiseer over de overeenkomst tussen Duitsland 1945 en Irak 2003. Eerst oorlog, dan komt de rest van het grand design vanzelf. Dat, in het kort, dachten ze in Washington.

Een vergissing. Om eens een voorstander van de oorlog, Thomas Friedman, te citeren (in de Tribune van 25 augustus): de oorzaak van de crisis na de oorlog is «de volslagen incompetentie van het Pentagon. We hebben in Irak niet eens genoeg tolken. De voorlichting is zo slecht dat we beter advertentieruimte op Al-Jazeera kunnen huren. We denken dat we die oorlog kunnen voeren en tegelijkertijd de belastingen verlagen en in benzine slurpende auto’s kunnen rijden die ons nog afhankelijker maken van de olie uit de regio, en dan ook nog onze vrienden van ons vervreemden.» Zo hoor je het eens van een ander. Friedman: «Om te winnen hebben we een Amerikaans publiek en bondgenoten nodig die bereid zijn de prijs te betalen. Maar we hebben een president die niet bereid of in staat is dat duidelijk te maken.»

Tot zo ver Friedmans kant van het front. Wat zien de volken in het Midden-Oosten van dit alles? De vreugde over het verdwijnen van Saddam Hoessein is intussen ruimschoots verwerkt. Ze kijken naar Al-Jazeera. Ze zien chaos waartegen de hypermacht van de shock and awe kennelijk niets weet te ondernemen en nu hulp vraagt. Ze zijn sowieso op de hand van de Palestijnen. Ze zien de routekaart naar de vrede in het volgende historische vodje papier veranderen. Ze zien hoe Hyperbush zich niet voor de eerste keer door Ariel Sharon als een bediende laat behandelen. En dat de wereld leider daar niets tegen onderneemt, maar op zijn boerderij in Texas of in de Rose Garden zijn voorgebakken vroomheden in de microfoon blijft stuwen. De kern van dit zorgwekkende geheel is de president zelf. Hij is het sluitstuk van een uitvoerende macht die handelt op de grondslag van het neoconservatisme. Dat is de nieuwste versie van de filosofie der uitverkorenheid, zich nu bewijzend in alle mogelijke zelf overschatting.

De bevrijders, tot bezetters geworden, kunnen niet terug. Kenmerkend: in het vertrouwen op hun verpletterende succes hebben ze nooit aan een exit strategy gedacht, maar in plaats daarvan vier maanden geleden de over winning uitgeroepen. En hoe. Nu de volgende fase. Om de fundamentele fout te compenseren, zullen meer troepen worden gestuurd, tot er misschien een half miljoen zijn, ook zonder uitgang. De gotspe bestaat hierin dat degenen die dit allemaal hebben bedacht nu van hun versmade vrienden vragen dat ze aan de voortzetting van de mislukking medeplichtig zullen worden.

Helpen kan wel, maar dan moet de kern van de Amerikaanse politiek veranderen. Niet meer praten over de As van het Kwaad, maar tienduizend loodgieters en elektriciens naar Bagdad sturen. Een eind maken aan de moordpartijen in Israël en Palestina. Niet meer denken dat de wereld met shock and awe kan worden bestuurd, geen grand design, maar beseffen dat de rest prijs stelt op de onlangs irrelevant verklaarde Verenigde Naties.

Is president Bush daartoe in staat? Laat zijn neoconservatieve omgeving zo’n revolutie toe? Nee. Niet zelfstandig. Ook daarvoor is buitenlandse hulp nodig. Europa moet helpen, ook door een alternatief voor de neoconservatieve megafantasie te ontwerpen. Als premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer in Washington zijn, kunnen ze het nieuwe debat openen. In twee uur kun je heel wat zeggen.