In Den Haag

Hulphelptwel.nl

De PVV en de VVD zien weinig in ontwikkelingssamenwerking. Zij begrijpen niet dat hulp aan de Derde Wereld ook een westers eigenbelang is.

DOOR HET RUMOER over woorden als extreem-rechts en racistisch, de ergernis over de aanvankelijke weigering van premier Jan Peter Balkenende en vice-premier Wouter Bos om aanwezig te zijn bij het debat over de verhoging van de AOW-leeftijd en de vele aandacht voor het toekennen van zendtijd aan het aan GeenStijl.nl gelieerde Powned door minister Ronald Plasterk van Cultuur zou je bijna vergeten dat op het Binnenhof ook nog de begrotingen van de afzonderlijke ministeries worden besproken.
Zo was vorige week onder meer die van Ontwikkelingssamenwerking aan de beurt. Na ruim acht uur vergaderen kon PVDA-minister Bert Koenders concluderen dat zijn voorstellen zo goed als ongeschonden het debat hadden doorstaan. Niks aan de hand, zou je denken. Maar dat is schijn. De wereld van de ontwikkelingssamenwerking is juist erg onrustig. Dat er nu een website hulphelptwel.nl is, waarop iedereen die het met deze stelling eens is zijn handtekening kan zetten, is dan ook geen toeval.
In de Tweede Kamer zijn het de PVV en de VVD die weinig heil zien in ontwikkelingssamenwerking, de PVV zelfs zo weinig dat ze niet eens kwam opdagen tijdens het debat. VVD-leider Rutte maakte bij de Algemene Beschouwingen al duidelijk hoe zijn partij erover denkt: eenderde van het geld voor ontwikkelingssamenwerking is goed besteed, eenderde is ronduit schadelijk en het resterende deel maakt geen verschil. Zijn fractiespecialist, Arend Jan Boekestijn, schept er steeds weer een genoegen in voorstanders van ontwikkelingssamenwerking te stangen. Vorige week haalde hij het moral hazard van stal. Onze hulp maakt dat zij roekeloos en lui worden, is kort samengevat zijn theorie. Daarvoor moeten wij ons diep schamen, vindt hij.
Boekestijn kreeg de volle laag van GroenLinks-collega Kees Vendrik. Niet dat hij beweerde dat alle hulp helpt. Met enkele kernwoorden zette Vendrik de redenen neer waarom een paar decennia ontwikkelingssamenwerking te weinig zoden aan de dijk heeft gezet en hij noemde de VVD daar medeverantwoordelijk voor: gebonden hulp, geopolitieke belangen, elk land hetzelfde recept, oneerlijke handelspraktijken. ‘Dat is de schande die wij vandaag bespreken.’
De zoektocht naar wat dan wél helpt schept in hulpland zo mogelijk nog meer onrust dan Boekestijns theorietjes van de week, zoals Koenders de VVD-aanvallen inmiddels noemt.
Moet de samenwerking minder via ngo’s als Cordaid en Oxfam Novib en meer via multilaterale organisaties als de Wereldbank? Kan ambassadepersoneel lokale initiatieven beoordelen of mist dat personeel de daarvoor benodigde kennis? Leidt de gedwongen samenwerking tussen ngo’s tot onnodige administratieve rompslomp of juist tot meer effectiviteit? Gaan vredesmissies straks deels op kosten van ontwikkelingssamenwerking, omdat vrede en ontwikkeling niet los van elkaar te zien zijn, of blijven de potjes voor defensie en ontwikkelingssamenwerking strikt gescheiden?
De onrust over dit soort vraagstukken wordt nog versterkt door de onzekerheid over de gevolgen van de economische crisis en de klimaatcrisis. De Kamer heeft weliswaar een motie aangenomen waarin staat dat bij de zoektocht van dit kabinet naar 35 miljard euro bezuinigingen er niet getornd mag worden aan de 0,8 procent van het bruto binnenlands product voor ontwikkelingssamenwerking. Maar als de economie de komende jaren niet of gering groeit, zal het budget netto lager zijn dan aanvankelijk voor de langere termijn was geraamd. In 2010 is het als gevolg van de economische crisis al ongeveer zeshonderd miljoen oftewel elf procent lager dan was voorzien. Bovendien is het onzeker of er niet toch een konijn uit de hoge hoed zal worden getoverd door de ambtelijke commissie die dit terrein bij de zoektocht naar de miljarden op zijn bordje heeft gekregen.
SP en GroenLinks hebben overigens een voorstel gedaan dat meer geld kan opleveren voor ontwikkelingslanden dan de hulpbedragen die zij ontvangen en dat bovendien ook deel kan uitmaken van het antwoord op de vraag welke ‘hulp’ effectief is: het tegengaan van belastingontduiking door multinationals. Volgens een Noors rapport ging er in 2006 op die manier tien keer zo veel geld deze landen uit als er via ontwikkelingshulp binnenkwam.
Waar op dit moment echter het meest voor wordt gevreesd zijn de klimaatkosten. Internationaal is berekend dat ontwikkelingslanden tot 2050 jaarlijks honderd miljard euro nodig hebben om de gevolgen van de klimaatverandering te kunnen opvangen. Als het al lukt om in december op de klimaattop in Kopenhagen over de verdeling hiervan afspraken te maken, is de volgende angst dat westerse landen dat geld zullen halen uit het potje voor ontwikkelingssamenwerking. Het Nederlandse kabinet heeft beloofd dat niet te zullen doen. Maar als de rest het wel doet, zou dat cynisch gezegd tot gevolg hebben dat een arm land wel een dijk krijgt, maar dat achter die dijk de mensen doodgaan van honger of aan aids.
Zijn wij, het Westen, verantwoordelijk voor die klimaatkosten? Gezien onze levensstijl: ja. René Grotenhuis, directeur van Cordaid, spreekt in zijn pas verschenen boek Over grenzen heen zelfs van economische apartheid als het Westen zijn levensstijl niet duurzamer maakt. Als het Westen op deze grote voet blijft leven dwingt het de bevolking van derdewereldlanden met een minimaal bestaan genoegen te nemen. Hij vindt dat moreel en ethisch onacceptabel.
Wie niet houdt van morele praatjes of bang is voor moral hazard, is misschien op een andere manier te overtuigen van de noodzaak van effectieve ontwikkelingssamenwerking en een eerlijke verdeling van de klimaatkosten: het is verlicht eigenbelang. Want de migratiestromen zullen groot zijn als de welvaart niet eerlijker over de wereld wordt verdeeld en de arme landen zich niet kunnen beschermen tegen klimaatveranderingen.