Media

Human interest

Een paar weken geleden publiceerde een collega van de School voor Journalistiek, Yolan Witterholt, een stuk in Volkskrant Magazine over haar ervaringen met een samengesteld gezin. Daarin vertelt Yolan hoe zij, gescheiden moeder met kinderen, dertien jaar geleden opnieuw verliefd was geworden en ging samenwonen met een man die in dezelfde positie verkeerde.

Daarmee kregen ze een zogenaamd samengesteld gezin. Dat is niet eenvoudig. Yolan vertelt daar eerlijk over. Hoe de kinderen soms in de weg zaten. Hoe dat botst met de heersende (ook eigen) moraal van het kids first. Hoe de drang van het lichaam oftewel de verliefdheid het won van de beheersing van de geest. Maar ook van de conflicten die een en ander met zich meebracht. Hoe je bijvoorbeeld met argusogen kijkt of de ander zijn kinderen niet voortrekt terwijl jijzelf… Vandaar tot slot: hoe zoiets vaak fout gaat maar in dit geval toch goed kwam. Yolan schreef over dezelfde problematiek recentelijk Handboek voor de moderne stiefmoeder. Haar stuk in de Volkskrant is dus geen alledagje.

De zaken waar de verliefde (stief)moeder Yolan over schrijft kan een ieder zich eenvoudig inbeelden. Ze kunnen jou ook overkomen. Volgens de site van het Nederlands Jeugd Instituut zijn ze in theorie toepasbaar op 184.000 Nederlandse gezinnen. Maar dat zijn officiële cijfers waarin alleen geregi­streerden of anderszins van papiertjes voorziene personen opgenomen zijn. De eigenlijke cijfers liggen veel hoger en komen uit op ongeveer een half miljoen, een vijfde van alle Nederlandse gezinnen. Dat aantal blijft stijgen.

Kortom, stiefoudergezinnen zijn een belangrijke maatschappelijke kwestie zoals er vele zijn. Ze hebben betrekking op uiteenlopende zaken als opvoeding, scholing, eetpatroon, beweging, televisiekijk- of computergebruikgedrag, alcohol, seksualiteit, lichaamsonderhoud, zingeving, gezondheid en nog veel meer. Terecht daarom dat de bladen en kranten er vol van staan en de televisieprogramma’s ervan overlopen, terecht ook dat hierover op internet oeverloos geschreven en gedebatteerd wordt.

Tegelijkertijd valt op dat onze cultuur- en in het bijzonder onze mediabeschouwers voor dit soort journalistiek veelal de neus ophalen. Échte journalistiek is iets anders. Zij gaat over politiek, arbeid, economie, internationale verhoudingen, oorlogen. De rest is… zacht. Ik heb dit begrip, zachte journalistiek of soft news, zelf ook vaak gebruikt, weliswaar niet in de pejoratieve zin zoals meestal gebeurt maar gewoon ter onderscheid van de harde journalistiek van de nieuwsfeiten en de maatschappelijke achtergronden.

Maar hoe meer ik erover nadenk, hoe slechter ik deze term vind. Want zacht staat in dit geval in het dagelijks spraakgebruik welhaast onvermijdelijk tegenover hard zoals slecht staat tegenover goed en onbelangrijk tegenover belangrijk. En dat vind ik niet. Ik zou nog wel verder durven gaan: de journalistiek zoals bedreven door Yolan Witterholt is van het soort waaraan wij eerst en vooral behoefte hebben. Natuurlijk, politiek enz. is en blijft belangrijk, maar in en voor het dagelijks leven van verreweg de meeste mensen is zij van veel minder betekenis dan de berichtgeving over zaken als persoonlijke verhoudingen, lichaamsgewicht, de omgang met een dementerende moeder of de bezigheden in een gepensioneerd leven. Dát zijn de zaken die ons bezighouden, veel meer dan de verspreiding van mosterdgas via een drone, de verkiezing van een onbekende appelflap in Midden-Amerika of het geblunder met de Fyra. Kranten, tijdschriften en televisiemakers weten het en besteden daarom ook zo veel aandacht aan die andere, ‘zachte’ zaken. Wie het niet weten of eigenlijk niet willen weten zijn de onderzoekers. Zij halen er hun neus voor op.

Human interest. Een van de ­eersten, zo niet de eerste die dit begrip nadrukkelijk in verband bracht met de journalistiek was Helen MacGill Hughes. Dat deed ze in een boek uit 1940, getiteld News and the Human Interest Story. Daarin vertelt MacGill, een feministe uit de socio­logenschool van Chicago, hoe de ­jour­nalistiek ­aanvankelijk bracht waaraan een kleine groep mannen behoefte had: politiek en economisch nieuws.

Met de emancipatie van nieuwe groepen ontstonden echter andere behoeften en dus een ander soort journalistiek. De belangstelling én het belang, de dubbele betekenis van het Engelse woord interest, verschoof en met haar veranderde de journalistiek. De kleine groep mannen die ­onder­tussen ­overigens heel wat groter was ­geworden, ­veranderde ­echter niet en begon met het ­toenemend succes van die ­human-interestjournalistiek te ­roepen dat deze van laag niveau was, de moeite niet waard, kortom geen jour­nalistiek. En omdat ­diezelfde ­mannen plus hun vrouwelijke medestanders alom sleutelposities bezetten en bleven bezetten kregen ze, eigenlijk tot op de dag van vandaag, gelijk. Maar dat is iets anders dan gelijk hebben. Dat hebben ze niet.