Sport

Humor

Het Nederlands elftal is aangekleed. De selectie heeft nieuwe pakken gekregen. Twee, één voor thuis en één voor uit. Marco van Basten – van wie inmiddels, na de wedstrijd tegen Oekraïne, 91 procent van de bevolking vindt dat hij er met zijn nieuwe kapsel uitziet als een mongool (tegen 87 procent vorige week) – poseerde in het nieuwe pak, inclusief bijbehorende ‘laptoptas’ en grapte: ‘Leuk voor een moderne postbode!’ Geintje.

Dolletje. ‘Zoals altijd in een ruimte met jonge profs vierde de voetbalhumor hoogtij’, onthulde de verslaggevende krant.

Als de voetbalhumor hoogtij viert, dan weet je het wel. Het is een specifiek soort humor, die meestal in de kleedkamer wordt gehanteerd. Het schijnt dat voetballers er dol op zijn. Korfbal- of biljarthumor is heel anders. Gewichthefhumor ook.

De voetbalhumorist of kleedkamergrappenmaker bedient zich graag van de practical joke, dat is een poets. Die hij dan iemand bakt. Een streek. Die hij met iemand uithaalt. Want het gaat meestal ten koste van iemand anders, die grap.

Voetbalkleedkamerhumor is de drol die Wim Suurbier in de voetbalschoen van Ruud Geels legde. Suurbier was de koning van de voetbalhumor, nee, de keizer, en Ruud Krol de koning. En Suurbier had het vooral gemunt op Ruud Geels, de spits met het kalende hoofd. Die liep een beetje raar, had een hoge stem en een tot hoog op de schedel doorlopend voorhoofd.

Uit het niets zei Wim Suurbier dan: ‘Wat ben jij lelijk, zeg.’

Sarren, dat was het. Hij stak zijn hand in zijn broek en doopte dan een vinger in de soep van Ruud Geels. Vaak haalde Suurbier zijn geslacht uit zijn broek en toonde het. Het verhaal dat hij die twee grappen combineerde en zijn deel in de soep van Geels hing, moet als apocrief worden beschouwd. Hij verzamelde balletjes snot uit zijn neus die, opnieuw, in de soep van Ruud Geels terechtkwamen.

Tijdens het wereldkampioenschap van 1974 verblijdden Suurbier en Krol als Snabbel en Babbel het Nederlandse volk elke dag met een sketch. De prestaties van Oranje op dat WK waren uitstekend.

In de huidige selectie zijn nog geen Snabbels en Babbels opgestaan. Twee geinponems die altijd in zijn voor een dolletje. Die graag een drol draaien in de schoen van Stekelenburg. Of de lippenbalsem van Kuyt verwisselen met bisonkit. Die een fles shampoo leegspuiten over het hoofd van Van Basten. Die de föhn van Bouma onder stroom zetten. Lachen! Misschien iets voor Sneijder en Babel.

Minutenlang deodorant rondspuiten in de kleedkamer. Een kunstgebit in iemands bier gooien als hij naar de wc is. In dat bier plassen. Twee drollen in de binnenzakken van het nieuwe pak. Haarverf in de shampoo. Gootsteenontstopper in de dagcrème. Ammoniak in de Red Bull. Een windkussen. Een briefje met ‘Ik ben gek’ op iemands rug. Twee vingers opsteken achter zijn hoofd tijdens de elftalfotosessie.

Kom er nog maar eens om. Om de lol bij het oude, grote Ajax. Sjaak Swart en Bennie Muller waren lolbroeken, maar Co Prins spande de kroon. Swart: ‘Het was die dag koud en dus trainden we met mutsen. Kootje deed vlak voor de training twee muizen in de muts van Bennie. We zagen die muizen op zijn hoofd bewegen, maar Bennie had helemaal niets door. Toen hij na een kopbal zijn muts verloor, kwamen die muizen eruit. Bennie schrok zich echt het lazarus. Nou, wij lagen op de grond van het lachen. Hij was woest.’

En ook: ‘Bennie had altijd een eigen plekkie om te douchen. Maar Prins had kleurstof in de douchekop gedaan. Dus hij kwam helemaal besmeurd onder die douche vandaan!’

Lachen! Iemands fietsbanden leksteken. Er met zijn vrouw vandoor gaan. De telefoon opnemen en zeggen: ‘Het is voor jou. Je moeder is dood. Sorry’, en dan na een stilte gaan lachen en zeggen: ‘Nee hoor, ha ha ha! Is niet waar’, en als hij dan opgelucht ademhaalt zeggen: ‘Het is namelijk je vader. Die is dood.’ Of een groot stuk uit de achterkant van een short knippen. Twee-seconden- of -componentenlijm aan de oortelefoontjes van iemands iPod smeren.

Boeren en winden. Poepen en piesen. Tranen en tuiten. Gieren en brullen.

Een tatoeage op iemands voorhoofd aanbrengen als hij slaapt (I § FOTBALL). De remmen van een auto onklaar maken. Iemands lul afknippen als hij niet oplet.

Humor versterkt de teamgeest. Samen lachen is samen zijn. Lachen verbroedert. Voetbalhumor creëert een team uit losse individuen. Humor maakt Oranje sterk, zo niet onoverwinnelijk. Iedere tegenstander is bang voor een lachende leeuw.

We hebben voetbalhumor nodig. Voor het vaderland. Want het is altijd een van de sterke wapens van Oranje geweest.