Humor als strijdmiddel

Carnaval, dat is toch gewoon ongelimiteerd drinken en schransen, schlagers en polka’s, kostuums en maskers, gebral en gebras, verkleedpartijen, optochten en straatvertier, praal­wagens en majorettes? De blote borsten van Mardi Gras, de trillende billen van Rio de Janeiro, Vuile Jeanetten in Aalst en Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd in Oeteldonk, de Peperbus in Bergen op Zoom en tumbamuziek in Curaçao?

Wie het heeft over het politieke potentieel van carnaval zal door het gros van zijn of haar toehoorders met bevreemding of lichte achterdocht worden bekeken. Carnaval wordt anno 2012 toch voornamelijk geassocieerd met het hierboven beschreven vertier en niet met socio-politieke veranderingen, laat staan revolutie en verzet.

Over de oorspronkelijke impact van het Europese carnaval bestaan diverse conflicterende theorieën. Deskundigen zijn het erover eens dat het een moment was waarop het volk zich kon overgeven aan ‘toegestane ongehoorzaamheid’ of wat de Britten zo mooi ‘sanctioned disobedience’ noemen. De orde van alledag wordt even opgeheven, onzinnigheid en irrationaliteit overheersen en de bestaande regels, gedragscodes en waarden gelden voor een beperkte tijd en met toestemming van de autoriteiten niet. Gedurende enkele dagen verdwijnen de verschillen in rang en stand, iedereen is gelijk. De gewone mens of burger krijgt de kans om op een feestelijke manier kritiek te leveren op de machthebbers middels spot, karikatuur en satire in de openbare ruimte. Toch een politiek potentieel dus, te midden van de roes en wan­ordelijke zotheid.

Het omgekeerde geldt ook: in het recente verleden maakten diverse protestbewegingen gebruik van carnavaleske strategieën. Occupiers maakten demonstraties levendig met V for Vendetta-_maskers en verkleedpartijen, drumbands en theatrale acties, en de New Yorkse tak had zelfs een heus Wall Street Carnival gepland. Occupy werd in het gebruik van lichtvoetige verzetsstrategieën geïnspireerd door Global Carnival Against Capital dat op 18 juni 1999 plaatsvond als protest tegen de G8 Summit in Keulen. En onder hun voorgangers bevinden zich onder meer het Circa (Clandestine Insurgent Rebel Clown Army) en Clolonel (Clownelijk Loslopend Nederlands Leger), in legerkleding uitgedoste clowns die actievoeren tegen militarisme, de huidige globalisatie en kapitalisme met humor als enige strijdmiddel. Carnaval en protest blijken een krachtige combinatie te zijn. Of zoals de Britse journalist Jonathan Jones het stelt: _‘Carnivals can turn into revolutions, like a notorious carnival that became a masked civic war in 16th century France. But they ­usually don’t (…) The world is being shaken by protests against the excesses of finance, but this is not a revolution – it is a carnival. That does not make it false, but wise. Real revolution is bloody and cruel and mad. A carnival is entertaining and opens up questions that cannot usually be asked.’

Aan dit alles moest ik doorlopend denken bij een recent bezoek aan de omstreden Biënnale van Berlijn, Forget Fear, die onlangs werd geopend en nog tot 1 juli te zien is. De curator, de Poolse kunstenaar Artur Zmijewski, neemt met dit project in onvervalste Mayakovsky-stijl – de Russische dichter die ooit beweerde dat ‘kunst een hamer is waarmee we de samenleving vormgeven’ – stelling. Zmijewski beweert immers dat het doel van de Biënnale is om ‘de gewone burger toegang te verlenen tot performatieve en efficiënte vormen van politiek beoefenen’. De gewone burger heeft behoefte aan wapens waarmee actie en verandering kunnen worden bewerkstelligd. ‘Kunst is een van die wapens’, voegt hij er strijdvaardig aan toe. My cup of tea is het niet, dit soort quasi-oorlogsretoriek in de context van de beeldende kunst. Ik geloof namelijk – met de Amerikaanse hoogleraar Gene Sharp, hogepriester van de geweldloze conflictvoering – dat politieke verandering an sich nood­zakelijkerwijs vreedzaam moet zijn. Misschien kan ze zelfs carnavalesk en feestelijk zijn, gepaard gaan met letterlijke of spreekwoordelijke ‘song and dance’.

Wat zegt dit alles over de rol van de kunstenaar in turbulente en politiek troebele tijden? De kunstenaar is geen revolutionair, maar ook geen kluchtige Prins Carnaval, Potsenmaker, Opstandige Dwaas of Olijke Nar die – onder het mom van joligheid, frivoliteit en hoeplala – ongezouten de waarheid mag vertellen. Hij of zij verkeert wel in de uitzonderlijke positie dat hij of zij ons kan uitnodigen om de wereld op een ongewone manier te benaderen door andere accenten te leggen of een ongebruikelijke invalshoek te hanteren, door ons uit te nodigen om – voor even – de dingen onderuit te halen en volstrekt anders te zien. Upside down boy you’re turning me, inside out, round and round! Terwijl het huidige carnaval volgens cultuurhistoricus Herman Pleij ‘een houvast lijkt te bieden voor de hang naar regionalisme en kleinschaligheid binnen de eigen gemeenschap’ en dus in wezen conservatief is, schept de hedendaagse kunst een experimenteerveld – een tijdelijk omgekeerde wereld – voor het streven naar een nieuwe progressieve orde. Een revolutionaire omwenteling is het niet. Het is het begin van omgekeerd en anders (en laten we hopen: beter)!


Ann Demeester is directeur van De Appel ­Arts Centre

Dit artikel komt uit een bijlage van _De Groene Amsterdammer ter ere van de opening van het nieuwe pand van de Appel arts centre. U kunt de gehele bijlage hieronder lezen, of via deze pagina._