Commentaar

Hun vreedzame revolutie

‘STASI RAUS!’ en ‘Wir sind das Volk’ klinkt het sinds een week weer op de Berlijnse Alexanderplatz. Nergens demonstranten, wel een geluidsinstallatie die onderdeel is van een openluchttentoonstelling over de vreedzame revolutie van 1989. Want 2009 is behalve een Superwahljahr ook een Supergedenkjaar. Met exposities, vieringen en publicaties wordt teruggeblikt op zestig jaar Bondsrepubliek, de eerste democratische grondwet van Weimar van negentig jaar geleden en bovenal: twintig jaar Wende. Dat verleden blijft ook twee decennia later omstreden. Zo ruziën politici over de vraag of de DDR een ‘onrechtstaat’ is. Jazeker, stelde Angela Merkel afgelopen week in een toespraak. Tegelijkertijd maakte de zelf in Oost-Duitsland opgegroeide bondskanselier duidelijk dat lang niet alle Oost-Duitsers ‘fout’ waren. Haar SPD-collega minister Tiefensee, verantwoordelijk voor de nieuwe deelstaten, ging daarin nog verder. Niet alles was slecht in de DDR, niet elke burger een meeloper. Ondanks de dictatuur was het ook ‘een land met geslaagde biografieën’.
Zo wordt steeds meer onderscheid gemaakt tussen het misdadige dictatoriale regime en de alledaagse, vaak ook positieve ervaringen van de Oost-Duitsers. Ook het beeld van de Wende, de val van de Muur en de daaropvolgende hereniging tussen Oost- en West-Duitsland, lijkt langzaam gedifferentieerder te worden. Op de tentoonstelling op Alexanderplatz komen Helmut Kohl, Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov, de grote mannen van de wereldpolitiek, amper aan bod. De Wiedervereinigung staat evenmin centraal. Het zijn de Oost-Duitsers zelf en hun vreedzame revolutie van onderop die in de schijnwerpers worden gezet. Met videobeelden, oorverdovende geluidsfragmenten en veel tekst wordt de ontwikkeling van die andere DDR beschreven; van de subculturen, de punkers en de kunstenaars, de vredesbeweging, de milieuactivisten en de oppositionele kerken. De tentoonstelling staat niet op zichzelf. Zelfs de conservatieve minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble stelde onlangs dat de revolutie van 1989 meer aandacht moet krijgen in de schoolboeken. Politicoloog Herfried Münkler won de prijs van de Leipziger Buchmesse met een boek waarin hij pleit voor die vreedzame revolutie als nieuwe, álle Duitsers verenigende mythe. Nu wordt alleen de toetreding van de oostelijke deelstaten tot de Bondsrepubliek op 3 oktober 1990 met een officiële feestdag geëerd.
Achter die hernieuwde interesse voor de Oost-Duitsers kan overigens ook koele berekening schuilgaan. Volgens deskundigen kunnen de kiezers in het voormalige Oost-Duitsland van doorslaggevende betekenis zijn bij de verkiezingen in september. Dus dingen de partijen om hun gunst. Probleempje: veel Ossies achten de gevestigde politiek schuldig aan de ‘kolonisatie’ door de Bondsrepubliek. Twintig jaar na dato hebben de verliezers van de Wende – veertien procent van de Oost-Duitsers is werkloos – weinig te vieren. Het serieuzer nemen van de historische rol van de Oost-Duitsers en hun ervaringen is een noodzakelijke stap. Maar om de defaitistische stemming in de oostelijke deelstaten te doen kantelen, is meer nodig dan schouderklopjes.