Hundewelle

Op Radio 1, in een der cultuurprogramma’s, werd Jan Siebelink geïnterviewd, door Jeroen Brouwers ooit de ‘Peter Pan van de Nederlandse zweetsokkendecadentie’ of iets dergelijks genoemd. Siebelink raakte in vuur en vlam over zijn nieuwste boek, Mijn leven met Tikker. Een bijzonder boek, want het gaat over een hond. Siebelinks lievelingshond. Tikker. Ach, de dierenliefde…
Siebelink publiceerde enkele jaren terug al het boek Schuldige hond. Maar Tikker is een bijzonder beest, en dat is-ie. Een elegante, stijlvolle hazewindhond, legde Siebelink bijna tot tranen toe geroerd uit aan de luisteraars. Nu overleden. Die hond.

‘Zijn blik was doordringender, intenser dan ooit. Ik gaf een kusje op zijn kop. Nog een. Zijn warme kop. “Ja, hoe moet dat nou, hondje?”
De nieuwe roman van Paul Auster, Timbuktu, is geschreven vanuit het perspectief van een hond. Niet bijster geslaagd, oordeelde Times Literary Supplement. Het vertelperspectief was niet zo consequent volgehouden dat het echt kon overtuigen, vond de criticus. Maar het valt dan ook niet mee om vanuit de optiek van een hond te schrijven.
Kort geleden werd in deze krant een groot stuk gepubliceerd over het boek Honden houden van mensen: Over het gevoelsleven van honden, van de psychiater Jeffrey Masson. De man werd ook geïnterviewd. Vraag: De 'normale’ hond is een eeuwig speels en vooral liefdevol dier. U zegt zelfs dat liefde de sterkste emotie is van de hond. Als wij zoveel gemeen hebben met de hond, zou het dan niet zo kunnen zijn dat ook onze ware aard zeer speels en liefdevol is?
Antwoord: Honden hebben heel veel gemeen met kleine kinderen: hun nieuwsgierigheid, speelsheid, vergevingsgezindheid, hun volstrekte onvermogen tot liegen en grenzeloos vertrouwen in andere wezens. Veel honden hebben een leven dat geheel vrij is van dit soort negatieve ervaringen en invloeden. Het letterlijke 'hondenleven’ is vaak heel wat beter dan het figuurlijke.
Vraag: Zou homo ludens 'canis ludens’, de spelende hond, meer tot voorbeeld moeten nemen?
Antwoord: De hond kan dienen als rolmodel. De hoofdreden waarom hij bij ons blijft is niet dat wij hem eten geven of commanderen, maar dat hij simpelweg van ons houdt. In de relatie mens-hond zit veel meer gelijkwaardigs dan we vroeger dachten. Wanneer we ons antropocentrisme durven laten vallen en dieren meer als gelijken zien in plaats van als inferieure wezens, kunnen we veel van hen leren.
Wordt het niet tijd voor een Anton Koolhaas-revival? Wie herinnert zich niet De hond in het lege huis of Blaffen zonder onraad?