Hup de zee

De Groene Amsterdammer van deze week heeft een hoog zoutwatergehalte.

Hij staat vrijwel geheel in het teken van de zee. Vergelijk het met het jaarlijkse badnummer van het weekblad Het Leven, de favoriete zondagmiddaglectuur van onze grootouders. Met het verschil dat dit badnummer een hoog gniffelgehalte had door al dat uitbundig gefotografeerde vooroorlogse schoon. Om deze aflevering van De Groene valt nauwelijks te gniffelen. Wij beschouwen de zee als een serieus thema, dat serieuze beschouwingen, reportages en vraaggesprekken verdient. Over de nationale zeepoëzie, van Marsman tot Slauerhoff. Over de beroemde sagen en legenden waarin de zee een rol speelt, van de Argonauten tot de Vliegende Hollander. Over Hugo de Groot en Michiel Adriaansz. de Ruyter. En vooral over onze nationale trots, de Koninklijke Marine, al die ferme jongens en stoere meisjes, die veel tot de maritieme glorie van het vaderland hebben bijgedragen en daarom nóóit mogen worden wegbezuinigd. Ooit waren het de Hollanders die de belangrijkste ontdekkingsreizen ondernamen. In de zeventiende eeuw voeren er méér fregatten onder Nederlandse vlag dan de rest van zeevarend Europa tezamen. Het heeft veel tot de macht en rijkdom van de natie bijgedragen. In feite hoort elk zichzelf respecterend land aan zee te liggen. Zo'n verzameling bergen en dalen lijdt per definitie tot kortzichtigheid. Neem Zwitserland. Dat is een en al stilstaand water, terwijl de enige lokale uitvinding van belang de koekoeksklok is geweest, zoals reeds door Orson Welles is geconstateerd. Om maar te zwijgen van het ongelukkige Oostenrijk, dat reeds sinds zijn oprichting één bundel neuroses en frustraties is. Had het land over een kustlijn beschikt, dan had Sigmund Freud niet naar het buitenland uit hoeven wijken en was een politicus als Jörg Haider electoraal kansloos geweest. Nee, dan Nederland, het schoolvoorbeeld van een goed functionerende democratie, dat niet toevallig voor precies vijftig procent door water wordt omgeven. Veilig liggen we achter onze dijken verscholen en tellen onze zegeningen. Hup de zee!