Hup italie de zwarte ridder slaat terug

Komend weekend gaat Italie naar de stembus. Het dreigen historische verkiezingen te worden. De oude politieke garde zal van het toneel worden weggevaagd. De linkse oppositie maakt zich op voor de overwinning. Maar die lijkt te worden verhinderd door de nieuwe partij Forza Italia, een produkt uit de fabriek van allesbezitter Silvio Berlusconi. Het portret van een superkoopman.

Het is niet moeilijk je de toorn van Silvio Berlusconi op de hals te halen. Wie anders denkt dan hij, heet al snel communist of heksenjager en krijgt het vreselijke stempel van niet-liberaal opgedrukt. Onder hen zijn de buitenlandse correspondenten in Italie. Hij heeft hen ontmaskerd als instrumenten van het communisme. Laten we hem dus niet kritiseren maar prijzen. Prijzen om zijn onblusbare energie, zijn onstuitbare optimisme, en vooral zijn grootste kwaliteit: die van geboren verkoper. Het laatste produkt van zijn concern Fininvest is hijzelf. Als er voor hem en zijn tv-partij Forza Italia genoeg kopers zijn, wordt hij na de verkiezingen van komende zondag en maandag de nieuwe leider van Italie. Voor een gezondene van de Voorzienigheid is Silvio Berlusconi van nederige komaf. Vader Luigi werkte bij een bank in Milaan, moeder Rosa Rossi - geen familie van Umberto, Silvio’s opstandige bondgenoot van de Liga Noord - was huisvrouw. Geen ouders die hem voorbestemden om een van de groten der aarde te worden. Maar per slot van rekening was ook Jezus’ vader maar timmerman. Met Jezus heeft Berlusconi meer gemeen. Heeft hij niet zijn offer om de politiek in te gaan het ‘drinken van de bittere kelk’ genoemd? De berlusconiaanse jaartelling begon op 29 september 1936. Nog altijd ziet de Italiaanse Heiland er veel jonger uit dan hij is. Hij lijkt altijd net terug te zijn van een vakantie in de tropen, hij sport veel, rookt niet en drinkt al lang geen whisky meer. Alleen die haren van hem, die zijn al vroeg onaangenaam schaars geworden. Zijn lijfkapper heeft er een hele kluif aan, en de belichtingsdeskundigen tijdens zijn openbare optredens ook. Op het internaat bij de paters salesianen in Milaan ontwikkelt Silvio zich tot een slim baasje. In alles is hij haantje de voorste. 'Dit zijn de jaren’, staat in een van zijn hagiografieen, 'waarin zich het karakter vormt van de toekomstige president van Fininvest: ondernemend, creatief, koppig, charismatisch.’ Hij maakt snel zijn huiswerk en laat dat tegen betaling overschrijven door zijn minder ijverige klasgenoten. Maar als die geen voldoende halen, wordt de transactie ongedaan gemaakt. Niet goed, geld terug. De perfecte verkoper. Silvio wil al vroeg financieel onafhankelijk zijn en betaalt dus zelf zijn rechtenstudie. Het geld verdient hij als huis-aan-huisverkoper van huishoudelijke apparatuur van Philips, als fotograaf van huwelijken en begrafenissen, als zanger en muzikant, als medewerker van een bouwbedrijf. In de zomer is hij entertainer op cruiseschepen. Hij vertelt grappen, zingt liedjes van Gilbert Becaud en Yves Montand en bespeelt de basgitaar. Aan de piano zit zijn onafscheidelijke vriend Fedele Confaloniere, bijgenaamd 'Fidel’. Die is zijn voornaam en Berlusconi zijn leven lang trouw gebleven. Sinds begin dit jaar is Confaloniere president van Fininvest omdat zijn baas formeel moest terugtreden vanwege zijn politieke ambities. Maar de hierarchische volgorde is niet verstoord, want de eigenaar blijft Berlusconi. In 1961 studeert Silvio cum laude af op een scriptie over de juridische aspecten van de reclame, de branche dus waarin hij zijn fortuin zal verwerven. Hij had dat onderwerp gekozen omdat een groot reclamebureau een prijsvraag daarover had uitgeschreven. Vanzelfsprekend sleept hij de prijs in de wacht. Vanaf dat moment is Silvio dottore, en met die titel wordt hij steevast door zijn omgeving aangesproken. Het eerste financiele avontuur van de jonge doctor is de aankoop van een terrein in Milaan en de oprichting van een bouwbedrijf. Hij weet een bouwondernemer over te halen met hem in zee te gaan. Hij stopt spaargeld in het project en krijgt geld van zijn vader en een lening van zijn vaders bank. Het bouwen kan pas beginnen als de kopers van de huizen hun voorschot hebben betaald. Zijn eerste geld int Berlusconi van de moeder van Fidel. De bouw zelf besteedt hij uit. Ook later verkoopt hij bij voorkeur andermans produkt. En dan, in 1963, komt de grote sprong voorwaarts. Berlusconi laat in Brugheria, even ten noorden van Milaan, een woonwijk bouwen voor vierduizend mensen en verandert in een yuppie avant la lettre. De financiering van dit project, dat de basis legt van Berlusconi’s immense rijkdom, is nog altijd duister. Het is niet de enige obscure kant van het lichtend pad van zijn carriere. Berlusconi heeft altijd een fijne zakenneus gehad. In de jaren zestig en zeventig zijn er in de bouw schatten te verdienen. Op een desolaat stuk grond in de gemeente Segrate bouwt hij de luxe woonwijk Milano 2, daarna in de gemeente Basiglio Milano 3. Dat levert hem een presidentiele onderscheiding op. Samen met tycoons als Gianni Agnelli van Fiat en Leopoldo Pirelli van Pirelli wordt hij in 1977 tot Ridder van de Arbeid geslagen. Voor de rest van zijn leven zal hij de Ridder heten. Voor de verwende bewoners van Milano 2 is er een kabel-tv-net. Berlusconi merkt dat de mensen vanwege het gewelddadige politieke klimaat weinig uitgaan, dus veel tv kijken. Hij ziet nieuwe kansen. Gaat uitzenden via de ether. Sticht Canale 5. Koopt de populaire quizmaster Mike Bongiorno weg bij de publieke omroep Rai. Richt het reclamebedrijf Publitalia op. Koopt driehonderd films op die nog nooit op tv zijn vertoond. Verkoopt die tegen afbraakprijzen aan lokale tv-stations, die zich in ruil verplichten de reclamespots van Publitalia af te nemen. Kortom, hij legt de basis van zijn commerciele tv-imperium. Samen met de directeur van Publitalia, de Siciliaanse zakenman Marcelle Dell'Utri nu betrokken in schandalen rond zwarte betalingen en transacties met de maffia reist Berlusconi Italie af om adverteerders te krijgen. De meeste fabrikanten zwichten voor zijn verlokkelijke aanbiedingen. Ze merken dat de reclamespots hun omzet met sprongen doen stijgen. En nog sneller stijgt de omzet van het zich nu snel uitbreidende rijk van de Ridder. Berlusconi ziet zich als de enige echte concurrent van de Rai en is dus niet tevreden voordat hij evenveel landelijke zenders heeft als de Rai: drie. Een probleem: volgens de wet mogen alleen de Rai-kanalen landelijk uitzenden. Maar gelukkig is een goede vriend van de Ridder op dat moment premier: Bettino Craxi. Een gelegenheidsdecreetje, en het probleem is uit de wereld. Als in 1990 eindelijk de nieuwe omroepwet wordt aangenomen, is dat nauwelijks meer dan de bekrachtiging van de bestaande situatie. Alle Italianen bij elkaar krijgen drie zenders toegewezen: die van de publieke omroep Rai. En een enkele particulier krijgt er ook drie: Berlusconi. In alle andere landen mogen particulieren hoogstens een net hebben. En ze mogen zeker niet de politiek ingaan. Intussen is de Ridder ook in de gedrukte pers de grootste uitgever van Italie geworden door de overname in 1990 van de uitgeverij Mondadori, na een uitputtingsslag met zijn grote rivaal Carlo De Benedetti. Daarmee is de dag- en weekbladpers in Italie praktisch geheel onder controle gekomen van een handjevol grootondernemers. Al eerder heeft Berlusconi beslag gelegd op de krant Il Giornale, op de warenhuisketen Standa, op een serie sportclubs waarvan de voetbalclub AC Milan de bekendste is, en op nog veel meer, waaronder het Milanese theater Manzoni. Daar ontmoet hij in 1980 de actrice Veronica Lario. Hij meldt zich dodelijk verliefd in de kleedkamer. Ze krijgen drie kinderen. Zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, Pier Silvio, is in opleiding voor de opvolging. Bescheidenheid is nooit de sterkste zijde van de Ridder geweest. Maar alle remmen zijn los als hij in de loop van 1993 begint te beseffen dat links dreigt te gaan profiteren van het grote politieke vacuum. Rechts mag niet verliezen, anders ziet het er voor zijn concern, dat dan al zwemt in de schulden, droevig uit. Het minste wat hem dan kan overkomen is het verlies van een of twee tv-kanalen. En zo werpt hij zich op tot leider van rechts. Hij sluit akkoorden met de neofascisten en de Liga Noord en stampt Forza Italia uit de grond, dat een toevluchtsoord wordt voor ontredderde christendemocraten, socialisten en andere schipbreukelingen van het oude regime. De grote politieke recycling is begonnen. De Zwarte Ridder, voormalig lid van de subversieve loge P2 (volgens hem 'een kring van gentlemen, waarvan de spraakmakende gemeente lid was’), beschermeling van de roofzuchtige mandarijnen Craxi, Andreotti en Forlani, zakelijk partner van diverse dubieuze figuren, erfgenaam van de arrogantie die in de jaren tachtig aan de macht was, profeet van de consumptiementaliteit die Italie nog dieper in de schulden heeft gestoken dit typische produkt van de Eerste Republiek heeft zich opgeworpen tot de leider van de Tweede.