Hurkende figuur

Als een groepering van beweeglijk licht is Exposure eigenlijk net zo onberekenbaar als het water bij Lelystad.

HET STRUISE beeld Exposure van Antony Gormley is zeker spectaculair. Bij de presentatie merkte ik veel ontzag voor de technische constructie, een imponerend werkstuk van ingenieurskunst. Omdat die anders niet voldoende stabiel zou zijn, is de vorm van de figuur niet gelast maar stevig met bouten in elkaar gezet - meer dan 14.000 bouten bij 547 knooppunten tussen 5468 spanten en ribben van staal. Daar is dus veel passen en meten aan te pas gekomen. Eigenlijk hebben ze eerst een soort bouwdoos van passende elementen moeten prefabriceren. Toen is het beeld gemonteerd, bij een bedrijf in Schotland waar ze normaal hoogspanningsmasten maken, daarna in secties vervoerd en ten slotte ter plekke in Lelystad opgebouwd. Het staat aan het eind van een strekdam in het Oostvaardersdiep, bij de brug waar de dijk met de weg naar Enkhuizen begint, tegenover de Bataviawerf - een plek die in alles herinnert aan de heroïek van de polderwerken. Maar toen ik Exposure daar zag, was ik meer onder de indruk van de romantiek ervan, op die plek, dan van vernuftigheid van de constructie. Het is een hurkende figuur die uitkijkt over het water van het IJsselmeer. We hadden het weer mee. Eerst scheen nog de zon. Er blies een straffe wind. Wolken in de lucht zodat er schaduwen verschenen op het onrustig bewegende, blikkerende, grijze water. Hoewel dus blootgesteld aan weer en wind zat het beeld daar toch rustig, stevig, onverstoord, dromerig.
Zijn gedrongen vorm is afkomstig uit het repertoire van Gormley die in de jaren tachtig befaamd is geworden met fijn gestileerde, mannelijke figuren in verschillende poses. Ze werden gemaakt van polyester, dan overtrokken met een huid van lood. De zachte, matte glans van het lood deed de zwijgzame verschijning van de gestalten nog schimmiger lijken. Later gebruikte hij ook gietijzer. Een massieve vorm was echter voor zo'n groot beeld niet doenlijk. Exposure is iets meer dan 25 meter hoog en zou er als zwaar volume zeker als een log, proportieloos monster hebben uitgezien. Inmiddels had de kunstenaar ook figuren gemaakt met korte, dunne metalen staafjes luchtig aan elkaar verbonden - met verbindingen zo licht dat het lijkt alsof ze door magnetisme worden bijeengehouden. Mogelijk waren het zulke ijle clusters die Gormley op het idee brachten voor de transparante constructie van het beeld in Lelystad.
Van een ruime afstand ziet de hoekige groepering van de strakke metalen elementen er zo dicht uit dat het ding zelfs contour aanneemt. Maar zelfs dan blijft Exposure een doorzichtige vorm waarin het licht en de kleuren van de omgeving zich kunnen mengen. De vorm is daardoor suggestief. Je ziet hem als het ware voor je ogen in elkaar vloeien en tot rust komen - zoals na het schudden een caleidoscoop weer een stil patroon laat zien. Dat gevoel van stabiele rust als de ware habitus van het beeld is erg sterk. Het wordt verlevendigd door de zilveren weerkaatsing van het zonlicht op de metalen delen. Omdat de constructie open is, kan de zon ook binnen in het lichaam doordringen en daar ongrijpbare effecten van licht en schaduw veroorzaken. Als een groepering van beweeglijk licht is Exposure eigenlijk net zo onberekenbaar als het door wind en zonlicht bewogen water - en even grillig als het buitelende gejakker van de meeuwen. Al die nerveuze bewegingen worden door het in wezen roerloze beeld opgenomen en samengevat. Later ging het regenen. In het grijze licht zag het beeld er nog roerlozer uit.
Afhankelijk van de gezichtspunten van waaruit je Exposure kunt bekijken ziet het inwendige van het beeld (de kubistische groepering van metalen verbindingen en dwarsverbindingen) er steeds weer iets anders uit. Elke verschijningsvorm is echter een variant van dezelfde figuur die daardoor ook monumentaal consistent blijft. Die visuele stevigheid, niet lomp maar licht getekend, is een noodzakelijke kwaliteit voor zo'n groot beeld dat toch ook als een baken in die weidse ruimte moet kunnen werken.
De beroemde Kolos van Rhodos was 32 meter hoog, een van de zeven wereldwonderen toen. De bronzen figuur van de zonnegod Helios stond, volgens de overlevering, wijdbeens over de ingang van de haven zodat schepen eronderdoor konden varen. Het Vrijheidsbeeld in de haven van New York is 46 meter maar ziet er machtiger uit omdat het op een forse onderbouw van natuursteen staat geplaatst. Met zijn 25 meter is Exposure dus nog niet eens zo groot. Maar wat is zijn retorische zeggingskracht? Een glorieus beeld voor de vrijheid aan de toegang van het land der onbegrensde mogelijkheden, dat is wat. De hurkende figuur aan water bij Lelystad werkt in zijn houding nogal deemoedig. Zo zitten kinderen of primaten. Is dit dan een herinnering aan een moerasbewoner uit de oertijd? De oudste resten van beschaving die na het droogvallen van de polder in de slijk gevonden zijn, zijn zo'n zesduizend jaar oud. Daar zou ik aan kunnen denken: een halfnaakte visser van toen die nu dromerig het nieuwe land beschouwt. De kunstenaar laat dat verder in het midden. Iedereen kan er het zijne van denken - maar het beeld is zo wonderbaarlijk dat niets denken ondenkbaar is.

PS Antony Gormley: Exposure, een uitgave van de Gemeente Lelystad 2010, ISBN 978-90-815980-1-9