Met Munro op stap

Huron County

Munro’s vertaalster Pleuke Boyce, zelf woonachtig in Canada, zocht de schrijfster onlangs op in haar woonplaats. Samen met haar en haar echtgenoot maakte ze een rondrit door de streek die zo’n belangrijke rol in Munro’s werk speelt. Hoe het decor van een verhaal onverwacht tot leven komt.

Medium kerk tuinder

Begin september vorig jaar nam ik de bus van Peterborough, dat ongeveer 120 kilometer ten oosten van Toronto in de provincie Ontario ligt, naar London, dat zo’n tweehonderd kilometer ten westen van Canada’s grootste stad gelegen is. Ik was vanuit Brits Columbia naar Peterborough gekomen om de negentigste verjaardag van mijn tante mee te vieren, die in 1949 met haar gezin naar Canada was geëmigreerd. Ik zat nu in de bus naar London om een paar dagen bij Alice Munro en haar man Gerry Fremlin te gaan logeren. Ze zouden me op het busstation komen ophalen. Daarvoor had ik hen meestal één keer per jaar gezien, wanneer ze ’s winters een bezoek aan Vancouver Island brachten. Alice had vaak gezegd dat als ik ooit eens in Ontario was, ik naar Clinton moest komen. «Dan kan ik je laten zien waar ik woon.»

Eenmaal voorbij Toronto en haar satellietsteden begon het landschap te veranderen. Het was hier minder heuvelachtig en tevens landelijker: de akkers strekten zich uit tot aan de horizon en we passeerden regelmatig graansilo’s. En wanneer we ergens in een bebouwde kom stopten, bleek er een andere steensoort te overheersen. De gebouwen waren uit een gelige steen opgetrokken, in plaats van de rode baksteen die verder naar het oosten domineerde.

London (dat vaak London-Ontario wordt genoemd, om het van London-England te onderscheiden) is een middelgrote plaats waar de University of Western Ontario gevestigd is.

Omdat Alice en Gerry er allebei gestudeerd hadden, maakten we na het busstation een kleine omweg en reden een tijdje over de fraaie en uitgestrekte universiteitsgronden (die in totaal 155 hectaren beslaan), waar sinds hun studententijd allerlei nieuwe bouwsels verrezen waren die maar weinig genade in hun ogen konden vinden. Op deze campus hadden ze elkaar lang geleden voor het eerst ontmoet. Alice had er met een beurs gestudeerd, die echter maar voor twee jaar was. Gerry was er als oorlogsveteraan gekomen. Hij had meegevochten in de Tweede Wereldoorlog en had kort na de bevrijding voedselpakketten boven Nederland gedropt. Hij zat in de redactie van het literaire tijdschrift Folio, dat in 1950 het eerste verhaal van Alice Laidlaw, de toekomstige Alice Munro, zou publiceren: The Dimensions of a Shadow. Gerry was onder de indruk van het verhaal geweest en had haar een brief geschreven waarin hij haar, als eerste, met Tsjechov vergeleek. Maar Alice was al met Jim Munro verloofd, en toen haar beurs ten einde kwam, trouwde ze met hem en verhuisde naar Brits Columbia, waar ze ruim twintig jaar zou blijven. Toen ze in 1974 als gastschrijver aan de University of Western Ontario verbonden was, nadat haar huwelijk op een scheiding was uitgelopen, ontmoette ze Gerry Fremlin opnieuw. En nu woont ze al ruim dertig jaar met hem in Clinton, in het huis waar Gerry geboren is.

Het huis is meer dan honderd jaar oud (wat oud is voor Canada) en ligt aan de rand van een stadje dat 3117 inwoners telt. Binnen vijf minuten ben je te voet in het centrum. Daar is de bibliotheek waar Alice haar werk altijd fotokopieert.

Clinton ligt ongeveer 35 kilometer ten zuiden van Wingham, waar ze geboren en opgegroeid is. Beide plaatsen maken deel uit van Huron County, dat zich langs het Huronmeer uitstrekt en uit zo’n 53 gemeenschappen bestaat, die sinds 2001 in negen gemeenten zijn ondergebracht. Iets van de geschiedenis van de mensen die zich hier gevestigd hebben, valt af te lezen aan de namen. Zo is er een Brussels (met 946 inwoners), een Zurich (824 inwoners) en een Vanastra, dat een combinatie van de naam Van Gastel en het Latijnse woord voor «ster» blijkt te zijn. Ooit leefden hier de Petun-indianen, die landbouwers waren en gewassen teelden die hier nog steeds verbouwd worden, zoals maïs, bonen en tabak. Maar aan het begin van de negentiende eeuw werden de laatsten van hen definitief vervangen door Engelse, Schotse en Ierse emigranten, wier invloed hier nog steeds het grootst is.

Elke dag maakten we tochten door de omgeving en een van de eerste leidde naar Wingham (dat met 2885 inwoners iets kleiner is dan Clinton). Alice was niet in het stadje zelf opgegroeid, maar even erbuiten, op een pelsdierfokkerij (vossen en minken) die haar vader begonnen was in een tijd toen de prijs voor pelzen steeds verder daalde. Het bedrijf lag aan de overkant van de Maitland-rivier, waardoor Alice verplicht was om naar het kleine dorpsschooltje (met maar één leerkracht voor alle acht klassen) in Lower-Wingham te gaan. Om daar verandering in te brengen, had haar vader na twee jaar een kleine schuur in het stadje gekocht, waardoor hij belastingbetaler werd, en daarna was het zijn dochter toegestaan om de veel grotere en betere school in Wingham te bezoeken, waarbij ze elke dag wel de dorpsschool, met de vele opgeschoten jongens en andere onhandelbare leerlingen, moest passeren.

Het huis staat er nog steeds; het is vanaf de weg bijna niet te zien en is nu een schoonheidssalon die Total Indulgence heet. Door de verbetenheid waarmee de eigenaars alle nieuwsgierigen weren die zich in de buurt van hun erf wagen, heeft Alice het vermoeden gekregen dat er misschien nog wel meer dan een schoonheidsbehandeling geboden wordt.

In 2002 werd ze door Wingham geëerd met een Alice Munro-tuin, die men aan de hoofdstraat naast het voormalige postkantoor – dat nu een museum is – had aangelegd. Bij de opening trof ze vele oude kennissen die ze sinds haar jeugd niet meer gezien had. Een daarvan was een vroegere buurjongen, nu een oudere heer. Ooit, terwijl ze, samen met een vriendin, naakt in de Maitland-rivier, aan de rand van hun land, zwom, was hij aan de andere kant plotseling langsgekomen op de tractor en had hen gezien. Zijn eerste vraag na al die jaren was: «Ga je nog vaak zwemmen, Alice?» Waarop zij had geantwoord: «Niet zo vaak meer.»

De hoofdplaats van Huron County is Goderich (aantal inwoners: 7352). Het ligt aan het meer en is de plaats waar Robin en Joanne in het verhaal Streken (in de bundel Stilte) wonen. Het vormt ook het decor voor het grootste deel van het uit dezelfde bundel afkomstige verhaal Gaven (Nancy’s vader laat weten dat het «de beste en drukste haven aan deze kant van het Huronmeer» is). Al jaren rijden Alice en Gerry ’s avonds of aan het eind van de middag naar Goderich om daar langs het meer te wandelen en er de zon te zien ondergaan. Toen ik er was hoopten ze iedere keer dat er een boot aan de pier zou liggen. Grote meerschepen uit de staat Michigan, zo verzekerden ze me, legden hier regelmatig aan, voornamelijk voor de zoutmijn die zich veertien kilometer ver onder het meer uitstrekt en de grootste ter wereld is. Maar er lag nooit een boot en we zagen er ook nooit een in de verte aankomen of verdwijnen. Noch kwamen we ooit mensen tegen wanneer we de pier af liepen. Een keer zagen we aan het eind zo’n honderdtal meeuwen zitten die de ene na de andere opvlogen terwijl we naderden, op één na, die blijkbaar niet kon vliegen. Hij liep eerst een tijdje driftig rond en kwam toen onze richting uit, waarbij hij de andere kant van de pier aanhield. Hij passeerde ons op een drafje op een plek waar een bouwkeet stond, die extra bescherming bood. Hij bleef aan het begin van de pier staan wachten totdat we ons hadden omgedraaid, waarna hij alles in omgekeerde richting herhaalde.

We brachten ook een bezoek aan Stratford, dat echter buiten Huron County ligt. Het is de dichtstbijzijnde grote stad, ongeveer 65 kilometer bij Clinton vandaan. In 1952 is men er een Shakespeare Festival begonnen, dat is uitgegroeid tot het meest befaamde in Noord-Amerika. Stratford is de plaats waar Robin in Streken één keer per jaar een toneelstuk gaat zien. Toevallig waren er alleen nog maar kaartjes voor As You Like It te koop toen ik er was, hetzelfde toneelstuk dat Robin ziet. We woonden net als zij een middagvoorstelling bij (die dit keer door muziek van The Barenaked Ladies werd opgeluisterd) en in de pauze daalde ik de marmeren trap naar het damestoilet af.

Na afloop wandelden we een tijdje door Stratford en toen we wegreden, wees Alice aan de overkant van een water de winkel aan die in Streken beschreven wordt. Een van Alice’s dochters had de eigenaar van deze winkel op soortgelijke wijze ontmoet. Zij en de man hadden een tijdje een relatie gehad maar waren elkaar daarna uit het oog verloren. Een paar jaar later was ze hem onverwacht in Toronto tegengekomen. Ze had hem meteen herkend. Het bleek echter zijn tweelingbroer te zijn.

Men denkt meestal dat mijn gesprekken met Alice Munro wel over het vertalen van haar werk zullen gaan. Maar dat is een onderwerp dat zelden ter sprake komt. Een keer, bij de beschrijving van een huis, gebruikte ze een term die ik niet kende. Ze had het over een huis van «one-and-a-half storey». Nadat ze had uitgelegd wat het was (de halve verdieping bleek een verdieping met minder hoge muren te zijn, een zolder dus) zei ik dat ik nu begreep waarom een huis «twee volle verdiepingen» kon hebben.

Waarop zij lachend zei: «Je moet maar een lijst maken van woorden die moeilijk te vertalen zijn, dan gebruik ik die niet meer.»