Huubs hart-rock

Volgende week verschijnt de nieuwe cd van De Dijk. Voorman en zanger Huub van der Lubbe geniet sinds kort de officiële status van dichter. Dat is te veel eer, vindt hij. De bard van Bos en Lommer over zijn schoonvader Wim Klinkenberg, Hendrik Marsman, Elvis Presley, en ‘dat ene moment’.
DE WIEG VAN zanger/tekstschrijver/acteur Huub van der Lubbe (43) stond in Bos en Lommer, Amsterdam.

Van der Lubbe: ‘Ik wilde melkboer worden. Ik wist toen al dat je klein moest beginnen. En ik wist dat ik geen groot talent had. En als melkboer kwam je toch bij de mensen thuis. Tot aan mijn tiende woonde ik in de Blancefloorstraat. Ons gezin was katholiek, we vormden een verdrukte minderheid. Ik herinner me de zwarte bikini van een buurvrouw op het balkon. Een paar mannen die hun auto staan te wassen. Er waren toen bijna geen auto’s.
Later verhuisden we naar Krommenie. Ik worstelde met het geloof. Ik wilde priester worden, of voetballer, maar dan vroeg ik me af of dat dan wel weer mocht van de kerk. Uiteindelijk werd ik maar misdienaar, dan kon je iets doen. En je stond op het altaar, dicht bij de priester, dus je was goed bezig. En je werd nog bekeken ook, het was een soort optreden. Ik kon erg goed het volk bewieroken.
Pas nog kreeg ik de tien geboden onder ogen. Een paar daarvan zijn de grondslag van iedere samenleving: niet moorden, vader en moeder eren. Maar er zijn er ook drie of vier die echt een claim leggen op je geweten. Zo mag je niet begeren: je mag niet eens denken aan hoe het zou zijn om te hebben wat een ander heeft. Je mag geen onkuisheid bedrijven - een tienjarige jongen breekt daar zijn kop over. Ik heb daar wel eens over gebiecht.
Een Moluks vriendje had een keer vieze boekjes bij zich en die gingen de kring rond. Toen heb ik wel een paar tieten gezien. Nou, daar heb ik in mijn herinnering anderhalf jaar mee rondgelopen, tot ik het echt niet meer hield. Toen moest ik het vertellen.
Maar ja, hoe vertel je dat aan kapelaan Broerse? Ik wist dat het onkuisheid was, maar is het nou begeren? Daar kon ik niet echt een antwoord op vinden. Toen dacht ik: dan zal het wel bedrijven zijn. Dus toen heb ik dat maar gebiecht.
Ik zag de kapelaan overeind schieten: “Met anderen?” Ja, zeg ik. “Hoe dan, leg dat eens uit?” Nou, het was in het park en Silli van Dijk had een vies boekje. Toen heb ik meegekeken. “Was dat het?” Ja. “Oh, drie weesgegroetjes.” Ik kwam jubelend de kerk uit, ik was verlost.’
Van der Lubbe kreeg zijn politieke educatie van Wim Klinkenberg, zijn schoonvader. 'Begin jaren zeventig was de helft van jong Nederland communist of het er in principe mee eens. Maar ik wist er niets van, zeker niet van huis uit. En ook niet van meester Oosterbaan van de lagere school in Krommenie. Die vertelde alleen maar dat een communist iemand was die voor zijn zieke buurman niet de vuilnisbak buiten zet.
In mijn studententijd bleef het ook maar schimmig. Als je het al eens aankaartte, dan werd er zo veelbetekenend geknikt van: Marx. Toen heb ik ten einde raad bij De Slegte maar eens Het kapitaal aangeschaft. Ik kwam niet verder dan één bladzijde. Toen dacht ik: als ik het zo moet begrijpen…
Toen heb ik ook nog het boekje The Chinese Road to Socialism aangeschaft. Ik dacht: dat zit ook nog een beetje in de buurt.
Toen Teuntje, de dochter van Wim, die later mijn vrouw werd, voor het eerst bij mij over de vloer kwam en dat allemaal in de kast zag staan, was het gelijk van: “O, dat is ook zo'n Mao-communist.” Wim Klinkenberg was een van de meest aimabele mensen die ik heb gekend. Eigenlijk had hij violist willen worden. Maar toen dat er niet in bleek te zitten, werd hij maar schrijver en journalist. Zijn collega’s van de pers hebben hem voortdurend dwarsgezeten, uiteindelijk kreeg hij niets meer gepubliceerd.
Zijn boek over Bernhard staat nog steeds als een huis. Bernhard heeft ook nooit een proces tegen dat boek durven aanspannen, terwijl er toch heel duidelijk staat beschreven hoe hij als nazi-spion heeft gewerkt. Dat moet ik dat Republikeins Genootschap nog zien doen. Overigens had Wim wel raad geweten met die club van captains of industry. Nog net voor zijn dood verleden jaar november heeft Wim nog een aangevulde en herziene versie van zijn Bernhard-boek gemaakt. Daar zoeken we nog een uitgever voor.’
Onlangs speelde Van der Lubbe een rol in een twaalfdelige serie over de benarde Nederlandse monarchie van eind vorige eeuw. 'De film komt volgend jaar op het scherm bij de KRO. Hij is gemaakt door Rimko Haanstra, de zoon van Bert, en heet Wij Alexander: In naam van Oranje. Hij is geschreven door Thomas Ross. De film gaat over Alexander, de jonggestorven zoon van Willem III. Ik speel een anarchistische journalist die bewijzen zegt te hebben dat Willem III syfilis heeft en dus onmogelijk de vader van Wilhelmina kan zijn. Toch een beetje in de stijl van Wim. Wel opvallend dat je honderd jaar na dato wel zo'n film kunt maken.
Ik ben heel benieuwd hoe iedereen zich houdt als Bernhard dood is. Maar Beatrix is een goede koningin, ze staat meer voor een zekere ethiek dan de politiek.’
ZO'N TIEN JAAR geleden werd De Dijk nog door bijna de hele vaderlandse pers afgebrand. 'Mag het licht uit van De Dijk: een hit, maar met even weinig substantie als de gemiddelde gloeilamp’ kopte Vrij Nederland in 1987 boven een interview.
Van der Lubbe: 'Het waren juist de kranten die we zelf lazen en de hoeken waar we ons het meest thuisvoelden, waar de meeste kritiek vandaan kwam. Ik herinner me uit die begintijd een door de platenmaatschappij geïnitieerde persconferentie. Toen hebben we van ’s ochtends tien tot ’s avonds vijf op een journalist zitten wachten. Uiteindelijk kwam er iemand van de Brabantpers voor Armand, die ook bij Telstar zat, en die hebben we toen bij zijn lurven gegrepen om ons ook te interviewen.’
'Alle begin is moeilijk. We traden eens voor maar 25 mensen op in de bovenzaal van Odeon in Amsterdam. En dan na afloop met de geluidsinstallatie die vier trappen af in dat stampvolle gebouw. Want iedereen was er wel, maar dan beneden in de disco. Toen heb ik wel op de trap zitten janken.’
De groep weersprak de kritieken niet. 'We moeten ons er tevreden mee tonen dat we lekker kunnen spelen en zo ons geld kunnen verdienen’, was het bescheiden devies. 'Dat we ooit een zeer populaire groep zullen worden, lijkt me niet waarschijnlijk.’
Populair werd De Dijk uiteindelijk toch. Tegenwoordig treden ze wekelijks op voor stampvolle zalen en Van der Lubbe is weken kwijt aan het te woord staan van de pers, van Hitweek tot Vrij Nederland. Zijn liedteksten werden verleden jaar gebundeld in Melkboer met de blues en jubelend bestempeld als 'poëzie’.
'Bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar werkte redactrice Claire van der Putten, die dat opeens aankaartte. Toen bleek dat niemand ooit goed de moeite had genomen om naar die teksten te luisteren. Dan doen ze dat en komt het opeens in een boek. Sindsdien krijg ik steeds vragen over of het nu poëzie is of niet.’
VAN DER LUBBE wil zichzelf geen dichter noemen, maar voor de gesjeesde student Nederlands was de poëzie wel een grote inspiratiebron. Op de nieuwe cd is een tekst van Hans Andreus ('Voor 'n dag van morgen’) op muziek gezet, iets wat De Dijk eerder deed met 'November’ van J.C. Bloem. 'Dèr Mouw is volgens mij de grootste Nederlandse dichter ooit. De melancholieke toon van Bloem is ook mooi, als Nederlands gevoel vind ik dat wel kloppen. Maar ik heb Marsman en Slauerhoff altijd verre geprefereerd, juist omdat die geen genoegen nemen met dat Nederlandse gevoel.
Marsman kwam ik voor het eerst tegen op de middelbare school, in de Nederlandse les. In zo'n bloemlezing stond een fragment uit 'Willem Kloos’. Daarin neemt hij het op voor Kloos en dicht hij: “Liever één nacht als duizelende vlam/ God in de hemel het gelaat geschroeid/ en daarna blind, verslagen, vleugellam/ omdat men dood en leven ongemoeid/ voorbij laat als een schuldloos lam.” Nou, als je achttien bent en dat leest, dan denk je: shit, zo moet je leven. Op het scherpst van de snede, het een of het ander, niet dat labbekakkerige.
Voor mijn eigen teksten geldt dat het van de straat moet zijn, dat iedereen het moet kunnen snappen. Om die reden is het wat mij betreft ook geen poëzie. Die teksten moeten zo in elkaar zitten dat het een gesprek kan zijn van mensen op straat of bij de bakker.
Ik kan niet zo goed fantaseren. Mijn teksten gebeuren en dan schrijf ik het op. Liedjes als 'Wie lacht er niet’ en 'Laaiend vuur’ zijn gebaseerd op dingen die ik op straat zag. Er zijn wel een paar nummers waarvan ik weet dat ik die zomaar bij elkaar heb gezocht en daar heb ik ook het minste mee. 'Slechte gewoontes’ bijvoorbeeld, dat is echt maakwerk. Toen had ik net een Amerikaans boek over tekstschrijven gelezen, interessant hoor, al is het maar om te ontdekken dat je wat ze daarin beweren al jaren doet, zonder je van de theorie rekenschap te geven.
Het tekstschrijven werkt voor mij als een soort dagboek. Ik maak de balans op. Het liedje 'Ik heb jou’ gaat erover dat ik er nu anders over denk dan twintig jaar geleden. Toen was er nog jeugdig elan, zat je in de kroeg op revolutionaire plannen te broeden. Dat is veranderd. Toen ik net mijn dochter had, twijfelde ik wel even of ik het nog wel over rock 'n’ roll kon hebben. Maar dat is alweer negen jaar geleden.
Uit de teksten spreekt denk ik wel dat ik een gezin heb. 'Hou me vast’ heb ik geschreven over mijn dochter. Dat is ontstaan toen ze nog iedere nacht moest plassen. Om twaalf uur haalde ik haar uit bed en zei: “Hou papa maar vast.” Dan tilde ik haar op, klopte op d'r rug, en dan klopte zij in haar slaap terug. Zo is dat liedje langzaam ontstaan. Het werd iets heel bijzonders voor ons. Maar als ik dat hele verhaal erbij zou vertellen, dan wordt het liedje te specifiek. Ik vind dat mensen bij een liedje moeten kunnen denken dat het over hen gaat.’
Ook in de muziek kijkt Van der Lubbe naar illustere voorgangers. Van Otis Redding tot Jacques Brel en van Tom Waits tot Elvis Presley. 'Mijn vriendje Robbie Wester mocht suikerwater in zijn haar, om een kuif te maken. Ik niet. Cliff Richard kon wel bij mijn moeder, afgaand op die kauwgomplaatjes. Maar een ander vriendje, Hans Bakker, die had oudere zussen en die waren allemaal voor Elvis. Dat was ik toen ook maar, want die oudere zussen hadden al beha’s, dus die konden het wel weten.’
Later, in de beginjaren van De Dijk, zou Van der Lubbe ook zingen in de rock 'n’ roll-band Big Shot & His Rocking Guns. 'Je bent muzikant en we hadden nog veel vrijdagen en zaterdagen over. In de coffeeshop waar mijn broertje werkte, zag ik een filmpje van Elvis in zijn beginjaren. Hoe die toen zong en vooral danste, dat was kolossaal. Dat moeten we gaan doen, dacht ik. Het werden legendarische optredens, we waren met die band veel succesvoller dan toen met De Dijk.’
In Nederland keek Van der Lubbe vooral naar Cuby & The Blizzards. En natuurlijk Herman Brood. De beginregels van de Dijk-klassieker 'Bloedend hart’ zijn zelfs 'geleend’ uit 'Saturday Night’. 'Brood heeft laten zien dat rock 'n roll ook in Nederland kan bestaan.’
Volgende week komt de nieuwe cd van De Dijk uit: De stand van de maan. Het is het tiende album van de groep. Van der Lubbe klinkt gelouterder dan ooit.
'Dat nummer “Ik heb jou” maakt de balans op. Ik zie mensen met wie ik vroeger gesprekken had over hoe alles anders moest. Ze zijn allemaal zo veranderd. De een presenteert een quiz, de ander speelt in Goede Tijden, Slechte Tijden. Met hen zat ik dan in het linkse studententoneel.
Ik heb ook wel andere idealen. De wereld is kleiner geworden. Vroeger wilde je dat ook het kleinste keuterboertje in Azië het goed had, daar moesten we ook voor vechten. Nu ben ik al heel blij dat ik het goed heb met “jou”, mijn vrouw en dochter, dat is al een zegen. Dat zijn geen concessies, ik zou het allerliefste willen dat ook dat keuterboertje het goed heeft. Het is het inzicht dat ik daar als individu niks aan kan doen. Dat de wereld te groot is voor mij, en misschien wel voor ieder van ons. Uiteindelijk gaat het erom of je een hart hebt. Dat staat voor respect voor anderen, respect voor de dingen. Laten zien dat je voor iets of iemand staat.
Je hoeft niet altijd te blijven vinden wat je twintig jaar geleden dacht, maar als je zulke rigoureuze stappen neemt, dan wil ik ook wel de redenen weten. We hebben het over karakter, geloofwaardigheid, over jezelf serieus nemen. Sommigen gaat het alleen maar om geld. Niet dat je eerst niet kon rondkomen en nu wel - nee, grof geld, het grote verdienen. Dat vind ik goedkoop, ongeloofwaardig.’
RELIGIEUS IS hij niet meer. 'Ik weet wel dat er iets meer is tussen hemel en aarde dan een mens kan bevroeden. Maar dat is niets goddelijks. Dat is misschien de mens op z'n best. Als wij een avond staan te spelen, gebeurt er iets in die zaal wat strikt genomen niet kan. Er komt een soort bezieling over de zaal, dat zijn mensen op hun best. Een onbeschrijflijk geluksgevoel. Dat is ook wat kunst en poëzie met je kunnen doen.
Verleden jaar september waren we met De Dijk in Sint-Petersburg. Daar heb je de grote kunstverzameling van de Hermitage, en die wilde ik graag nog eens zien. Ik wist dat er een schilderij van Albert Marquet te zien was, een prachtig stadsgezicht dat ik tien jaar eerder ook al gezien had. Het hing daar naast een schilderij van Kees van Dongen, waar ik ook iets mee heb, want ik ben samen met Teun nog bij Dolly van Dongen geweest, zijn dochter. Dat was de beste jeugdvriendin van Teuntjes oma. Twintig jaar geleden hebben we die in Montmartre opgezocht. Een geweldige vrouw, blind, in een heel klein appartementje helemaal vol met schilderijen.
Goed, ik dus zoeken in die Hermitage. Dan moet ik er nog bij vertellen dat ik die zomer met een vriend was wezen fietsen in het zuiden van Frankrijk. Daar stonden we op een camping aan de voet van de Mont Saint Victoire. Die is heel veel geschilderd. Ik kom dus in Petersburg in dat zaaltje waar Van Dongen en Marquet hangen en knak, wat hangt er naast: die Mont Saint Victoire van Cézanne. Dan voel je je helemaal alsof dat zo moet zijn, een groot menselijk cadeau. Alles komt samen. Een ander zou dat goddelijk noemen, ik noem dat menselijk. Dan dank ik Van Dongen, dank ik Cézanne, dank ik het kunstbeleid van de Hermitage. Het lijkt allemaal voor mij gedaan.
Je kan ook niet zo naar de dingen kijken. Maar ik vind dat mooi, geniet daarvan. Daar word je volledig van, daar word je mens van.
Als ik al iets van plan was vroeger, dan was het om volledig te worden.’