Opeens zijn ze weer overal om ons heen: Russen die stiekeme dingen doen die we maar half door hebben. Sommige landen leveren gewoon betere schurken dan andere. De Russische president Poetin, de eindbaas, draaide de gaskraan dicht toen de Duitsers een gasarm regeerakkoord wilden sluiten en moeilijk deden over de gasleiding Nordstream 2 – niet helemaal dicht, maar genoeg om ons te laten schrikken. De Oekraïense president zei dat hij Russische plannen voor een staatsgreep had ontdekt: prompt stuurde Moskou honderdduizend soldaten naar de grens. Dictator Loekasjenko haalde migranten op en stuurde ze naar Polen – hij is weliswaar Belarussisch, maar dat is Russisch genoeg en Poetin vond het goed.

Dit alles komt neer op ‘hybride ongemak’, zei minister van Buitenlandse Zaken Knapen: een term die de schijn wekt dat hij niet kan beslissen of hij gevaarlijk is of niet. ‘Hybride’ verwijst naar de veel gebruikte term ‘hybride oorlog’, die wil uitdrukken dat oorlog in onze tijd nog maar zelden wordt gevoerd met tanks en soldaten, maar des te meer met cyberaanvallen, desinformatiecampagnes, het veroorzaken van vluchtelingenstromen, handelssancties en andere agressie waar je niet voor hoeft te schieten. Als het in westerse landen wordt gebruikt, verwijst het bijna altijd naar Rusland, de serie-hybride-oorlogvoerder van de wereld, en naar permanente strijd. ‘Ruslands nieuwe chaostheorie van politieke oorlogvoering wordt waarschijnlijk toegepast op jou’, waarschuwde Politico.

Maar het interessante is nu dat Russische militairen en analisten vanaf 2013 over deze niet-militaire vormen van oorlogvoering begonnen te praten als een expliciet westerse methode – revoluties aanwakkeren via Twitter, landen en bedrijven onderwerpen aan sancties – met Rusland als voornaamste slachtoffer. Wie van een afstandje naar de wereld kijkt, kan er inderdaad niet omheen dat de Verenigde Staten en de Europese Unie behoorlijk veel druk op andere landen zetten. Samen zijn ze goed voor economische sancties tegen ruim dertig landen, om maar iets te noemen – één op de vijf in de wereld. De VS beheersen het internet en luisteren iedereen af, de EU legt iedereen regels op en helpt politieke oppositie – als je dat soort zaken als een vorm van conflict beschouwt, dan zijn wij grote spelers.

Iedereen strijdt met de middelen die zij hebben

Dat is ook hoe Mark Leonard het ziet, de directeur van denktank European Council on Foreign Relations. Hij veegt in zijn boek The Age of Unpeace: How Connectivity Causes Conflict van alles bij elkaar: het ‘tot wapen maken’ van vluchtelingen door Belarus of Turkije, inmenging in verkiezingen door Russische trolfabrieken, Chinese mondkapjes-afpersing tijdens de coronapandemie, Irans torpederen van olietankers, Franse blokkades voor Engelse vrachtwagens. Eigenlijk alles wat er tegenwoordig internationaal misgaat, valt bij Leonard onder de noemer ‘onvrede’: geen oorlog, maar ook niet het tegendeel.

Een eerste reactie daarbij is waarschijnlijk: dit betreft toch vormen van conflict die zo oud zijn als de weg naar Rome? Letterlijk: de Romeinen joegen ook stammen het land van de tegenstander in, of draaiden de graanaanvoer uit Sicilië dicht. Waarom is het nu nieuw, en hebben we een parapluterm nodig om alles onder te vegen? Leonards antwoord: het is anders, omdat onze wereld veel meer verbonden is. Na de val van de Berlijnse Muur werd alom geconcludeerd dat de Koude Oorlog was veroorzaakt door het opdelen en scheiden van de wereld. Dat nooit meer: barrières voor handel, mensen, ideeën, verkeer – alles moest worden geslecht. Integratie van de wereld zou vanzelf vrede brengen.

We weten nu dat dat niet zo is. Maar volgens Leonard beseffen we niet hoezeer het tegendeel waar is: die nieuwe verbindingen van de laatste dertig jaar creëerden nieuwe redenen voor conflict, creëerden er nieuwe mogelijkheden en nieuwe wapens voor – een giftige optelsom. Loekasjenko en Poetin voelen zich in die wereld net zo onder druk staan als wij, en iedereen strijdt met de middelen die zij hebben – vluchtelingen, gas, internet, geografie, alles wat werkt. Het is juist de integratie van de wereld die voor meer conflict zorgt.

Het is een geruststellende gedachte om dat te verwerpen, en ‘tijdperk van onvrede’ te verwijzen naar de vuilnisbelt van hippe geopolitieke termen die auteurs als Robert Kaplan jaarlijks ophogen. Liever ‘hybride ongemak’, iets wat vooral vervelend is en weer weggaat. Hopelijk heeft Ben Knapen gelijk.