Een bijzondere plaats binnen het kinder- en jeugdtheater bij onze Oosterburen wordt sinds enkele jaren ingenomen door Theater der Jugend in Munchen, een onafhankelijk opererend ensemble dat wordt geleid door de Nederlander George Podt. Naast huisregisseur Peer Boysen frequenteren Nederlandse theatermakers en ontwerpers dit toneelhuis, terwijl een flink deel van het repertoire bestaat uit van oorsprong Nederlandse stukken. Theater der Jugend heeft een eigen theater midden in de Beierse hoofdstad en krijgt een subsidie die ongeveer even groot is als die van het Rotterdamse RO Theater.
Onlangs bracht het gezelschap de voorstelling Die furchterlichen Funf (‘De vreselijke vijf’) uit, naar een plaatjesboek van Wolf Erlbruch. Het dierenverhaal wordt bevolkt door vijf griezelige beesten: pad, rat, spin, vleermuis en hyena. De voorstelling is gemaakt door vijf acteurs onder leiding van de Nederlandse regisseur Ted Keijser, in Nederland bekend van Madoc en Brandweermannen.
Op het speelvlak, dat nog het meest doet denken aan een circuspiste, hebben vier van die furchterlichen Funf (nummer vijf, de hyena, is de indringer) ieder een eigen territorium, ruimtes vol hebbedingetjes uitgevoerd in zuurtjeskleuren. De pad bewaakt zijn eieren in een rek vol kleine schalen, de spin vangt alles en iedereen in een web van kleefband, de vleermuis speelt in een wandmeubel de operadiva en droomt over Batman, de rat bewoont een keuken waarin een hakblok en een verzameling enge messen domineren. Ze zijn allemaal op hun hoede. Ook in de op het oog gezellige spelletjes die ze met elkaar spelen. Daarin is vooral de rat bedreven: hij bedriegt iedereen en ontfutselt hun al hun kostbaarheden. Gaat dat niet goedschiks, dan dreigt hij met een gigantisch kaasmes. Dan komt de hyena op, een sul vol zelfkritiek verpakt in een meezinger: ‘Hyena’s stinken, hyena’s hinken/ ’s Nachts vreten ze zich vet uit 'n oud vacht/ Hyena’s kotsen, hyena’s snotsen/ En laf klinkt hun gelach doorheen de nacht.’ Toch weet de hyena de andere griezelige dieren te verleiden tot een imaginaire reis naar Amerika. Waarna ze voor elkaar een maal bereiden, en voor ons een prachtige finale.
Die furchterlichen Funf is een acteerfeest, heel precies en consequent gespeeld. Vooral de talrijke handelingen geven deze produktie een licht, dansant en mysterieus karak ter. Ik zat minutenlang geobsedeerd naar een bezonnebrilde spillebeen te kijken, die stukjes kleefband van zijn arm rolde en daarmee een half decor en een van zijn medespelers ‘inpakte’. ‘Spin’ sisten de kinderen tegen elkaar. De voorstelling is zeer on-Duits. Door de subtiele humor, door wat de acteurs iedere voorstelling met elkaar aan improvisaties aandurven (twee keer gekeken, twee totaal verschillende voorstellingen gezien), door het fysieke acteren (wat je in Duitsland zelden te zien krijgt, acteurs zijn hier nog vaak talking heads).
Niet alleen Gerardjan Rijnders (wiens Berlijnse Moffenblues op het aanstaande Theaterfestival node wordt gemist) breekt door op de Duitse podia. Ook deze Nederlandse jeugdtheatermakers (regie: Ted Keijser regie, decor: Laura de Josselin de Jong, kostuums: Dorien de Jonge) laten zien dat er nog veel leven mogelijk is na het geheven pedagogenvingertje.