Hype-ocrisie

Met dank aan Arend-Jan Boekestijn weten we dat het staatshoofd zich zorgen maakt over de hypecultuur in de Tweede Kamer. Terecht. Of houdt de Kamer juist de vinger aan de pols van de actualiteit?

HET TWEEDE-KAMERLID van de PVDA Paul Tang schond in september de afspraak om de Miljoenennota niet te lekken naar de pers. Hij had vooraf met die afspraak ingestemd, maar lekte toch. Sommige fractiegenoten vonden dat Tang zijn Kamerlidmaatschap moest opzeggen. Als een medewerker van bijvoorbeeld de drukkerij het had gedaan, zou deze direct zijn ontslagen.
Maar de PVDA’er kon blijven. Op zijn verdere staat van dienst was ook niet veel aan te merken. Als straf moest hij wel zes weken thuisblijven.
Het Tweede-Kamerlid van de VVD Arend-Jan Boekestijn schond vorige week de afspraak om niks te zeggen over het onderhoud met de koningin. Hij had vooraf met die afspraak ingestemd, maar praatte toch. Nog diezelfde avond gaf Boekestijn zijn Kamerzetel op.
Formeel was dat uit eigen beweging. Waarschijnlijker is dat er druk is uitgeoefend: omdat het hier de koningin betreft, het bij de VVD juist zo lekker rustig was en partijleider Mark Rutte dat zo wil houden, Rutte sowieso nog een appeltje te schillen had met Boekestijn, die zich ooit laatdunkend over hem had uitgelaten, de partijleider genoeg had van het flapuitgedrag van Boekestijn en dan misschien ook nog omdat Rutte oprecht vindt dat je je aan afspraken moet houden en een voorbeeld wilde stellen.
Met dank aan Boekestijn weten we nu dat het staatshoofd zich, geheel in lijn met de voor haar uitspraken verantwoordelijke minister-president, zorgen maakt over de hypecultuur in de Tweede Kamer. Het zou pas echt nieuws zijn geweest als ze het tegenovergestelde had gezegd: goed zo, Kamer, ga zo door, zit namens mijn volk het kabinet dicht op de huid. Dat zou nog eens een verfrissend geluid zijn geweest.
Jammer ook dat we niet weten wat Beatrix precies als hyperig ervaart. Daar heeft Boekestijn zich – heel keurig – niet over uitgelaten.
Maar stel dat ze zich ergert aan het aantal spoeddebatten in de Tweede Kamer. Dat is een nogal geliefd onderwerp om over te klagen. Het aantal is inderdaad nogal gestegen de laatste jaren: van 14 in 2004 naar 65 vorig jaar. Dit jaar zal de teller daar niet veel van afwijken. Het spoeddebat is daardoor aan inflatie onderhevig, wordt er gemord, en het kost ook zo veel tijd van de bewindslieden. Maar als diezelfde debatten nu eens ‘actualiteitendebatten’ hadden geheten, zoals is geopperd toen de Kamer haar eigen werkwijze dit jaar evalueerde, kijk dan eens mee.
Zo was er menig ‘actualiteitendebat’ dat rechtstreeks te herleiden is naar de kredietcrisis: over de kabinetsmaatregelen, de tijdelijke verhoging van de hypotheekgarantie, het verbieden van tophypotheken, de mogelijke verlaging van de pensioenen, de achterblijvende kredietverlening aan bedrijven terwijl banken met veel overheidsgeld worden gesteund, de ingreep in de AOW waarvoor geen draagvlak was verkregen bij de vakbonden, het protectionisme in de Europese Unie, het niet nakomen van de belofte dat het rijk rekeningen snel betaalt, en het instellen van ambtelijke commissies die op zoek moeten naar 35 miljard euro aan bezuinigingen.
Allemaal slechts een hype? Of een Kamer die de vinger aan de pols houdt bij een van de meest ingrijpende gebeurtenissen van dit jaar? Niet onverstandig, want als iets een wetmatigheid is in Den Haag, dan is het wel dit: ben je er als Kamer niet op tijd bij, dan is de koers van het schip van staat al uitgestippeld. Daarom ook dat de Kamer telkens wil debatteren als een minister een uitspraak doet over de duur van de militaire missie in Afghanistan.
De Kamer wilde ook een ‘actualiteitendebat’ toen bleek dat de regels voor gezinsmigratie kunnen worden ontdoken via de zogenoemde Europa-route, een voor vrouwenhandel veroordeelde crimineel tijdens proefverlof kon ontsnappen, een grote zorginstelling failliet bleek te kunnen gaan en PVDA-minister Ronald Plasterk het Nationaal Historisch Museum ergens anders wilde laten bouwen dan hij had toegezegd. Was dat allemaal hypegedrag? Of telt toch ook dat de debatten wel degelijk tot iets hebben geleid, wat je ook van die uitkomst vindt: zo komt het museum toch op de oorspronkelijk geplande plek, wordt de verlofregeling voor gedetineerden strenger en staat de Europa-route op de politieke agenda van de minister.
De Kamer debatteerde ook toen provincies hun aandelen in energieleverancier Essent aan het buitenland verkochten. Dat dit formeel mocht en het de beslissing was van de provincies laat onverlet dat er politieke partijen zijn die principieel vinden dat energiebedrijven als nutsvoorziening in nationale handen moeten blijven. En dat graag in de Kamer over het voetlicht brengen.
Ook een debat over de manier waarop burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven een op vrije voeten zijnde pedoseksueel de toegang tot de stad wil ontzeggen, gaat over een ‘nieuwigheid’ waar de Tweede Kamer niet alleen als toeschouwer naar wil staan kijken. Het gaat immers over het spanningsveld tussen bevoegdheden van een burgemeester enerzijds en de rechten van een veroordeelde anderzijds. Daar wil menigeen, ook buiten de Kamer, goed over nadenken.
Zoals de Kamer ook nadenkt als blijkt dat de kroonprins zich opstelt als projectontwikkelaar in Mozambique, met mogelijk de verkeerde figuren in zee gaat en met de president van het Afrikaanse land over het project praat. De Oranjes kunnen het niet leuk vinden, maar de Kamer doet gewoon haar werk.
Zoals dat ook het geval is als ze van dit kabinet wil weten wat de inzet is als er voor het eerst in de geschiedenis een ‘president’ van de Europese Unie wordt gekozen door de regeringsleiders. Dat kan minister-president Jan Peter Balkenende vervelend vinden, maar er zijn nu eenmaal partijen die vinden dat dit niet op zo’n achterkamertjesmanier moet gebeuren en daar graag met hem vooraf over praten. Dat is hun democratisch recht.