Maarten van Rossem, Amerika: hoorcollege moderne geschiedenis van de VS en andere Amerika-studies

Hyperactief of zwaar zuidelijk?

Niet alleen historici, ook psychiaters komen met verklaringen voor Amerika’s bijzondere positie in de wereld. Professor Maarten van Rossem redeneert het meest overtuigend. Des te beter dat nu iedereen via de luister-cd van zijn hoorcollege kan genieten.

Maarten van Rossem
Amerika: Een hoorcollege moderne geschiedenis van de VS
Home Academy
Totale speelduur 2 uur 40 minuten. ! 27,50 (cd),
! 22,- (MP3). Voor een

overzicht van de andere cd’s met hoorcolleges,
zie www.home-academy.nl

Scenario en regie Kevin
Willmott, productie Spike Lee
C.S.A: Confederate States of Amercia
91 minuten. IFC Films
Zie www.csathemovie.com

Peter C. Whybrow
American Mania: When More is Not Enough
Norton, 338 blz., $ 24,95
John J. Gartner
The Hypomanic Edge: The Link Between (A Little) Craziness and (A Lot of) Success in America
Simon & Schuster, 355 blz., $ 16,38

Een van de weinige zaken waarover president George Bush en filmmaker Michael Moore het eens zijn, is dat hun land wel zeer bijzonder is. Want of ze hun geboorteland nu afwijzen als uitzonderlijk lomp, dom en slecht of zichzelf op de borst kloppen, exceptioneel vinden Amerikanen hun eigen land zonder uitzondering. Dit exceptionalisme is een sociologische realiteit waar Amerikavorsers niet omheen kunnen. Het behelst de gedachte dat het land zo bijzonder is dat Amerika’s nationale geschiedenis een uitzondering vormt op de gangbare geschiedenis van de mensheid. Immers: Amerikanen hebben iets gecreëerd dat met niets te vergelijken is.

Vorig jaar verschenen er twee wonderlijke boeken die een verklaring voor die uitzonderlijkheid in de genen zoeken. In American Mania, een boek vol geleerde verwijzingen naar het laatste onderzoek op het gebied van de primatologie, neuropsychologie en gentechnologie, probeert Peter C. Whybrow, directeur van het gerenommeerde Neuropsychiatrisch Instituut van de Universiteit van Californië in Los Angeles, aannemelijk te maken dat de Amerikaanse immigranten al van nature onrustig waren. Hoe zwaar de tijden ook zijn, zo schrijft de oorspronkelijk Britse Whybrow, het is altijd maar een uiterst kleine minderheid die een land daadwerkelijk verlaat om het geluk elders te zoeken. Dat zijn speciale mensen, pioniers, opgewonden risicozoekers. Vaker dan thuisblijvers, schrijft Whybrow, beschikten deze immigranten – en dus nagenoeg alle Amerikanen – over de zogenoemde D4-7-allel in hun dopamine receptor system.

Klinisch psychiater D. Gartner van de Johns Hopkins University School of Medicine beweert hetzelfde in het boek The Hypomanic Edge, dat ongeveer gelijktijdig verscheen. Volgens Gartner wordt het speciale karakter van Amerikanen bepaald door de genetische aanleg voor de aanmaak van het hersenhormoon dopamine, dat de stoutmoedigheid, nieuwsgierigheid en actiebereidheid van mensen bepaalt. Gartner neemt aan dat zijn succesvolste landgenoten nagenoeg allemaal lijden en leden aan «hypomanie», een milde vorm van manie die wordt doorgegeven van generatie op generatie. «Het aantal uren dat Amerikanen werken schrijf ik toe aan wat ik wel de ‹immigrantenwerklust› noem, een interne biologische drang die ouders op hun kinderen overdragen via hun hypomane genen.» De meedogenloze, vruchtbare maar soms ook tot frustraties leidende ondernemingszin van de Amerikanen zit volgens Gartner en Whybrow in de genen gebakken.

Het dagblad The New York Times nam de theorie, die de twee wetenschappers onafhankelijk van elkaar maar gelijktijdig hebben uitgebroed, in december 2005 op in het lijstje «belangwekkendste onderzoeksresultaten van het afgelopen jaar». American Mania ligt inmiddels als pocket in de boekhandels. Ook voormalig NRC Handelsblad-correspondent Marc Chavannes haalt Whybrow met instemming aan in zijn onlangs verschenen Op de as van goed en kwaad: Amerika achter de schermen.

Hoe aantrekkelijk de theorie ook is, Amerika is niet de enige immigrantencultuur ter wereld. Landen als Nieuw-Zeeland, Australië en vooral Canada lijken in cijfers en cultuur gek genoeg meer op West-Europa dan op Amerika, vooral in sociaal-economisch opzicht. Op dit feit wijst ook historicus Maarten van Rossem in zijn op luister-cd opgenomen hoorcollege over de moderne geschiedenis van Amerika. Omdat Van Rossem op radio en tv wordt uitgehoord over de meest uiteenlopende onderwerpen zou je bijna vergeten hoe goed en geestig deze begenadigde spreker over Amerika vertelt. Aan de klikjes hoor je dat de uitgever sommige uitweidingen van Van Rossem heeft weggesneden, maar andere zijn respectvol intact gehouden.

Met het hem kenmerkende relativeringsvermogen wijst Van Rossem erop dat ieder land met een flink ontwikkeld nationaal bewustzijn zichzelf exceptioneel acht. Tegelijkertijd erkent hij dat juist in de negentiende eeuw, toen nationalistische beelden overal ter wereld in zwang raakten, Amerikanen veel redenen hadden zichzelf bijzonder te vinden. De geografische leefbaarheidsgrens rukte onstuitbaar op – Van Rossem spreekt van «het omhakken van eindeloze kilometers beukenbos», immigranten stroomden permanent toe, menige kolonist werd bevangen door messianistische neigingen, en dan was daar ook nog eens de slavernij.

Zuiderlingen, zo argumenteert Van Rossem, bepaalden en bepalen voor een belangrijk deel de cultuur en het aanzien van Amerika. Hij suggereert dat het voor veel Amerikanen en burgers in de rest van de wereld een opluchting en zelfs een zegen zou zijn als noordelijke Amerikanen de zuidelijke staten, die opstandig waren in de negentiende-eeuwse burgeroorlog, alsnog de ooit zo gewenste onafhankelijkheid zouden schenken. Van Rossem: «Ze zouden moeten zeggen: dames en heren in het Zuiden, bij nader inzien hebben we ons bedacht.» Als je die zuidelijke staten eraf snijdt, zegt hij, wordt Amerika eigenlijk een vrij gewoon land. Het aantal gevangenen, het aantal ter dood veroordeelden, de sociale voorzieningen – zonder het Zuiden is het allemaal zo dol nog niet.

Spike Lee moet in New York met soortgelijke gedachten hebben rondgelopen. De bekende zwarte regisseur, maker van films over etnische en raciale spanningen in hedendaags Amerika, besloot de documentaire van de hoogleraar filmkunde Kevin Willmott, verbonden aan de Universiteit van Kansas, uit de kleine filmhuizen te halen en te distribueren over heel Amerika. De satirische film van Willmott, door hemzelf ook wel een «mockumentary» genoemd, toont een Amerika zoals dat eruit zou hebben gezien als de zuiderlingen van president Davis de burgeroorlog hadden gewonnen en niet de noorderlingen onder leiding van president Lincoln. Het resultaat is een geestige manipulatie van de werkelijkheid, onder de titel: Conferedate States of America. Ondertitel: They Won.

Veel van dat Amerika is hetzelfde als de huidige samenleving, op een belangrijk aspect na natuurlijk. Slavernij bestaat nog altijd. In een van de betere scènes zie je een bekende televisiedeskundige in een Fox-praatshow zeggen: «Slavery has traditionally been one of the core values of this great nation.» Daarna volgt een reclamespot waarin een keurige, blanke huismoeder een van haar slaven aanprijst. Je kunt hem huren via het internet of de telefoon. In werkelijkheid probeerde de president van de confederatieven, Jefferson Davis, op het einde van de oorlog vermomd als een vrouw naar het Zuiden te vluchten. In de film zien we, in gereconstrueerde beelden zoals die bij History Channel passen, hoe Abraham Lincoln naar Canada vlucht, vermomd en geschminkt als een neger.

Zowel een zwarte hoogleraar filmkunde aan de Universiteit van Kansas als een hoogleraar uit Utrecht houdt via hedendaagse media een bevlogen pleidooi voor de gedachte dat de meeste gekte in Amerika uit het Zuiden komt. En dat het allemaal nog erger had kunnen zijn als de zuiderlingen de noorderlingen eronder en erbij hadden gekregen. Of ze gelijk hebben of niet, in hun presentatie laten de filmmaker en de historicus de psychiaters ver achter zich.