Demissionair premier Mark Rutte kondigt strengere coronamaatregelen aan. © Bart Maat / ANP

Aan de NOS liet de premier afgelopen vrijdag weten dat het hem helaas onvoldoende was gelukt mensen ervan te overtuigen dat ze zich aan de basisregels moeten houden. Het was een ontboezeming die tegelijk nabijheid, vaderlijke zorg en teleurstelling uitdrukte. En tevens illustratief is voor de kloof die er gaapt tussen de binnenwereld van het Binnenhof en de buitenwereld van de rest van Nederland.

In die binnenwereld gedijen integere mensen, die naar eer en geweten, met de beste bedoelingen en voorzien van de laatste technische briefings, het publieke belang zo goed mogelijk proberen te behartigen. En – zo gaat de mare – die daarin ook zouden slagen als die vermaledijde burger zich maar aan het script van de experts zou houden.

Vanuit de buitenwereld zien burgers echter iets heel anders. Narcistische, arrogante politieke professionals die excelleren in het positiespel op de korte baan dat in dit post-politieke tijdperk moet doorgaan voor visie en beleid. Die zich baseren op kennis over de leefwereld van burgers, die is verzameld door gedelegeerde uitvoerders die in de binnenwereld respectvol ‘wetenschappers’ worden genoemd, gefilterd door methodes, theorieën en categorieën die niets te doen hebben met hun ervaringen, en zwaar vertekend in het Haagse neerdalen.

Daardoor worden burgers geconfronteerd met beleid dat eerder hindert dan helpt, eerder verwart dan steunt. En voor wie mij niet gelooft, zijn er inmiddels dikke stapels rapporten van de Nationale Ombudsman, WRR en SCP om dat te staven: politicus en burger leven meer en meer in parallelle werelden.

Het straatrumoer dringt niet door in de Haagse binnenwereld

De uitspraak van Rutte is er de perfecte illustratie van. In de 21 maanden die de coronapandemie duurt, heeft de burger zowat alle denkbare maatregelen, in zowat alle denkbare maten van strengheid, en voor zowat alle denkbare periodes, langs zien komen. Mondkapjes wel/niet; QR-codes wel/niet; afstand houden wel/niet; scholen open/dicht/open – en misschien toch weer dicht; vaccinatieplicht wel/niet; bezoek wel/niet; avondklok wel/niet; horeca dicht/open/dicht; hier wel mondkapje (ov), daar niet (perron), en toen weer wel. En dat in alle denkbare combinaties. En vaak zonder de vraag naar praktische uitvoerbaarheid te stellen: heeft iemand zich op het Binnenhof afgevraagd hoe je negenjarigen (en acht-, zeven- en zesjarigen niet) in het lokaal geen mondkapje, in de gang wel en op het schoolplein weer niet laat dragen?

Niet alleen is menige burger daardoor de kluts volkomen kwijtgeraakt, als je kijkt naar besmettingscijfers, ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen is het ook volkomen onduidelijk welk effect welke maatregelen nu eigenlijk sorteren. Temperatuur en seizoen lijken belangrijkere voorspellers dan mondkapjes, afstand, lockdown en zelfs vaccins: ook al beloofde het kabinet dit voorjaar nog zo stellig dat dit de zilveren kogel was die onze terugkeer naar normaliteit mogelijk zou maken.

Voeg daar een meningenpandemonium van over elkaar heen buitelende OMT-leden aan toe die in talkshows hun witte-jassenstatus misbruiken om hun stokpaardjes te berijden, en je hebt het perfecte recept voor polarisatie, verwarring, politieke paranoia, demonstraties, plunderingen en rellen. De maakbaarheidsillusie van de binnenwereld schuurt schril met de pandemische chaos die de rest van Nederland ervaart.

Helaas dringt het straatrumoer niet door in de Haagse binnenwereld: niet het kabinet is schuldig aan het lakse naleven van de basisregels, de burger is dat. Niet inconsistent, verwarrend en weinig effectief beleid is de oorzaak; de onwil van burgers, die, verleid door populistische amateurs, niet langer geloven in de goede bedoelingen van politieke professionals. Dat is het sentiment dat doorklinkt in de licht verongelijkte toon van Rutte. De badinerende toon van: we moeten het beter uitleggen.

Zweden toont dat het ook anders kan. De Zweedse Jaap van Dissel, Anders Tegnell, legde het in een profetisch interview met de Financial Times omstandig uit. Beseffen dat het virus blijft, dat vaccins geen panacee zijn, dat mondkapjes vooral een symbolische functie hebben, dat je de bevolking moet meekrijgen en dus maatregelen moet nemen die zo min mogelijk inbreken op het dagelijks leven, en – heel belangrijk – met één mond spreken. Volgens Tegnell gaat het jaren duren voordat de mens zich afdoende aan het virus heeft aangepast en zijn nuchterheid en draagvlak dus van het grootste belang.

Het ademt een bezonnenheid en wijsheid, die in het hysterische Nederland ver te zoeken zijn.