Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (16)

De Marokkaanse Faouzi, één van de kleinste jongens van de klas, één van de grappigste ook, houdt ervan toneel te spelen en mij te benaderen als de kleffe figuur die het met mij op een akkoordje wil gooien: ah kom op meester, knipoog hier, knipoog daar, kom op meester, regel ’t effe voor me, jij kan dat voor me regelen, kom op meester… Hoe klein de veertienjarige Faouzi nog is, zijn vertolking van de ritselaar is ongeëvenaard, zijn obsessie met seks ook.

De klas van Faouzi zit vol veertienjarige Marokkaanse jongens en ik vind het een leuke klas. Ze vinden het leuk van mij les te krijgen, niet alleen omdat ik ze in een verloren uur het kaartspel BlackJack heb geleerd – waaraan ik het te danken heb dat sommigen mij nu steevast «blackjacker» noemen – maar vermoedelijk meer nog omdat ik een man ben te midden van vooral vrouwelijke docenten. Faouzi, midden in de puberteit, durft bij mij gemakkelijker voor zijn obsessie met seks uit te komen – hij kan het niet laten – dan bij mijn vrouwelijke collega’s.

Wat ik leuk vind aan Faouzi is dat hij zo expressief is, zijn ogen beginnen letterlijk te fonkelen als ik zeg dat we aan het eind van het blokuur nog wel tien minuten BlackJack kunnen spelen – een spel, heb ik niet verzuimd deze Marokkaanse jongens uit te leggen, dat in casino’s over de hele wereld wordt gespeeld, iets wat het voor hen onmiddellijk een magische glans gaf. Uiteraard – zeg ik er maar bij – spelen wij het spel niet met geld maar met potloden als inzet, waarvan eenieder er bij aanvang vier krijgt. Aanvankelijk voelde ik me wel wat schuldig, dat ik ze dit spel had geleerd – begon ik geen ontaarde leraar te worden? – maar nu ik gemerkt heb hoeveel moeite deze jongens nog hebben met het optellen van de kaarten, van de punten, nu denk ik: het kan helemaal geen kwaad dat we dit spel af en toe spelen – afgezien nog van de sterkere band die het tussen mij en de jongens heeft geschapen.

Ja, dit blackjacken heeft ons nader tot elkaar gebracht, reden dat Faouzi nu steeds openlijker allerlei seksuele toespelingen maakt, anderen trouwens ook, maar Faouzi loopt toch voorop. Hoe aardig ik Faouzi ook vind, ik begin dit wel wat vermoeiend te vinden, en ik heb al gemerkt dat het niet helpt om te zeggen: «Maar Faouzi, jij bent toch moslim, zijn die gedachten wel halal?» En eigenlijk vind ik dat ook wat kinderachtig van mezelf, hem daarop te pakken.

Nee, er is meer voor nodig Faouzi achter de grenzen van het voor mij nog betamelijke te houden. Faouzi schept zelf de gelegenheid als hij met een Spits aankomt waarin een advertentie staat voor telefoonseks, bestaand uit een groot aantal naaktfoto’s op postzegel formaat, van meestal alleen borsten of billen, eigenlijk nooit de hele vrouw. Ritselaar Faouzi toont mij die fotootjes, hé meester, niet wat voor jou meester, deze, of die… Met zijn vinger wijst hij de borsten of billen aan die mij mogelijk zouden bevallen, intussen knipogend naar zijn klasgenoten, die Faouzi en mij goed volgen. Zo nonchalant mogelijk zeg ik, een moment van helderheid: «Maar ik wist niet dat je moeder in de krant stond Faouzi, dat had je me niet verteld. Laat eens zien die foto’s.» Onmiddellijk zie ik zijn blik donker worden – weg is de vrolijke, speelse, provocerende Faouzi, weg ook is ineens die krant, het is alles ernst als hij mij zegt, het klinkt zelfs gekwetst: «Meester, niet over mijn m!
oeder praten hè?» Maar de hele klas lacht hem allang uit, en Faouzi druipt af naar zijn plek.

Een dag later als ik de Antilliaanse Sheila voor het bord haal om daar een zin op te schrijven, zie ik Faouzi’s ogen bijna uit zijn kop rollen. Sheila heeft dan ook kleding aan zo strak dat er maar weinig te raden overblijft, en dan ook nog die ronde billen, het is te veel voor Faouzi. Ik zie hem Mimoun aantikken en ik hoor hem zeggen, half lachend, half kwijlend: seksbeest. Ik heb de verleiding vandaag al weerstaan nog eens op Faouzi’s moeder terug te komen, maar nu bezwijk ik er alsnog voor en vraag terloops of zijn moeder vandaag weer in de krant staat.

Weer zie ik Faouzi’s blik van het ene op het andere moment donker worden, zijn mond vertrekken. Terwijl de hele klas weer in de lach schiet, buigt Faouzi het hoofd, het schaamrood op de kaken. Het is gemeen wat ik nu doe, ik heb het gevoel nu te hard te zijn voor de jongen, roep hem daarom bij me en zeg: loop even mee. Op de gang vertel ik hem dat ik niet wil dat er zo over de meisjes in de klas gepraat wordt, dat het maar grapjes zijn die ik over zijn moeder maak, maar dat ik dat niet meer zal doen, en dat hij bij mij niet met zo’n advertentie voor telefoonseks aan moet komen zetten, dat het afgelopen moet zijn met dat gekwijl over seks. Dat ik wil dat hij mij dat nu belooft, dat ik die ranzigheid in de klas niet meer wil hebben.

Faouzi belooft het, deemoedig. Ik denk: het wordt tijd voor seksuele voorlichting.