Hoofdcommentaar

De ophokmens is bang

Twee weken geleden liet het Rijksinstituut voor Volks gezondheid en Milieu (RIVM) een verklaring uitgaan waarvan niet duidelijk was of hij alar merend dan wel geruststellend bedoeld was. Het was niet eens duidelijk of de waarschuwers zelf wisten wat ze ermee bedoelden.

Bij een wereldwijde uitbraak van een nieuw griepvirus, een zogenoemde «grieppandemie», zullen in de loop van drie maanden vier miljoen Nederlanders ziek worden, aldus het RIVM. Eén op de honderd zal de ziekte niet over leven, hetgeen betekent dat er in ons land ongeveer veertigduizend doden zullen vallen. Volgens het instituut werkt de overheid aan scenario’s om zo’n pandemie te bestrijden. Naar verluidt had men bij het RIVM geen afzonderlijk virus op het oog, maar het is zonneklaar dat het om de vogelgriep gaat. Om niets aan de verbeelding over te laten, plaatste De Telegraaf naast het bericht een foto van een Barneveldse kip.

De media volgen sinds 1997 gretig de opmars van dit virus van Azië naar Europa. Elk menselijk slachtoffer wordt breed uitgemeten. Deskundigen duiden het frontverloop aan met pijltjes en kleurtjes op de wereldkaart, zoals schooljongens ooit met vlaggetjes en punaises het verloop van militaire offensieven aangaven op zelfgemaakte stafkaarten. Met dit verschil dat het virus door trekvogels wordt verspreid (parachutisten) en de vijand schijnbaar overal tegelijk is.

Vertegenwoordigers van de Wereldgezondheidsorganisatie en regionale preventiecentra menen dat we ons moeten voorbereiden op het slechtste scenario en dat elke nuancering van de dreiging onverantwoordelijk is. Na het falen van de Amerikaanse rampenbestrijding in de laatste jaren heeft de regering-Bush zeven miljard dollar vrijgemaakt om een viraal «Katrina» te voorkomen. De Britse overheid zendt circulaires naar huisartsen en gezondheidscentra om toch vooral te laten zien dat het beleid van de Nationale gezondheidsdienst NHS, die tegenwoordig in naam «patiënt-gestuurd» is, niet achterblijft bij de media-aandacht.

Hoe groot is het risico dat er zo’n vogelgriep-pandemie uitbreekt? De zwartste prognoses stellen dat het vogelgriepvirus A/h5n1 elk ogenblik kan muteren in een agressievere variant, waardoor een pandemie ontstaat die vergelijkbaar is met de Spaanse Griep van 1918. Wie enig historisch besef heeft, ziet al meteen dat die vergelijking niet opgaat. De Spaanse Griep werd geboren uit de ontberingen van het laatste oorlogsjaar van de Eerste Wereldoorlog en dankte daaraan zowel zijn snelle verspreiding als zijn hoge mortaliteit. De samenleving is weliswaar sindsdien complexer en dus kwetsbaarder geworden, maar de capaciteit tot preventie is navenant gegroeid.

En hoe dreigend het woord ook klinkt, het begrip «mutatie» staat niet gelijk aan een doodvonnis voor één op de honderd vader landers. Mutaties bepalen de genenpool waaruit door natuurlijke selectie de meest kans rijke varianten overleven. En hoe agressiever een virus is, des te groter is de kans dat het zichzelf uitroeit omdat de dragers overlijden voordat ze het virus kunnen overbrengen op anderen. Zo ging het bij de periodieke uit braken van het ebola-virus in Congo. Een A/h5n1-mutant staat dus allerminst gelijk aan Boccaccio’s «dodelijke pestilentie die zijn oorsprong in het Oosten vond en zich onstuitbaar van plaats naar plaats spoedde, om ten slotte rampzaligerwijs het Westen te bereiken».

Volgens het Europees Centrum voor Ziektepreventie en Controle (ECDC) in Stockholm is de vrees overdreven: «Het menselijke gezondheidsrisico als gevolg van het virus in zijn huidige vorm is laag en betreft mensen die direct in aanraking komen met geïnfecteerde vogels.»

Het ECDC constateert twee zwakke eigenschappen aan het virus, namelijk dat het slecht aan mensen is aangepast en dat het moeilijk overdraagbaar is. Natuurlijk kan het deze bar rières door mutatie overwinnen, maar dat gold voor elke griepvariant die de afgelopen honderd jaar Europa bereikte. Kortom, de angst voor de vogelgriep neemt epidemische proporties aan, niet de vogelgriep zelf. Waar komt die angst vandaan?

Het grote vogelgriepsterven is niet de enige irreële angst van de opgehokte westerling. We zijn doodsbang voor terrorisme, veranderingen in het klimaat, migratie, genetische experimenten en Big Brother. De psychiatrie heeft daar een begrip voor: free-floating anxiety, een diffuus angstgevoel dat verbonden is met angstpsychosen en neurotische aandoeningen en dat zich in het bewustzijn van de patiënt nu eens aan de ene, dan weer aan de andere (al dan niet imaginaire) dreiging hecht. Volgens de psychoanalyse is deze angst een dekmantel voor een andere angst, veroorzaakt door verdrongen herinneringen, schuldgevoelens en verboden verlangens.

Het is verleidelijk om dit klinische begrip, dat zijn vaste plaats heeft in de diagnose van individuele patiënten, toe te passen op de samenleving als geheel. Dat is natuurlijk wetenschappelijk onverantwoord – maar hetzelfde geldt voor veel vogelgriepverhalen die momenteel de ronde doen. We hebben de mond vol van de beschaving, de vrijheid en talloze andere waarden die we te verliezen hebben, maar het zou een studie waard zijn om eens te onderzoeken wat we zoal te ver bergen hebben, onder meer in onze omgang met dieren. Daar zou iemand eens zeven miljard dollar voor moeten uittrekken.