Sport

Geen voetbal maar hockey

De hockeymannen wonnen zilver bij het Europees kampioenschap. Klinkt mooi, maar een Europees kampioenschap is wat veel gezegd voor een sport die eigenlijk alleen nog in Nederland professioneel en landelijk wordt beoefend. Dat Nederland afgelopen weekeinde toch weer geen kampioen werd, kwam omdat in Spanje een Nederlandse superfreak bondscoach is, Maurits Hendriks. Dat het Europees kampioenschap ook in de jaren hiervoor bijna nooit door Nederland is gewonnen, ligt verder vooral aan onze oosterburen. En dan heb je het gehad. De olympische sport hockey wordt in Europa door drie à vier landen op een beetje niveau beoefend. In Nederland bloeit de hockeysport meer dan waar ook in de wereld.

Overal zie je prachtige, kapitale kunstgrascomplexen en bloeiende verenigingen. Steeds meer vooral zeer autochtone ouders laten hun kinderen hockeyen in plaats van voetballen. Dat is gek, want voetballen is de sport die je op elke plek kunt beoefenen, van de straat tot het strand, en de sport waar je niets voor nodig hebt behalve een bal. Voor hockey heb je in elk geval een stick nodig, plus die harde bal. Toch neigen steeds meer kinderen uit vooral de autochtone gezinnen naar hockey. Hockey is zonder dat daar enig beleid achter zit het grote voorbeeld van segregatie, of anders gezegd, voorbeeld van mislukte integratie. Het is slechts een constatering. Hoe komt dat? Heb vaders die vroeger goed hebben gevoetbald gevraagd waarom ze hun kinderen op hockey hebben gedaan. Een van de redenen is de sfeer bij het hockey, die als «beschaafder» wordt ervaren. Bij hockey is geen agressie, hockey biedt de veiligheid die de ouders van nu voelden als kind van de jaren zestig en zeventig.

Voetbal is veel basaler, bij voetbal wordt gescholden, en met name een jeugdvoetbalwedstrijd wil door toedoen van ouders nog wel eens uit de hand lopen. Het lijkt wel of voetbal meer emotie losmaakt dan hockey. Misschien is een voetballend kind voor de ouder (pardon, vader) veel meer een plaatsvervanger van de eigen ambitie met alle vreselijke gevolgen van dien dan een hockeyend kind. Daarom was het incident tijdens het vorige week in Duitsland verspeelde Europese kampioenschap zo aandoenlijk. Een aantal spelers was ’s nachts op een terrasje wat gaan drinken. Daarover had De Telegraaf geschreven. Niets aan de hand, denk je. Maar de Nederlandse bondscoach was kwaad, op zijn spelers die zich niet professioneel hadden gedragen tijdens een toernooi waarin ze maar twee echte wedstrijden moesten spelen, én op de krant die het incident had vermeld. De journalist vreet toch ook van de sport, zou de bondscoach hebben gezegd. Even had hockey de grandeur van het Nederlands voetbalelftal.