MUZIEK Ray LaMontagne

I love you, Ray

Het schilderij Les massacres des innocents van Nicolas Poussin schokte Francis Bacon zo diep dat hij stopte met meubels maken en begon te schilderen. Jazzclubeigenaar Haruki Murakami besloot schrijver te worden toen hij op een tribune de slagman van zijn favoriete honkbalclub een dubbele honkslag zag slaan. Bij Ray LaMontagne (1973) zorgde de tokkelblues Tree Top Flyer van Stephen Stills dat hij zijn baan in een schoenenfabriek opgaf en een carrière begon als muzikant. Aardige weetjes die je in bijna elke biografie terugvindt, maar wat je er verder mee moet staat er meestal niet bij.
In het geval van Ray LaMontagne wordt het wel meteen duidelijk als je naar Tree Top Flyer luistert. In het subtiele contrast tussen het nette gitaarspel en de rauwe stem van dat nummer hoor je de blauwdruk van zijn liedjes. Meestal ingetogen, geraffineerd en met een soort verborgen onderstroom die de spanning vasthoudt. Dankzij de schuurpapieren stem en de openhartige, gelaagde teksten kruipen zanger en muziek ongemerkt snel onder je huid.
Zijn laatste album heet Gossip in the Grain en opent ongekend uitbundig. De blazers op het zomervrolijke You Are the Best Thing verwijzen naar oude soultijden of de betere periodes van Van Morrison, met wie LaMontagne vaak wordt vergeleken. Aan het perfect uitgebalanceerde Till the Sun Turns Black (2006) kan deze derde cd net niet tippen, maar het is zeker een waardige opvolger. Naast karakteristieke ‘mooie’ liedjes (die vrouwelijke concertbezoekers na elk nummer ‘I love you, Ray’ doen roepen) laat hij ook een ander geluid horen. Zo maakt hij aanstekelijke bluegrass op Hey Me, Hey Mama en broeierige country-rock-’n-roll met Henry Nearly Killed Me (It’s a Shame).
Het intieme en openhartige karakter van zijn muziek en teksten staat bijna haaks op LaMontagne’s gereserveerde verhouding tot de buitenwereld. Hij houdt niet van lange tournees en is schuchter op het podium en in het contact met de pers. Hij maakt liever gewoon muziek of zit op zijn boerderij met zijn gezin. Dat belet hem overigens niet om een gepassioneerde ode te brengen aan Meg White (de drummer van de White Stripes), in precies de kenmerkende rudimentaire stijl van White. ‘Playin’ those drums is hard to do/ It’s true/ And nobody plays them quite like you do/… Meg White/ You’re alright/ In fact, I think you’re pretty swell/ Can’t you tell?’ zingt hij. Meg White lijkt met een knipoog geschreven, maar blijkt een serieuze steunbetuiging aan de muzikant over wie naar zijn mening vaak te laatdunkend gedaan wordt door de pers, die hij dus net zo kritisch benadert als het om anderen gaat.
Het groeiende succes en een enthousiast publiek geven LaMontagne wel steeds plezier in het optreden. Daarbij helpt ongetwijfeld ook de waardering van collega’s, die soms uit onverwachte hoek komt. Zo bezocht Stephen Stills in Californië meermalen een concert van hem. In een interview vertelt LaMontagne onomwonden over de keer dat Stills backstage kwam. ‘Hij zei: “You sing great songs and you sing the hell out of them.” Hij was erg aardig, tot hij geld wilde lenen. Toen heb ik hem maar doorgestuurd naar iemand anders.’

Ray LaMontagne, Gossip in the Grain (Warner/Warner). Te zien in Paradiso, Amsterdam (23 en 28 februari) en Tivoli, Utrecht (27 februari)