I.m. octavio paz (1914-1998)

Bij een verre ziel sta je er niet steeds bij stil, alsof alles altijd in orde zal blijven als je elkaar niet ziet, en dan ineens valt toch de klap. Dat zelfs Octavio Paz, de belichaming van alle brille in Latijns Amerika, de zwierige, kosmopolitische denker en een aardig mens bovendien, dood moest gaan! Natuurlijk, hij was oud, hij had kanker, en ook hij was uiteindelijk sterfelijk. Het is niet te verkroppen, maar het is zo.

Hij, de dichter-denker uit Mexico, noemde zichzelf hardnekkig ‘socialist’. Het heeft me altijd ontroerd hoe weinig gemakzuchtig hij dat begrip interpreteerde. Hij had de partij die de winst van de Mexicaanse Revolutie (1910-1920) zou vertegenwoordigen, zien verkalken tot de Geãnstitutionaliseerde Revolutionaire Partij, een paradox van jewelste. En hij werd willens en wetens politicus zonder partij na het bloedige neerslaan van de studentenopstanden in 1968 in Mexico-Stad, dat hem ertoe bracht zijn glanzende diplomatieke carriŠre op te geven. Dat hij zich niettemin wilde verbinden aan enig -isme kan ik maar op ÇÇn manier verklaren: He had a dream.
In een essay uit zijn bundel El ogro filantr¢pico (De menslievende menseneter) - daarmee wordt de staat bedoeld - laakt hij Sartre als een kokette en corrupte draaikont. Zelf betoonde hij zich steeds opnieuw een felle maar integere meedenker. Hij had allure en buitengewoon veel charme. Toen hem in 1990 de Nobelprijs voor de literatuur werd toegekend, moet de hele Academie in Stockholm diep voor hem hebben gebogen. Anders dan zo wens ik mij dat niet voor te stellen.
Zijn bekendst gebleven boek, Labyrint der eenzaamheid (1959), cirkelt rond het doodsbesef dat in Mexico sterker is dan bij ons; zie de boeken van Rulfo of de tekeningen van Posada. Heimwee naar de dood heette de bundel die bij ons uitkwam naar aanleiding van het optreden van zeven Mexicaanse dichters, onder wie Paz, op Poetry International '74. Paz stal de show met zijn culturen en tijden omvamende lyriek Çn, niet te vergeten, met zijn aristocratische verschijning. Ik zag het aan als prille student en wist dat het goed was.
Hij heeft de naam moeilijk te zijn en dat is hij ook. Om te beginnen zijn de genres die hij beoefende, de essayistiek en de po‰zie, niet de eenvoudigste. Toch vindt de lezer die het bevattelijke zoekt ook veel van zijn gading, zoals blijkt uit dit slotgedicht van zijn laatste in het Nederlands verschenen dichtbundel (Nachtmuziek over San Ildefonso, uitg. Meulenhoff, vert. Stefaan van den Bremt en Guy Posson, 1993). Het vormt een resumerend aanhangsel bij de voorafgaande gedichten en voor mij verwoordt het die dream van hem, die inhoudt dat een alerte levenshouding hoe dan ook loont. Ik wil het voor de gelegenheid te citeren: het lijkt troost te bieden bij deze dood. Dank ook hiervoor, Octavio Paz.
CODA
Wellicht is liefhebben leren lopen in deze wereld. Leren verstillen zoals de linde en de eik uit de fabel. Leren kijken. Jouw blik werpt zaadjes. Hij heeft een boom geplant. Ik praat omdat jij het gebladerte beroert.