Sport

Super!

Het gebeurt af en toe in de literatuur, en dan ontstaat er opwinding. In een bijna even opwindend domein van de maatschappij, de topsport, is het soms ook aan de orde, en ook daar gaat het gepaard met enthousiasme: de nieuwe generatie.

Het afgelopen weekend heeft het Europees kampioenschap schaatsen duidelijk gemaakt dat er een wisseling van de wacht gaande is in de nationale trotssport. Een nieuwe generatie dient zich aan. Er zijn «jonkies» opgestaan die de «oude garde» in de nek hijgen.

Bij de mannen is er «wonderkind» Sven Kramer (18), zoon van de bijna legendarische Yep. Bij de vrouwen is er Ireen Wüst (18). Ze werden nog net geen Europees kampioen (tweede en vierde), maar dat komt volgend jaar wel. Doet er ook niet toe. Het gaat erom dat ze in korte tijd aan de top zijn gekomen. En de zittende klasse bang maken.

Dat vinden we leuk. Een nieuwe generatie! Verandering! Vooruitgang! Vernieuwing! Paradigmawisseling! Wisseling van de wacht.

Die huidige wacht, die de dienst uitmaakt, dat zijn oude rotten als Anni Friesinger, Claudia Pechstein en Renate Groenewold bij de dames, en Jochem Uytdehaage, Carl Verheijen en Mark Tuitert bij de heren. (Om Mark Tuitert, die twee jaar geleden zelf nog een nieuweling was en uit het niets grote wedstrijden won, nu al weer af te schrijven is niet alleen cru, maar wijst ook op een merkwaardig soort verveling. De omloopsnelheid van succes wordt blijkbaar steeds groter.)

Er zijn opvallende verschillen tussen de oude en de jonge garde. «Jonkie» Ireen Wüst bijvoorbeeld, die verraste en verbaasde op het Europees kampioenschap, is de tegenpool van de «ervaren» Renate Groenewold. Groenewold had een slecht EK, mede als gevolg van een «klotezomer». Haar vader stierf, haar relatie liep op de klippen, en Renate zat veel te veel «in haar gevoel». Het liep allemaal niet lekker. Toen tijdens het EK officieel bekend werd gemaakt dat het probleem van Renate niet «psychisch» was maar fysiek ging er een zucht van verlichting door het stadion.

Het lag dus niet aan haar getourmenteerde geest, waardoor ze niet goed «in gesprek met het ijs» kon gaan, zoals haar generatie altijd doet – geleerd van coach Henk Gemser. Maar fysiek is altijd psychisch, zeiden Koot en Bie al. Bij Renate wel, tenminste. En als je moet «luisteren naar je lichaam», zoals haar is geleerd, word je vanzelf te «kwetsbaar» als je te veel «in je emotie zit».

Bij Ireen Wüst is het anders. Zij ging gewoon «super»! Wüst klinkt als een Brabantse jovialo zoals neergezet door Hans Teeuwen (leuk om zelf thuis na te doen). Schor, platachtig en luid pratend kreeg Wüst de Nederlandse kijkers aan haar voeten. Eerst dachten we dat ze zo schreeuwde om het dweilorkest op de achtergrond te overstemmen, maar toen de muziek ophield, dempte ze haar volume niet.

Integendeel.

Dit is wat topsport nu dus is, zei Mart Smeets. Spontaniteit, bravoure, brutaliteit, eenvoud. Smeets had de toekomst van het schaatsen gezien, en die heette Ireen Wüst, de «Malle Babbel» van het vaderlandse hardrijden op de schaats.

Ondertussen brulde Ireen Wüst tegen de interviewer van de NOS: «Ik bedoel, het is gewoon super. Gaaf. Supergaaf. Ik kon hier alleen maar van dromen. Jongejongejonge, wat super! Eerst ga ik naar het WK, en daarna ga ik gewoon verder met mijn progressie!»