Nieuwe hoop in Zuid-Afrika

‘I wanna lend a hand’

Een indrukwekkende staat van dienst heeft Cyril Ramaphosa, in 2012 door Jacob Zuma zelf benoemd tot vice-president, en nu zelf president. Kan deze man met de ‘fluwelen tong’ nu voorgoed afrekenen met Zuma?

Medium anp 55183270
Toen nog ANC-voorzitter Cyril Rama­phosa (l) samen met president Jacob Zuma op de 106de verjaardag van het het ANC. 13 januari © Siphiwe Sibeko / Reuters / ANP

De woensdagavond waarop president Jacob Zuma na dagen van onduidelijkheid eindelijk zijn voortijdige aftreden aankondigde, Valentijnsdag, barstten er in Zuid-Afrika geen spontane feesten los. Nee, het land maakte de balans op van negen jaar wanbestuur. Een schokkende lijst: junkstatus, staatsinkapseling, gigantische jeugdwerkloosheid, leeggeroofde staatsbedrijven, gedemoraliseerde belastingdienst, onthutsende misdaadcijfers, uitgeholde veiligheidsdiensten, incapabele en corrupte ministers, verkruimelende infrastructuur, raciale frictie en een bevrijdingspartij – zijn partij, Zuma’s partij – die haar geloofwaardigheid kwijt is. De eindconclusie was hard: Zuma had geen visie; hij en zijn coterie waren puur en alleen uit op eigen gewin.

Maar twee dagen later veerde het bipolaire land alweer op. De State of the Nation-speech van Zuma’s opvolger, Cyril Ramaphosa, gaf hoop. Een ontspannen Ramaphosa sloeg de juiste toon aan, laverend tussen joviaal en ernstig. Hij toonde zich praktisch en oplossingsgericht, met het juiste snufje Mandela-nostalgie. Als een politieke chirurg ontleedde hij zijn zieke land. Het meest urgent, zei hij, is het creëren van werkgelegenheid, met name voor jongeren. De jeugdwerkloosheid ligt boven de vijftig procent en ongeveer de helft van de kinderen maakt de middelbare school niet af. Daarnaast wil Ramaphosa de investeerders aantrekken die het de laatste jaren hebben laten afweten. Hij drong aan op nauwe samenwerking tussen de zakensector en de overheid. De nadruk komt op technologie, infrastructuur, herverdeling van de grond, herziening van de mijnbouwstatuten. De ambtenarij zal onder handen worden genomen. Het OM, vol twijfelachtige pro-Zuma benoemingen, zal worden gereorganiseerd. Datzelfde geldt voor de belastingdienst, eveneens vol twijfelachtige benoemingen van Zuma-getrouwen.

Ramaphosa liet het niet bij beloften. Met het aanpakken van de jeugdwerkloosheid wordt volgende maand al een begin gemaakt, als er een jeugdwerkgelegenheidsdienst wordt gelanceerd, die binnen drie jaar een miljoen betaalde stageplaatsen in het bedrijfsleven moet creëren. En de staatsbedrijven, die vrijwel zonder uitzondering kampen met zware verliezen, incompetentie en corruptie, zullen een voor een onder de loep worden genomen en krijgen nieuwe bestuurders die ‘kundig zijn en ervaring en integriteit hebben’. Ze mogen zich niet bemoeien met tenders, want daar ging het onder Zuma net iets te vaak mis.

En dat snufje idealisme? Toen hij was aangekomen bij het einde van zijn speech citeerde Ramaphosa Thuma Mina, een lied van de onlangs overleden Zuid-Afrikaanse jazzheld Hugh Masekela: ‘I wanna be there when the people start to turn it around/ When they triumph over poverty/ I wanna be there when the people win the battle against AIDS/ I wanna lend a hand/ I wanna be there for the alcoholic/ I wanna be there for the drug addict/ I wanna be there for the victims of violence and abuse/ I wanna lend a hand/ Send me.’ Hij sloot vervolgens af met de woorden: ‘De tijd is voor ons allen gekomen om samen te werken, ter ere van Nelson Mandela, om te bouwen aan een nieuw, beter Zuid-Afrika voor iedereen.’ Het leverde hem een staande ovatie op, zelfs van de leden van het radicale eff, in het verleden goed voor knokpartijen in het parlement.

Ramaphosa speelde het politieke spel de afgelopen maanden briljant, tergend langzaam en met eindeloos geduld. Af en toe, als Zuma dwars lag of met bizarre eisen kwam, draaide hij de duimschroeven aan. Zo viel de speciale opsporingsdienst, de Hawks, op die woensdagochtend, Valentijnsdag, toen Zuma zelfs nog niet over aftreden leek te peinzen, de huizen en kantoren van de Gupta’s binnen, de Indiase zakenfamilie, wier naam inmiddels synoniem is met staatsinkapseling. De Gupta-broers en neef waren midden jaren negentig naar Zuid-Afrika gekomen als computerverkopers en hadden zich via Zuma’s zoon Duduzane een weg naar de top geklauwd. Ze onderhielden nauwe contacten met ministers met strategische portefeuilles, zoals Financiën, Mijnbouw en Energie. Ze ‘adviseerden’ Zuma bij het aanstellen van nieuwe ministers. Ze streken enorme bedragen op bij het toekennen van tenders. Miljarden euro’s zijn in de loop der jaren op onrechtmatige wijze via het Gupta-netwerk het land uit gesluisd. Zuma had een parallelle staat geconstrueerd waarin hij en zijn vrienden ongestoord hun gang konden gaan, met tentakels die reikten tot in de belastingdienst, het OM en de veiligheidsdiensten.

Het was uiteindelijk die verstrengeling van de Zuma-coterie met de Gupta-clan die hem de das omdeed. Corruptie was al gemeengoed tijdens de apartheid en gebeurde ook onder Mandela. Toen al werd Zuma genoemd bij de zogenaamde ‘arms deal’, waarbij de internationale wapenleveranciers met smeergeld strooiden om lucratieve contracten op te strijken. Niks nieuws dus. Maar het keerpunt kwam op 9 december 2015, toen Zuma op instigatie van de Gupta’s zijn onkreukbare minister van Financiën Nhlanhla Nene verving door een onbeduidende backbencher, Des van Rooyen, die geen enkele economische ervaring had, maar wel geregeld bij de Gupta’s over de vloer kwam. De gevolgen waren catastrofaal: de rand kelderde, de verliezen op de beurs waren enorm en investeerders trokken zich ijlings terug. Vier dagen later verving Zuma zijn nieuwe minister weer, maar het leed was geschied. Zuma en Gupta’s werd ‘Zupta’s’ – een Zuid-Afrikaanse vloek.

Ramaphosa speelde het politieke spel de afgelopen maanden briljant, tergend langzaam, eindeloos geduldig

Toen bewees het land dat het een ware democratie is. De onafhankelijke pers ging graven. Er kwamen honderdduizenden Gupta-e-mails boven water, die hielpen de gordiaanse Zupta’s-knoop te ontwarren. Er verscheen een half dozijn goed gedocumenteerde boeken over het perfide Zuma-rijk. De civil society kwam in actie. Honderdduizenden Zuid-Afrikanen gingen in april vorig jaar de straat op en eisten Zuma’s aftreden. De oppositie lanceerde de ene na de andere motie van wantrouwen. Maar zelfs bij de laatste, de achtste, waarbij voor het eerst in het geheim mocht worden gestemd, schaarde een grote meerderheid van de anc-Kamerleden zich wederom achter hun leider – partijdiscipline en angst om de baan te verliezen bleken zwaarder te tellen dan de toekomst van het land.

Maar nu, nu de keizer geen kleren meer aanheeft, heeft het anc Zuma als een baksteen laten vallen. Opportunisme hoort nu eenmaal bij politiek. Belangrijke vraag: hoe gaat Ramaphosa om met de pro-Zuma factie, die toen hij in december vorig jaar tot anc-voorzitter werd gekozen nog heel machtig was. Er waren toen 4708 afgevaardigden, en Ramaphosa kreeg 179 stemmen meer dan zijn rivaal Nkosazana Dlamini-Zuma, de ex-vrouw van Jacob Zuma. Met andere woorden: hadden er negentig mensen anders gestemd, dan zou Zuma nu nog gewoon staatshoofd zijn en zou zijn ex-vrouw hem midden volgend jaar hebben opgevolgd. Dat was het scenario dat Zuma in gedachten had, met in het achterhoofd dat de 783 aantijgingen van fraude, corruptie en de beschuldiging van staatsinkapseling dan wel in der minne zouden kunnen worden geschikt. Negentig stemmen…

Nu hij zich van Zuma heeft ontdaan en kan rekenen op de steun van het land en de partij zal Ramaphosa waarschijnlijk snel korte metten maken met de oude orde. Er circuleren al lijsten met nieuwe ministers, waarop de namen van alle Zuma-getrouwen ontbreken.

Hunkerend naar normaliteit zien Zuid-Afrikanen Ramaphosa als de Verlosser. De 65-jarige president heeft ontegenzeglijk een imposante staat van dienst. Tijdens de apartheid maakte hij deel uit van het United Democratic Front (udf), een brede binnenlandse coalitie waartoe de progressieve kerken, dienstweigeraars, linkse ngo’s en de vakbonden behoorden. Ramaphosa’s activistenbasis was de National Union of Mineworkers (num), waarvoor hij onder meer de complexe onderhandelingen met multinational Anglo American voerde. Zijn uitgekiende tactiek, een combinatie van intimidatie, charme, humor en geduld, maakte hem de ideale man om in 1991 voor het anc de taaie, schier eindeloze besprekingen met de apartheidsleiders te voeren over een machtsoverdracht. Hij deed dat zo voortreffelijk dat president F.W. de Klerk hem in zijn autobiografie The Last Trek beschreef als een sluwe vos met ‘koude, berekenende ogen’ en een ‘fluwelen tong’, continu op zoek naar de meest kwetsbare plek van zijn tegenstanders.

Ramaphosa werd in 1994 genoemd als vice-president onder Mandela. Maar die gaf uiteindelijk de voorkeur aan Thabo Mbeki. Teleurgesteld zei Ramaphosa in 1997 de politiek vaarwel, al bleef hij lid van het anc. Hij ontpopte zich tot succesvol zakenman en behoorde al snel tot de rijkste mensen van Zuid-Afrika. Die puissante rijkdom is goed, betogen zijn aanhangers, want dat maakt hem moeilijk omkoopbaar. Zuma benoemde hem in december 2012 onverwacht tot vice-president. Niet omdat hij nou zo dol was op Ramaphosa, maar omdat het paste in zijn machiavellistische strategie waarbij hij iemand uit het andere kamp impopulaire beslissingen liet nemen en ondankbare taken liet opknappen. Dat deed Ramaphosa met verve. Er was voor Zuma geen reden om hem te ontslaan.

Het lijkt nu allemaal zo klaar als een klontje. Zuma’s rol is uitgespeeld en hij kan zich opmaken voor een reeks rechtszaken. Maar zo eenvoudig is het niet. Zuma was een gehaaide politicus met een fanatieke achterban. Als het nodig was speelde hij de zwart nationalistische kaart en maakte handig gebruik van zijn nederige afkomst (herdersjongen die de lagere school niet kon afmaken vanwege geldgebrek) en het feit dat hij zijn leven heeft gegeven aan het anc, de partij waarbij hij zich als zeventienjarige in 1959 aansloot. Hij was de kandidaat van de miljoenen laagopgeleiden die zich gekleineerd voelden door de witte, en in toenemende mate door de zwarte stedelijke middenklasse en de chiqueanc-leiders.

Zuma vertegenwoordigde dat andere Zuid-Afrika. Hij stond zich voor op zijn traditionalisme, zijn Zoeloe-afkomst, het grootste volk van Zuid-Afrika, trots, met een koning die zijn onderdanen gemakkelijk tot geweld kan aanzetten. Dat deed hij bijvoorbeeld in 2015 toen hij tijdens een bijeenkomst zei dat ‘buitenlanders’ moesten vertrekken. Sommige van zijn volgelingen interpreteerden dat als een oorlogsverklaring en gingen spoorslags op buitenlanderjacht.

Een week voor zijn afscheidsrede was Zuma nog bij de koning te rade gegaan, wat tot speculatie leidde dat de Zoeloes ontevreden waren en er een opstand dreigde. Het was een beproefde tactiek van Zuma. ‘Telkens wanneer hij in moeilijkheden verkeerde verscheen hij in KwaZoeloe-Natal om de troepen te verzamelen. Hij was uiterst bedreven in dat gevaarlijke en cynische spel. Hij speelde dat ook de afgelopen weken en maanden, waarbij hij net niet op de alarmknop drukte’, schreef columnist Mondli Makhanya in City Press. Het thuisfront in KwaZoeloe-Natal beschouwt Zuma als ‘slachtoffer van politieke vervolging’. In hun ogen is Ramaphosa een parvenu, onderdeel van de zwarte bourgeoisie, een modernist. Zuma liet er geen twijfel over bestaan dat hij zich verraden voelt door zijn eigen partij, die nu onder leiding van Ramaphosa naar de pijpen danst van de witte zakenwereld. De afvalligen, zei hij in zijn laatste redevoering, op die bewuste woensdagavond, Valentijnsdag, ‘dienen de belangen van de onderdrukkers van weleer, die opgetogen toekijken hoe wij elkaar afmaken’.