De duitse canon: Johannes Heesters wordt 103

‘Ich bin, Gott sei Dank, nicht mehr jung’

Acteur en zanger Johannes Heesters is de beroemdste Nederlander in Duitsland en onderdeel van de Duitse canon. In Duitsland zou niemand op het idee komen dat Heesters in Nederland persona non grata is. Volgende week wordt hij 103.

Hij is zonder twijfel de meest beroemde Hollander in Duitsland, Johannes Heesters, de grandseigneur van de operette. Een man die men zich daar meestal voorstelt met rok en hoge hoed, een witte shawl lichtjes om de schouders, met het lied Da geh’ ich ins Maxim op de lippen. Zo trad Heesters sinds 1935 op in Duitse films, op Duitse podia en in Duitse tv-shows. En die films, met name die tot 1945 door de ufa in Berlijn werden gemaakt, behoren tot het ijzeren klassieker-repertoire van de Duitse omroep. Der Bettelstudent, Gasparone, Fledermau_s, Hallo Janine_ en Karneval der Liebe zijn nog wekelijks op een of andere zender te zien, en in elk warenhuis in Duitsland kun je Heesters-films op dvd krijgen – om maar te zwijgen van de talloze _evergreen-_cd’s. Toen de Duitse omroep twee jaar geleden zijn honderdste verjaardag vierde met een gala kwamen niet alleen collega’s als de operazangeres Annelies Rothenberger Heesters feliciteren, maar ook piepjonge sterren als Cosma Shiva Hagen (1981, dochter van Nina Hagen). Zij betuigden hun bewondering voor de altijd vrolijke bon-vivant, met die volmaakte elegantie en dat onnavolgbare Hollandse accent. Een journalist schreef eens – half ironisch, maar toch treffend – dat Heesters ‘het houdbaarste artikel was wat ooit door Duitsland uit Holland is geïmporteerd’. Daarbij vergeleken stelt Rudi Carrell niets voor.

In het licht van Heesters’ voortdurende populariteit en zijn onafgebroken aanwezigheid in de media gedurende acht (!) decennia is het verbazend dat het levenswerk van de acteur en entertainer dit jaar voor het eerst met een tentoonstelling werd geëerd. De Berlijnse Akademie der Künste toonde de show Johannes Heesters – op het spoor van een fenomeen. Daar werden delen uit het privé-archief gepresenteerd dat Heesters twee jaar geleden aan de AdK schonk onder de voorwaarde dat daaruit nog tijdens zijn leven een tentoonstelling gemaakt zou worden.

Het was een kleine maar informatieve presentatie over de belangrijkste fasen uit Heesters’ leven. Zijn jeugd in Amersfoort, zijn eerste beginselen in de Amsterdamse Stadsschouwburg, het Paleis voor Volksvlijt en de Bouwmeesterrevue; zijn huwelijk met de Belgische operettediva Wiesje Ghijs, de route van Wenen, over München, naar Berlijn, naar de nazi-film, waarvan Heesters de absolute ster werd. Het nazi-Wunschkonzert, waar hij een geliefde gast was, zijn optreden als Danilo in Hitlers lievelingsversie van Die lustige Witwe, in 1938; zijn ruzie met propagandaminister Goebbels in 1944, zijn comeback na de oorlog, daarna de vele film- en toneelrollen, naast Marika Rökk, als ‘Bel Ami’ in de gelijknamige cultfilm, of als Honoré Lachailles in de musical Gigi, zijn beroemdste Altersrolle (‘Ich bin, Gott sei Dank, nicht mehr jung’). Ook werd melding gemaakt van het fatale bezoek van Heesters aan het concentratiekamp Dachau, waarvoor hij zich later schaamde, en openlijk verontschuldigde – de letterlijke tekst daarvan werd weergegeven.

In de vorm van drie foto’s en een paar fanbrieven documenteerde de tentoonstelling ook de naoorlogse carrière van Heesters in Nederland, onder meer zijn omstreden optreden in Amsterdam, in 1964, in The Sound of Music. Voor Duitse bezoekers, die Heesters zijn blind- of bijziendheid waar het om de nazi’s ging al lang vergeven hebben, is het volkomen onbegrijpelijk dat in de brieven uit Nederland (tussen 1998 en 2004) de schrijvers zeggen zich te schamen voor hun landgenoten en zich verontschuldigen voor de afwijzende houding tegenover Heesters. Hier was uitleg nodig, want in Duitsland zou niemand op het idee komen dat Heesters in Nederland persona non grata is. Toen dat daar kort geleden in een tv-interview ter sprake kwam brak Heesters nog maar eens in tranen uit.

Heesters’ betekenis voor de Duitse film- en operettegeschiedenis, ja voor de Duitse geschiedenis van voor, tijdens en na de oorlog is zo groot dat men zich in Nederland ook wat opener zou kunnen opstellen ten opzichte van Het Fenomeen, bijvoorbeeld door de Berlijnse tentoonstelling over te nemen (en van commentaar te voorzien). Het zou goed zijn om zijn films, die een navrant beeld van hun tijd geven, ook eens – met passende achtergrondinformatie – aan een jonger publiek voor te stellen. Bovendien bevindt zich in het Theaterinstituut Nederland veel materiaal over de Bouwmeesterrevue, en optredens van Heesters in de jaren twintig.

De laatste biografie, geschreven door de jonge Jürgen Trimborn, verscheen in 2005 in pocketvorm. De volgende, door zijn huidige echtgenote Simone Rethel samengesteld, komt dezer dagen als groots geïllustreerd koffietafelboek uit, met veel van de (fantastische) foto’s die in Berlijn getoond werden. In de AdK is men bezig het Heesters-archief te catalogiseren. Binnenkort wordt het complete bestand – ongeveer honderdduizend bladzijden – toegankelijk. Daartoe behoren Heesters’ correspondentie met theater- en filmpartners, duizenden foto’s, persoonlijke notities, biografische documenten als paspoorten, contracten en ambtelijke stukken en familiecorrespondentie. Dat alles levert informatie over het privé-leven van de artiest die node werd gemist: informatie over hoe het er onder dat eeuwige rokwit binnen in de mens Heesters uitziet. Wat hij voelde toen de nazi’s in 1940 Nederland binnenmarcheerden of toen hij in 1964 van het podium van theater Carré werd weggefloten. Nederland kent alleen de professionele kant van Heesters, de eeuwige entertainment-overlevingskunstenaar. Misschien kunnen de Nederlanders de lacune zelf eens vullen met een tentoonstelling. Of wachten ze liever tot Heesters dood is?

Jürgen Trimborn, Der Mann im Frack:

Johannes Heesters. Biographie_, Aufbau_

Verlag, € 59,95

Simone Rethel-Heesters, Johannes Heesters – ein Mensch und ein Jahrhundert_,_

Schwarzkopf & Schwarzkopf, € 49,49