De toekomst van de islam

Ideale dochter

Afgelopen zomer werd een Nederlands meisje gedwongen uitgehuwelijkt aan een onbekende neef. Merkwaardig, niet? De lotgevallen van het meisje klinken al wat minder raar als ik erbij zeg dat ze moslim was. Dan doet het gegeven dat ze geboren en getogen was in Rotterdam, pas zeventien jaar oud en nog schoolgaand, er net iets minder toe dan het gegeven dat haar moslimvader als patriarch vond dat hij zijn dochter moest beschermen tegen al te veel contact met de jongens uit haar klas - want dat betaamt een goede moslima niet. Hij dwong haar op een vliegtuig naar Pakistan, waar ze snel en onomstotelijk gekoppeld werd aan haar neef.
We lijken haast te aanvaarden dat gedwongen huwelijken nu eenmaal horen in een cultuur die Oosters is. We uiten natuurlijk de gangbare verontwaardiging die dicteert dat dwang niet past in onze cultuur. Maar in onze cultuur hoort ook het multiculturalisme. En dat eist van ons dat we alle culturen respecteren, want alle culturen zijn even veel waard, ook culturen en religies die minder respect hebben voor meisjes en vrouwen.
Nu Angela Merkel heeft gezegd dat het multiculturalisme is mislukt, in navolging van uitspraken van wetenschappers zoals Susan Moller Okin, die al ruime tijd geleden schreef dat het multiculturalisme slecht is voor vrouwen, lijkt een hernieuwde impuls gekomen om ons naïeve cultuurrelativisme aan de kaak te stellen. En dat is broodnodig. Als we oprecht willen toewerken naar een beter Europa moeten we toewerken naar een betere positie van de moslimvrouw. Die is alleen onder een betere islam gegarandeerd, met waarden, normen en praktijken die verenigbaar zijn met de Europese. Het multiculturalisme is mislukt, niet alleen omdat het slecht is voor vrouwen, maar voor ons allen. De tradities die door mannen zijn gedicteerd en in stand worden gehouden, zoals gedwongen huwelijken, sluiers of het voor moslima’s discriminerende huwelijksrecht, houden namelijk niet alleen vrouwen in de klem, maar de gehele samenleving.
Neem nu het voorbeeld van de Rotterdamse moslima. Ze heeft voldaan aan een plicht door een gedwongen huwelijk ‘te aanvaarden’. Ze zal nu vast terugreizen uit Pakistan om, al dan niet gedwongen door haar man, in Nederland voor hem een verblijfsvergunning aan te vragen, hetgeen haar recht is. Omdat ze haar opleiding niet heeft afgerond, zal het verkrijgen van die vergunning wegens de inkomenseis lastig zijn, maar ze zal vast onder een uitzonderingsregel vallen, ook haar recht. Dat is maar goed ook, want nu zal ze aan een andere plicht van haar man kunnen voldoen: thuisblijven. Ze vraagt een bijstandsuitkering aan, want dat is weer haar recht, dat voor het oprapen ligt. Zodra haar man in Nederland is, zal hij haar graag gesluierd willen zien, aan welke plicht ze geen weerstand zal kunnen bieden. Naar buiten toe eist ze het gesluierd-zijn op als haar recht. Tot slot zal ze thuis met haar man Urdu moeten spreken, deels omdat hij niets anders verstaat, deels om hem niet te overschaduwen, hetgeen ook haar plicht is. Naar buiten toe heeft ze natuurlijk recht op een tolk voor hem.
Al snel integreert ze tot een multiculturalistische moslima. Een die voldoende de taal leert en net genoeg integreert om eindeloos alle mogelijke rechten op te eisen, maar die naar binnen toe louter plichtgeoriënteerd is. Dit kind, zoals vele kinderen uit collectivistische culturen, heeft al vroeg geleerd een plichtsgevoel te hebben bij mensen voor wie ze bang is, die in staat zijn haar klein te houden als ze niet gehoorzaamt, en die haar daadwerkelijk kunnen en zullen straffen. Die angst maakt dat ze respect heeft en nooit rechten bij haar vader of man zou durven op te eisen. Maar haar rechten eist ze wel bij de Nederlandse samenleving op, omdat ze er niet bang voor is. Gaandeweg verwordt haar angstloosheid jegens Nederland tot respectloosheid. Ze ziet die samenleving niet voor vol aan en ze eert de Nederlandse cultuur niet zoals ze de hare eert. Ze is eerst en vooral de ideale dochter van een moslimpatriarch die Nederland ook niet voor vol aanziet. Die niet accepteert dat hij in een pluriforme samenleving leeft. Die Nederland negeert zoveel hij maar cultureel kan, zodat hij economisch zijn cultuur in stand kan houden.
Het moet andersom. Naar binnen toe minder plichten en meer rechten. Naar buiten toe minder rechten en meer plichten. Dus - om bij het meisje te blijven - ze moet geen recht hebben op een tolk, maar de plicht om de taal te leren. Ze zou geen makkelijk recht mogen hebben op een bijstandsuitkering, maar de plicht om haar opleiding af te maken, om te werken, om mee te draaien, ook economisch, in de maatschappij. Ze zou geen recht op een sluier naar buiten toe en geen plicht tot de sluier naar binnen toe moeten hebben. Ze zou geen makkelijk recht op een verblijfsvergunning mogen hebben voor haar importman, maar ook geen plicht om met hem te trouwen. Er zou, hoe lastig ook, een sfeer, gewoonte en gedachtegoed moeten ontstaan om de partner te zoeken in Europa, zodat er geen achterstanden ontstaan. Als een partner uit het land van herkomst geprefereerd wordt, moet men zich maar bij hem of haar in het oude vaderland voegen. Of we de moed hebben dit alles door te voeren, valt te bezien. Maar het is in die moed dat de toekomst van een betere islam, een betere positie van de vrouw, over en weer respect jegens elkaar, en dus een betere, veiligere en sterkere Europese samenleving, besloten ligt.

Naema Tahir (1970) debuteerde met Een moslima ontsluiert (2004), haar meest recente boek heet Groenkapje en de bekeerde wolf (Meulenhoff, 2008)