Idealist als schietschijf

‘HOE KOM JE aan mijn naam?’ vraagt Joël Koeckhoven wantrouwend als ik hem bel voor een afspraak. De angst zit er duidelijk nog in. Tijdens zijn jaar in Colombia voelde hij zich constant bespied: ‘De telefoon werd afgeluisterd. Dat wisten we omdat er altijd twee taxi’s kwamen als we er eentje bestelden. De eerste kwam altijd heel snel. Die hadden ze bij ons om de hoek klaarstaan, denk ik. De chauffeur werkte voor mensen die wilden weten waar wij mee bezig waren. Na een minuut of tien kwam de tweede taxi: de echte.’ Ook journalisten waren niet te vertrouwen: tijdens Koeckhovens verblijf werd de bekendste advocaat van het land vermoord door zogenaamde journalisten.

Driehuis, het Noord-Hollandse gehucht waar ik hem opzoek, is het tegenovergestelde van de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Avontuur is er in geen velden of wegen te bekennen. Toch besloot een jongen uit dit vredige dorp vrijwillig een jaar lang in de grootste poel van verderf in Zuid-Amerika te gaan wonen. Waarom in godsnaam?
Koeckhoven: ‘In Nederland was mijn leven zo.’ Hij tekent een slapjes golvende lijn in de lucht. 'En in Colombia zó!’ Zijn vinger zwaait wild op en neer. Zijn drang iets zinvols te doen speelde een minstens even grote rol. Hij noemt zichzelf zonder aarzeling een idealist. 'Ja hoor. Daar is toch niks mis mee? Idealisten zijn er nooit genoeg.’
Aanvankelijk bracht dat idealisme hem niet veel verder dan een lokale afdeling van GroenLinks. Koeckhoven leek op een rustig leventje af te stevenen toen hij na zijn studie tot landmeter een ambtenarenbaan kreeg in Lelystad. Maar na een paar jaar besloot hij het roer om te gooien.
Bij Peace Brigades International wisten ze, na een stevige training, wel raad met Koeckhovens dadendrang. Deze internationale organisatie stelt zich namelijk ten doel 'mensen te beschermen die de moed hebben op te komen voor recht en rechtvaardigheid en daardoor grote risico’s lopen’. Dat doet BPI door vrijwilligers uit te zenden als een soort bodyguards.
Wie bij Peace Brigades International een Robin Hood-carrière verwacht, komt bedrogen uit. Een groot deel van het werk bestaat uit brieven schrijven en internetten. De vrijwilligers beschermen niet zozeer door zich voor hun protégé in een regen van kogels te storten, maar door hun aanwezigheid als westerling kenbaar te maken. Daarvoor moeten ze eindeloze gesprekken voeren met ministers en generaals. Ook rapporten schrijven hoort erbij.
Een andere activiteit waar Koeckhoven bedreven in werd, was wachten: wachten bij de rechtbank, wachten tot een generaal zo goed was hem te woord te staan, enzovoort. Koeckhoven klinkt zelfs teleurgesteld: 'Af en toe verveelde ik me rot.’
Hij woonde en werkte samen met andere vrijwilligers in een huis. 'Zo kwam je nooit los van het werk. Want die fax piepte de hele nacht en er kon ieder moment iemand aanbellen die zich onveilig voelde.’
Het saaie werk werd ruim gecompenseerd door de constante dreiging van een aanslag: 'Sommige mensen beschermden we ook ’s nachts. Dan moest je daar thuis gaan slapen. Niet zo lekker als je weet dat er regelmatig iemand in zijn slaap wordt doodgeschoten.
Op een keer woonden een paar collega’s van ons een vergadering bij. Een van de sprekers was Mario Calixto, een mensenrechtenactivist. Plotseling drongen twee mannen in burger het huis binnen. Ze richtten hun vuurwapens op de aanwezigen en riepen dat Calixto moest meekomen. De PBI'ers gingen toen voor hem staan en hebben op hoge toon gezegd dat dit echt niet kon, en dat ze internationale waarnemers waren. De twee mannen aarzelden en Calixto kon wegkomen.’
EEN VOORVAL dat Koeckhoven nog steeds koude rillingen bezorgt is de moord op Eduardo Mendoza, een van de bekendste advocaten van het land. Mendoza was zeer populair en hielp vooral vakbondsmensen en mensenrechtenactivisten. 'Hij werd op klaarlichte dag in zijn eigen kantoor neergeschoten.’
De moord op Mendoza is een zuur bewijs van de effectiviteit van Peace Brigades International. De advocaat had namelijk PBI-bescherming geweigerd. En dat terwijl er in Colombia nog nooit een beschermeling van de organisatie is vermoord. Een hele prestatie in een land waar de scheiding tussen staat en criminaliteit bijzonder vaag is, en waar sinds 1986 twintigduizend mensen door politiek geweld omkwamen.
De weigering van Mendoza om beschermd te worden, is niet zo onlogisch als het lijkt. Koeckhoven: 'Hij is niet de enige die geen zin heeft om 24 uur per dag onder toezicht van vrijwilligers te staan. En de meeste PBI'ers doen dit werk niet langer dan een jaar. Daarna komen er weer anderen voor in de plaats. Dat betekent een zware aanslag op het privéleven van de beschermde personen.’
Dat leidt er ook nog wel eens toe dat vrijwilligers vaak wekenlang compleet worden genegeerd door de mensen die ze geacht worden te escorteren. 'Maar als ze je dan eenmaal kennen, word je ook naar alle feesten meegesleept die er zijn’, zegt Joël Koeckhoven glunderend. Hij raakte ondanks alles behoorlijk verslaafd aan de warmbloedige cultuur van Colombia. 'Die mensen, die muziek…’
Koeckhoven trof met zijn huisgenoten een aantal beschermende maatregelen: 'Voor ik de voordeur opende, inspecteerde ik de bezoeker eerst door het luikje. Door de telefoon noemde ik nooit namen of plaatsen. Ik zei bijvoorbeeld alleen maar: “Op de afgesproken tijd is de persoon op de afgesproken plaats.” En op straat keek ik elke twintig seconden om, want misschien werd ik gevolgd.’
Geen wonder dat hij nog steeds paranoïde trekjes vertoont. 'Ik heb er nu nog moeite mee mensen te vertrouwen’, geeft hij toe. 'Of te zeggen met welke trein ik kom. En op straat kijk ik nog steeds om. Daar heb ik zelfs hier in Driehuis last van.’
HOEWEL JOEL Koeckhoven over het algemeen zeer positief is over het werk van Peace Brigades International wil hij zichzelf bepaald geen heldenrol toedichten: 'Ik was constant bang voor aanslagen.’
Over sommige voorvallen vertelt hij zelfs met schaamte: 'Op een keer werd ik op straat overvallen. Er kwamen twee mannen naast me staan, die zeiden dat ik geld moest geven.’ Joël verzette zich geen moment, geheel volgens de pacifistische principes van PBI. Hij gaf zijn portemonnee. 'Maar dit gebeurde bijna onder de neus van de politie. Die kwam onmiddellijk in actie en sloeg de twee overvallers op een verschrikkelijke manier in elkaar. Terwijl ik toekeek. Ik vind dat ik toen iets had moeten doen. Hoewel ik denk dat die agenten er niets van hadden begrepen als ik had geprotesteerd.’
Koeckhoven is nu weer thuis. Maar of hij ooit los zal komen van zijn werk in Colombia, is de vraag. Binnenkort gaat hij weer terug. Niet om zich weer in een wespennest te steken, maar om te trouwen. Met een van de activistes die hij destijds beschermde. Een romantisch einde van dit verhaal? Niet helemaal: 'Vlak voordat ik het land verliet, werd de vader van mijn vriendin opgepakt, op beschuldiging van guerrilla-activiteiten. Aanvankelijk leek hij zelfs te “verdwijnen”. Terwijl haar broer een paar jaar geleden al is vermoord.’
Hij overweegt zijn aanstaande naar Nederland te brengen. Over een tijdje. Als haar vader weer op vrije voeten is. 'Naar het werk van PBI verlang ik in ieder geval niet terug’, verzucht hij. 'Dat houdt haast niemand langer dan een jaar vol.’