Politieke jongerenorganisatie

‘Idealistischer dan de partij’

Politieke jongerenorganisaties zijn aparte fenomenen in de partijpolitiek. Het is de plek waar idealistische geluiden uit de kelen klinken en bier de kelen in gaat.

‘Dictator, you’re such a dictator.’ Zeker drieduizend jonge liberalen hoorden op 10 mei 1986 deze tekst uit de speakers galmen op de Liberale Jongerendag in Den Bosch. Het congres was georganiseerd door de VVD en de politieke jongerenorganisatie JOVD, maar het was geen Ed Nijpels of Joris Voorhoeve die deze zin uitsprak over een communistisch leider. Het was de damesgroep Centerfold die met hun songtekst van Dictator de jonge liberalen in extase bracht. Af en toe spelen ze bij een politieke jongerenorganisatie voor politicus, zo nu en dan schoppen ze tegen de moederpartij aan en verder staan ze te borrelen, waarbij de biertjes ook nog eens gesubsidieerd zijn. Welkom in de clichéwereld van de politieke jongerenorganisatie, die niet meer dan een veredelde studentenvereniging zou zijn.

Bram Dirkx (JOVD) en Rick Jonker (Jonge Socialisten in de PvdA) zijn namen die nu misschien weinig tot de verbeelding spreken, maar dat gold twintig jaar geleden ook voor Mark Rutte en Sharon Dijksma. Als voorzitters van een politieke jongerenorganisatie (PJO) waren ze voor de buitenwereld niet meer dan provocerende studenten met idealistische geluiden, maar twee decennia later hebben ze allebei een jarenlang Tweede-Kamerlidmaatschap en het staatssecretarisschap op hun curriculum vitae staan. Rutte heeft het zelfs tot premier weten te schoppen, de eerste in de Nederlandse geschiedenis die bij een politieke jongerenorganisatie vandaan komt.

Een politieke jongerenorganisatie is een leerschool om de kneepjes van het politieke vak te leren. Zeventien procent van alle Tweede-Kamerledenleden van de afgelopen tien jaar heeft een achtergrond bij een PJO. Is een politieke carrière ook de reden om bij een jongerenorganisatie te gaan? Of spelen andere belangen een rol: idealisme of misschien toch het imago van de veredelde studentenvereniging?

De Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie is de oudste nog bestaande politieke jongerenorganisatie. Bij de oprichting in 1949 werd benadrukt dat de organisatie vooral een studiegroep wil zijn en geen politieke partij die zich met alledaags beleid bezig zou houden. Hieruit komt al duidelijk naar voren dat jongeren zich bij een PJO aansluiten om met elkaar over politiek te praten, niet om die te bedrijven. Het is een plek waar geestverwanten rondlopen, die geen genoegen nemen met alleen maar de maatschappijleerles op de middelbare school.

Naast de JOVD zijn er nog acht andere politieke jongerenorganisaties, alle verbonden aan een Tweede-Kamerpartij. Alleen de PVV kent geen officiële jeugdbeweging. De negen PJO’s die wél een moederpartij hebben, krijgen vanwege die verbintenis samen ruim één miljoen euro per jaar aan subsidie. Dit wordt onderling verdeeld op basis van grootte van de hoofdpartij in Tweede-Kamerzetels en het aantal leden van de jongerenorganisatie. De JOVD streek in 2011 ongeveer 180.0000 euro op en de Jonge Socialisten volgden met bijna 167.000 euro aan subsidie, vooral vanwege het succes van de moederpartij tijdens de laatste verkiezingen. De Jonge Democraten, verbonden aan D66, kregen het meest (bijna twee ton), omdat zij met vijfduizend leden veruit de grootste zijn.

Een voorwaarde om subsidie te krijgen is een onafhankelijke status ten opzichte van de moederpartij, maar er moeten wel formele banden zijn. Voor de Jonge Socialisten in de PvdA veranderde er weinig met deze nieuwe subsidieregeling in 2000, maar de JOVD raakte de echte onafhankelijke status kwijt en verbond zich toen officieel aan de VVD. In de relaties met de moederpartij zitten nogal wat verschillen tussen de PJO’s wat onafhankelijkheid betreft, maar de Wet financiering politieke partijen legt ze wel een gemeenschappelijk doel op. Die stelt dat 'de organisatie een vereniging is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter bevordering van de politieke participatie van jongeren’.

Directeur Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) Gerrit Voerman ziet de socialisatiefunctie ook als de belangrijkste taak van een politieke jongerenorganisatie: 'Ze hebben tot doel om politiek geïnteresseerden te socialiseren en jongeren voor de politiek te interesseren.’ De laatste jaren doen de PJO’s dit met succes, want de ledenaantallen stijgen. Op de peildatum 1 januari 2011 hadden alle organisaties samen meer dan achttienduizend leden, terwijl er twee jaar daarvoor 13.200 PJO'ers waren.

Rick Jonker koos voor de Jonge Socialisten, waar hij sinds juni vorig jaar voorzitter van is: 'Ik vond politiek wel interessant en had me voorgenomen er wat mee te doen, als ik ging studeren. Toen kwam ik erachter dat iedere politieke partij ook een jongerenorganisatie had. Dan ga je na waar je bij wil en ik voelde me prima bij de PvdA en nog steeds.’

Idealisme geeft de doorslag om bij een jongerenorganisatie te gaan. Zo ook voor VVD-Tweede-Kamerlid Han ten Broeke begin jaren tachtig. 'Ik wilde lid worden, omdat ik het leuk vond op school discussies te houden. Ik was voor het plaatsen van kruisraketten in Nederland. Tegen de dreiging van de Sovjet-Unie. Ik wilde niet alleen tegenover een lerarenkorps en klas vol met “Ban de bom”-stickers staan, maar kijken of er nog meer mensen waren die er zo over dachten. Op zo'n leeftijd ga je op zoek naar geestverwanten.’ En die vond hij bij de JOVD en de VVD van 'Edje Raketje’.

Hoewel 61 Kamerleden van de afgelopen tien jaar een PJO-achtergrond hebben, betekent dat nog niet dat zij bij een jongerenbeweging zijn gegaan om een politieke carrière op te bouwen. PvdA-Kamerlid Tjeerd van Dekken, voorzitter van de Jonge Socialisten van 1994 tot 1998, verbaasde zich over het feit dat 'vooral aan de rechterzijde van de PJO’s veel jongens en meiden voor een politieke carrière gingen’. Het is niet erg om zelf profijt te hebben van je tijd bij een PJO, zolang het maar niet het primaire doel is.

Het is in eerste instantie ook niet de bedoeling van de hoofdpartij om baantjesjagers aan te trekken, maar het is als bijproduct ontstaan. DNPP-directeur Voerman: 'Mede door de socialisatiefunctie is een jongerenorganisatie een vijver van politiek talent geworden en dus geschikt voor rekrutering.’ Ten Broeke is het ermee eens dat het een dankbare vijver is om uit te putten: 'Veel JOVD'ers worden persoonlijk assistent en het is ook mijn infrastructuur voor campagnevoeren.’

Het is zaak om die kweekvijver op een hoog niveau te brengen en te houden. Er wordt veel nadruk gelegd op ideologie, maar ook op het in praktijk brengen van die theorieën. Het is een leerschool. Jongeren ontwikkelen vaardigheden die later van pas komen, mochten ze de politiek ingaan. Ze leren persberichten schrijven, resoluties opstellen, onderhandelen en debatteren. De Jonge Socialisten hielden onlangs een trainingsweekend waarbij een verkiezingsstrijd werd gesimuleerd. Het draaide zelfs op lekkende leden en fusies uit.

Door het ontwikkelen van politieke vaardigheden en het meekrijgen van de partijideologie moet de overgang naar het echte werk vergemakkelijkt worden, maar dan ben je er nog niet. 'De makkelijkste manier om bij de PvdA binnen te komen is gewoon je mond houden en doen wat de PvdA wil’, aldus Jonker. 'Aan de andere kant, als je je binnen de Jonge Socialisten hebt geprofileerd, dan weten ze dat je bestaat.’

Dat is Jonker en andere jonge socialisten meegegeven door mediastrateeg Kay van de Linde. Mensen die gewoon hun mond houden, komen heel ver, maar worden nooit groot. Van mensen die hun mond opentrekken komt negentig procent nergens, want die vinden ze vervelend, maar tien procent kan heel groot worden. 'Ze onthouden het wel als je kritisch bent geweest. Eigenlijk is het heel dom van een partij, want je hebt veel meer aan mensen die kritisch zijn’, zegt Jonker.

De kracht van een politieke jongerenorganisatie ligt juist in het feit dat ze alles mag zeggen en doen. De PvdA en de VVD kunnen dat niet, want die hebben te maken met fractiediscipline, fatsoen en eventuele kabinetspartners. Politieke jongerenorganisaties zijn in dat opzicht idealistischer dan de partij, die zich naar het compromis voegt. Media hebben dit ook in de gaten en vragen regelmatig voorzitters van jongerenverenigingen om hun mening te geven over beleid en de hoofdpartij. Vaak in de hoop dat de moederpartij wordt afgevallen. Dat is zelf ook de makkelijkste manier om te scoren voor een PJO.

Dat levert de nodige botsingen op. Van Dekken was met onder anderen Sharon Dijksma begin jaren negentig een plaag voor de PvdA: 'We hebben echt knallende ruzies gehad met Aad Kosto. Ik heb zelf nog wel eens wat over de dienstplicht gehad met Relus ter Beek. Dat was bijna knokken. De emoties liepen zo hoog op. Het ging er verbaal echt keihard aan toe.’ Soms was het ook om de provocatie te doen: 'Als Tineke Netelenbos zei: “Roken is slecht voor jongeren”, dan zat de helft van de JS met een sigaret in de zaal.’

Het liefst ziet de moederpartij de jongerenorganisatie dan ook als een soort campagnebureau, denkt Jonker. Een groep jonge mensen die de boel opvrolijken en de PvdA hip en fris laten lijken. Maar het is een wezenlijke functie van de PJO om op te treden als de partij verkeerde beslissingen neemt: 'De PvdA heeft zich bijvoorbeeld in het pak laten naaien bij het pensioenakkoord. Wij hebben de partij laten inzien waarom het een slechte zaak is en dan vindt de PvdA ons heel vervelend.’

Ten Broeke ervaart dat nu ook van de andere kant. Midden jaren tachtig was hij lid van de JOVD, een luis in de pels van de VVD. Hij ziet in dat het goed is dat de JOVD een inhoudelijk debat wil aangaan, maar merkt nu zelf ook dat het niet altijd even prettig is. Zeker in de verkiezingsstrijd kan het onhandig zijn. Maar zolang de provocatie niet om de provocatie is, zal hij de JOVD ook blijven aanmoedigen om kritisch te blijven. Dat verschilt nogal per VVD'er, ondervindt Bram Dirkx nu hij voorzitter is van de JOVD: 'Een aantal VVD'ers, zoals Stef Blok, kijkt heel sceptisch naar de organisatie. Voor hen zijn we “een ding”. Mark Rutte zegt juist: we komen binnenkort met het kabinet met een voorstel en als je er tegen bent, moet je er gewoon tegenin gaan.’

De aanmoediging van Rutte geeft nog maar eens aan dat een aanstormend talent zijn woorden niet moet inslikken, uit angst om op de zwarte lijst te komen van de partij. Het gaat in de politieke jongerenorganisatie om idealisme en je kritisch durven uit te laten over het beleid van de moederpartij als dat nodig is. Dat kenmerkt nog steeds de politici met een PJO-achtergrond, volgens Ten Broeke: 'Kamerleden met een JOVD-achtergrond zijn wat blauwer uit de wasmachine gekomen.’

Uiteindelijk bestookt slechts een kleine groep van de politieke jongerenorganisatie actief de moederpartij met lastige vragen, moties en resoluties. En daarvan zal slechts een miniem deel doorstoten naar de politiek. De meeste mensen zitten bij een politieke jongerenorganisatie om de interesse voor politiek met geestverwanten te delen, en tot vijf uur ’s nachts in de kroeg te discussiëren over de hypotheekrenteaftrek of het pensioenakkoord volgens ideologische principes. Jonker: 'Politiek maak je leuk, door er iets omheen te bouwen. Het gaat ook om de gezelligheid.’ Anders kun je net zo goed meteen lid worden van de PvdA of VVD.