…idee… 458

‘s Avonds je vuile sokken uittrekken is bijna nog prettiger dan ’s morgens schone aan te doen. Daarom verkies ik het leven met sokken, hoeveel beter aan iets anders te besteden aandacht dergelijke kledingstukken ook vragen.

Iets wordt maar al te vaak een idee genoemd. Omdat ik nu al een halve week de gedachte aan uitgeperste bonbons niet uit mijn hoofd krijg, is dat nog geen idee. Eerder een desidee (zie ook onder illusie).
Af en toe kun je het zelfs af zonder idee. Komt er iets te voorschijn, waarvan je je niet kon voorstellen dat het bestaat terwijl het toch zo voor de hand ligt. Opeens, zoals met ‘het zaad van wilde uien’. Nu klinkt een dergelijke samenstelling nog ongewoon, is het over een paar jaar de roepnaam van een goed lopende televisieserie geworden zal niemand er meer van opkijken. Ook nooit eerder beseft dat het als ondertitel voor een autobiografie van wie dan ook, heel erg gepast is.
Behalve dat biedt de geur van dit zaad de meest tropische associaties die je je kunt wensen. Zou je daarentegen niet weten dat het uit het oosten komt, dan ben je geneigd te zeggen dat het een 'warme wollige wijze’ geur is, die eruit opstijgt. Waaraan van mijn kant wel een bijzonder domme aanleiding aan ten grondslag zal liggen, maar ja.
Wel eens aan een stad geroken? De schrijfster Colette deed dat regelmatig en kwam dan thuis met de boodschap dat Brest naar oesters rook, Marseille naar pastis en Orleans nog steeds naar de brandstapel.
Stadskanaal wasemde omstreeks 1900 een hevige mix van aardappelmeel en stro(o)karton uit, Gorinchem geurde destijds naar zijn burgemeester en het passeren van Zaandam gaf dat droeve gevoel in de neus dat, hoewel makkelijk te verwarren met onschuldig gevangen zittende koekjes, ook wel deed denken aan het effect van een goed geraakte klap op dit meestal voorste orgaan.