Vertalen

Idee voor een clubje

Tacitus’ Historiën, een kleine tweeduizend jaar oud, zijn opnieuw vertaald en het is goed gedaan, lees ik. Het gaat er bij Vincent Hunink gepast bloedig aan toe en de taal is kunstig gebleven. Ik klap bij voorbaat. Tacitus: dat was puzzelen, stukjes zin bij elkaar zoeken met behulp van de naamvallen en de werkwoordsvormen en de volgorde fatsoeneren tot Nederlands. Zo raar als Tacitus was kon je het niet houden, want het Nederlands is zelfs bij de rederijkers niet zo afwijkend van de spreektaal geweest.
Zijn Latijn vertalen was denksport voor de gymnasiast. Voor de muziek moest je bij Tacitus niet zijn, maar ik was verslaafd aan hem, misschien omdat ik kwam uit een gezin waar eindeloos werd gedamd en geschaakt. Wie weet hebben zijn Annalen een vertaler van me gemaakt.
Onlangs was er ophef over een voorstel om de proefvertaling Grieks en Latijn bij het eindexamen te laten vervallen; dit vanwege slechte resultaten. Dat zal dan in de lessen z'n weerslag hebben. Waar wordt een leerling dan nog gedwongen om goed te lezen? Vertalen is de opperste vorm van close reading. Het taalbesef wordt erdoor gescherpt en versoepeld.
Nu gebeurt dat net zo goed bij het vertalen uit een moderne taal. Ik was nog student toen ik eens een vertaalworkshop gaf op een lagere middelbare school van een type dat niet meer bestaat, een soort detailhandelsschool. De keuze was gevallen op Slaugtherhouse-Five van Kurt Vonnegut. Toen het gejoel was verstomd - het waren alleen maar jongens - rezen de ambities al gauw de pan uit. Dat is het leuke van vertalen, je doet het in je eigen taal, je laat je jouw oplossing niet zo makkelijk afpakken. Je kunt zelf Nederlands, ha!
Iedere lectuur is een nieuwe schepping als je het zo bekijkt. Zoveel inzet als daar in Amersfoort ben ik als docente aan de universiteit nooit tegengekomen, tenminste niet bij een hele groep, al moet dat kunnen. Denk vanuit het Nederlands, is de les waar ik als juf altijd op uitkom.
Wat je bij vertalen meteen merkt is dat taal betekenis én muziek is. Frequentie (hoe vaak verdraagt een taal iets), herhaling en variatie, klankkleur en dissonantie: speelt allemaal een rol. Ook als de schrijver zich gortdroog uit is dat een muzikaal stijlkenmerk. Taal is van oorsprong bezwering of een vorm van muziek. Kijk hoe een kind de taal leert: het zingt.
In de Reve-biografie van Nop Maas staat iets wat hier aangehaald moet worden. De uitspraak komt van vader Van het Reve, die in een interview in 1971 zei: ‘Ik had eens aangenomen om sprookjes van Andersen te vertalen, maar ik had er eigenlijk niet zoveel tijd voor. Ik liet mijn jongens er ieder een doen, uit het Duits. Ze waren toen nog op de middelbare school. Gerard deed het beter. Karel had het heel precies vertaald, maar Gerard had het opnieuw geformuleerd, het herschreven. Het was origineel geworden.’
Dat is pikant. Van de twee is het Karel die allerlei stelligs over vertalen zou gaan verkondigen. Hij stond bekend om de hem typerende komisch-benepen slogan: 'Je moet vertalen wat er staat!’ Of iedereen verder op wou houden met zeuren.
Haalt je de koekoek dat een vertaler vertaalt wat er staat; het gaat erom: hoe brengt hij dat over in zijn eigen taal? Zelfs als er maar één ideëel beste lezing van een tekst bestaat, blijft de vraag hoe je die verwoordt. Talen zijn complex en ze verschillen onderling, om maar eens een paar dingen te noemen die de zaak op losse schroeven zetten. 'Maar het stáát er’, hoor je vaak van iemand die wordt bekritiseerd. Ja, maar het is geen Nederlands geworden.
Overigens vind ik het juist wel weer leuk dat bepaalde letterlijke vertalingen uit het Engels - 'zie je!’ (see you); 'later!’ (later) - in het Nederlandse idioom lijken terecht te komen. Taal is nooit klaar en invloeden horen erbij. Maar dat letterlijk vertalen in het algemeen het beste zou zijn is een mythe en een gotspe.
Ik pleit voor een nieuwe trend: de vertaalclub. Die kan er wel bij in een land vol koortjes en eet- en leesclubs. Je zoekt met elkaar een auteur, een die je bewondert, en vertaalt op gezette tijden een fragment Homerus, Tacitus, Vonnegut, Andersen, wie ook. Je staat te kijken wat er aan discussie en verrassing loskomt. Deel van de lol is dat je weer op school zit en nu vrijwillig. Zelf zit ik in een Erasmus-vertaalclubje; weer Latijn, dus. We zijn niet uit op publicatie, maar dat moet iedereen voor zich weten.
Een groep Leidse slavisten maakte eens onder leiding van Karel van het Reve een vertaling van zijn lievelingsauteur, Poesjkin. Je hoort soms nog hoe bijzonder dat was. Van het Reve ontving in 1979 ook vanwege die afglans de Martinus Nijhoff Prijs.