Identificatieplicht

In aansluiting op het artikel ‘Ik verdom het’ van Martin van Amerongen (De Groene van 12 april) wil ik graag mededelen dat ik met hetzelfde probleem worstel. Aangezien ook ik niet het type ben om dit tot de Hoge Raad uit te vechten, neem ik tot op heden het volgende standpunt in: ik zeg mijn werkgever alle medewerking toe en verklaar dat ik bereid ben om hem een kopie van mijn paspoort te verstrekken. Echter, het lijkt mij redelijk dat hij niet van mij verwacht dat ik gratis kopieën uitdeel van een document dat mij tachtig gulden heeft gekost. Ik vraag hem dan ook mij acht gulden te vergoeden. Tot op heden heb ik dat bedrag nog niet ontvangen.

Ik deel hem bovendien mee dat het paspoort helaas de regel ‘auteursrecht voorbehouden’ bevat. Dat betekent dat ik niet zomaar kopieën kan maken. De werkgever zal dus moeten wachten tot ik toestemming van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor dat kopiëren heb gekregen. Daarnaast heb ik het ministerie van Binnenlandse Zaken een brief gestuurd met de volgende inhoud: ,Onlangs kreeg ik het verzoek van mijn werkgever om aan hem een kopie van mijn paspoort te verstrekken. Graag verneem ik van u of er auteursrechtelijke dan wel staatsrechtelijke bezwaren bestaan om aan dit verzoek gevolg te geven. Mocht u van mening zijn dat ik aan dit verzoek kan voldoen. dan wil ik bovendien graag vernemen of dit ook geldt voor meerdere kopieën (ik heb meerdere werkgevers) en of er beperkingen gesteld worden aan de kwaliteit en natuurgetrouwheid van dergelijke kopieën.’
Deze methode van verzet heeft het nadeel dat hij niet getuigt van een principiële weigering. Ik denk echter dat de bureaucratie met dit soort reacties meer moeite heeft dan met een directe weigering, die zij op wettelijke gronden gemakkelijker kan bestrijden. Ik geef lotgenoten deze methode dan ook graag in overweging.
Rotterdam, JAN OOMEN