Hoofdcommentaar

Idols en autoriteit

reageer online

De audities voor het programma Idols geven een pijnlijk inkijkje in de geestestoestand van jonge Nederlanders. Tienduizenden melden zich aan om te mogen voorzingen. Zij kwelen zich twintig seconden de longen uit het lijf, en worden vervolgens bijna allemaal minzaam maar onverbiddelijk afgeserveerd. ‘Je kunt niet zingen, schat. Laat het. Nooit meer doen.’

Exeunt. De afgewezenen houden zich flink, maar de verrassing is vaak heel groot. Natuurlijk zijn ze teleurgesteld dat ze niet aan dat prachtige programma mogen deelnemen. Ze snappen óók wel dat niet iedereen door kan. Maar er is meer te zien, in hun debacle. Velen zijn oprecht verbijsterd door het feit dat iemand tegen ze gezegd heeft dat ze iets niet kunnen. Aan zoiets persoonlijks en emotioneels en creatiefs als ‘zingen’ blijken opeens harde eisen te worden gesteld, en daaraan voldoen ze niet. Dat krijgen ze zonder omhaal te horen. Het lijkt er vaak op dat ze dat voor het eerst in hun leven meemaken.

Is het voorstelbaar dat Nederlandse jongeren tot hun twintigste opgroeien in een wereld waarin nooit ferme bindende uitspraken over ze worden gedaan? Jazeker. Na de Cito-toets is er af en toe een cijferlijst die een uitspraak doet, misschien een ouder, een leraar of een voetbalcoach, maar verder bloeit het onbekommerde individualisme, het altijd relativerende zelf-gevoel-met-oogkleppen dat zich graag kleedt in de vrolijke mantel die ‘creativiteit’ heet.

Idols is een klein voorbeeld van hoe ‘de deskundige’ de massa en plein public confronteert met eigenzinnig gezag. De jury bestaat uit lieden met een track record. Zij hebben nummer 1-hits gehad. Ze hebben recht van spreken. Daar is de deur. De kandidaten leggen zich erbij neer, maar ze zijn het niet gewend.

Dat ‘de deskundige’ zijn autoriteit de laatste veertig jaar heeft opgegeven, of verspeeld, is bekend. Nederland kent een lange traditie van het principieel ter discussie stellen van (openbaar) gezag. Die gewoonte is de laatste jaren vermengd met een serieus onderbuikgevoel over de manier waarop gezagsdragers de groeiende precariteit van het leven hanteren. De politie voert de strijd tegen die teloorgang van gezag heel behoorlijk, bijvoorbeeld door kordaat, zichtbaar en rechtlijnig op te treden tegen fietsen zonder licht. De conducteur, de scheidsrechter en de leraar hebben het moeilijker. Aan de stoelpoten van de rechter en de arts wordt verwoed gezaagd.

En achteraan in het peloton komt de politicus. Zijn autoriteit is bleek. Dat komt door de aard van het politieke spel, waarin kranige uitspraken van maandag op woensdag al weer moeten worden afgezwakt. Het komt ook door het harde feit dat het politieke bedrijf – en zeker de Tweede Kamer – te weinig mensen trekt die ooit een nummer-1 hit hebben gehad, die het zelfvertrouwen en de eigengereidheid hebben om tegen spartelende wannabe’s te zeggen: ‘Sorry, wat u daar zegt is onzin. Sorry, dat onderwerp vinden wij niet belangrijk. Sorry, u heeft hier niets te zoeken.’

Het is dan ook frappant om in een tijdschrift als HP/De Tijd, dat zo graag de trom roert van duidelijkheid, besluitvaardigheid en leiderschap, vinnige kritiek te lezen op de organisatie van de SP. Dit is een partij met een duidelijke structuur en een leider die al twintig jaar de touwtjes in handen heeft. De kritiek op Marijnissens dictatoriale inslag en zijn hardhandige kadaverdiscipline is ongetwijfeld terecht; dit is immers een man die gepokt, gemazeld en gepantserd is in de beste tradities van rooms onderwijs en marxistische doctrine, die in Brabantse cafés en Schiedamse achterkamertjes een partij uit de grond gestampt heeft, en die wel weet hoe hij het graag heeft. Een partij, met een reglement. De politiek leider is fractievoorzitter en partijvoorzitter tegelijk. De leden kunnen het woord voeren, vergaderen, stemmen, en als het ze niet bevalt, ophoepelen. Een spektakel als de ledenvergadering van de vvd, waar allerlei provinciale halvegaren het woord mochten voeren over de lijsttrekker, is hem uit den boze.

De elementen die hier botsen, de polder en de pool, het platform en de piek, zijn goeddeels onverenigbaar. Het scheppen van een krachtig profiel is zowel gewenst als not done. ‘Werkt u zo niet polarisatie in de hand?’ – u hoort ’t Clairy Polak zeggen.

Het herwinnen van gezag in het publieke domein gaat vooralsnog gepaard met het herwinnen van de wil en de moed een ferme uitspraak te doen. Liever een mean, lean organisatie dan een brede babbelpartij. Jammer dan, van die kleine minderheid in de partij. Jammer dan, van die jengelende hopefuls. De relativering van het eigen gedachtegoed en het niet serieus nemen van de eigen missie zijn doodlopende paden in _Idols-_Nederland.