Alles altijd anders: Over Ovidius

Ieder z’n Ovidius

Is het mogelijk om een dichter die al bijna tweeduizend jaar dood is te leren kennen? Dat is de vraag waarvoor Marietje d’Hane-Scheltema zich gesteld ziet in haar boek Alles altijd anders, een inleiding op het leven enwerk van de Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr. – 17 n. Chr.). d’Hane-Scheltema heeft veel Griekse en Latijnse literatuur naar het Nederlands vertaald, maar is waarschijnlijk het bekendst vanwege haar sprankelende vertaling van de Metamorphosen.

Medium d hane scheltema alles altijd anders

Als vertaalster kent ze Ovidius’ meesterwerk van binnenuit. Alles altijd anders is een poging om zo dicht mogelijk bij de persoonlijkheid en opvattingen van de ‘echte’ Ovidius te komen, en geeft de lezer daarnaast een algemene indruk van zijn oeuvre en poëtische techniek.

In de laatste jaren van de lange regering van keizer Augustus was Ovidius na de dood van Vergilius en Horatius de belangrijkste dichter. Ovidius was zijn carrière begonnen in het genre van de liefdeselegie, maar ontpopte zich als een zeer veelzijdige dichter die ook op allerlei andere genres zijn eigen stempel wist te drukken. Met de Metamorphosen schreef hij een eigenzinnig epos, een wereldgeschiedenis in gedaanteverwisselingen, dat Vergilius’ – en Augustus’ – nationale epos Aeneis naar de kroon stak. Op het hoogtepunt van zijn roem werd Ovidius om voor ons schimmige redenen door de oude keizer uit Rome verbannen en naar Tomi aan de Zwarte Zee verscheept. Hij stierf in ballingschap.

Ovidius zou een relativerend en optimistisch karakter hebben gehad: alles kan altijd alle kanten op

Is het mogelijk de man die achter het imposante oeuvre schuilgaat te leren kennen? Omdat er nauwelijks getuigenissen van tijdgenoten zijn, kunnen we bijna alleen maar afgaan op wat Ovidius in zijn werk over zichzelf zegt. Dit is een riskante onderneming, al was het maar omdat iedere Romeinse dichter in zijn poëzie maskers opzet en dichterspersonages creëert, en zeker Ovidius graag met schijn en werkelijkheid speelt.

Gelukkig is d’Hane-Scheltema zich terdege bewust van dit probleem. In de inleiding op haar boek schetst ze in de eerste alinea een aantrekkelijk portret van de dichter, die een opgewekt en relativerend karakter moet hebben gehad. Meteen daarna merkt ze op dat we hierover eigenlijk niets kunnen weten. Desondanks gaat ze naar Ovidius op zoek. Vanaf het begin staat het project dus onder een typisch ovidiaanse spanning: als de verliefde Apollo, die in de Metamorphosen zijn Daphne nooit te pakken krijgt, blijven we reiken naar een onbereikbare ander. Hoewel d’Hane-Scheltema de lezer er voortdurend aan herinnert hoeveel giswerk er bij haar reconstructie komt kijken, kleurt ze Ovidius’ portret graag in. Een enkele keer wordt ze daarbij wat te veel meegesleept. Zo wordt er geopperd dat Ovidius bij de compositie van het gedicht Halieutica (Zeezaken – het is overigens omstreden of dit werk wel van Ovidius is) in zijn ballingschap de lokale vissers heeft ingeschakeld voor de praktische informatie, en dat hij in Tomi misschien uitzicht op de haven had.

Medium hh 12799072

De eerste helft van het boek belicht op verschillende manieren Ovidius’ levensloop. Er wordt een autobiografisch ballingschapsgedicht besproken, we krijgen een indruk van de literaire kringen en het genre waarin Ovidius zijn loopbaan begon, er wordt ingegaan op de verhouding keizer-dichter, en er is zelfs een hoofdstuk met gefingeerde dagboekfragmenten. Deze hoofdstukken worden afgewisseld met vertalingen uit Ovidius’ werk. Een prettige aanpak: het gebruik van verschillende invalshoeken herinnert de lezer eraan dat dit boek in de eerste plaats een póging is om Ovidius te leren kennen. Het zal bovendien niet helemaal toevallig zijn dat ook Ovidius zelf graag hetzelfde verhaal op verschillende manieren vertelde. De tweede helft van het boek bestaat uit een analyse van Ovidius’ Metamorphosen. De mooie observaties over Ovidius’ poëtische techniek in dit deel laten de vertrouwdheid van de vertaalster met dit epos zien. Als toetje bevat het boek een vertaling van Ovidius’ didactische gedicht over make-up.

Al met al krijgt de lezer een behoorlijk coherent beeld van de dichter. d’Hane-Scheltema wijst op het thema verandering, dat door Ovidius’ hele oeuvre loopt. Hij verandert oude genres en verhalen op ingenieuze en vaak humoristische wijze, en schrijft een epos over gedaanteverwisselingen. d’Hane-Scheltema leidt hieruit af dat de dichter een relativerend en optimistisch karakter moet hebben gehad: verandering is altijd mogelijk, alles kan altijd alle kanten op. Verder zou de dichter politiek wat naïef zijn geweest. Alles altijd anders is een persoonlijke zoektocht naar Ovidius. Het boek bevat dan ook geen uitgebreide reactie op de Ovidius_-boom_ die vanaf midden jaren tachtig in de Latijnse letterkunde heeft plaatsgevonden. Dat is natuurlijk niet erg, maar het is wel een boeiende oefening om de uitkomsten van dit onderzoek naast het Ovidius-beeld van d’Hane-Scheltema te leggen. Het onderzoek heeft zich toegespitst op thema’s als genre, tijd, schijn en werkelijkheid en politiek – zaken die ook in Alles altijd anders centraal staan. Uit veel boeken en artikelen komt echter een heel ander beeld van de dichter dan dat van d’Hane-Scheltema naar voren. Ovidius blijkt bij veel latinisten een postmodernist avant la lettre, die op geraffineerde wijze het werk van zijn voorgangers en de politiek van keizer Augustus deconstrueert.

Ovidius’ veranderlijke poëzie kan dus op minstens twee geheel verschillende manieren gelezen worden. Zelf ben ik erg gehecht aan mijn postmodernistische Ovidius, maar het is onmogelijk te achterhalen of dit de echte geweest is. Welke Ovidius we ook willen zien, zeker is dat zijn werk de lezer er voortdurend toe aanzet zijn blik bij te stellen. Alleen daarom al moet het gelezen blijven worden, en Alles altijd anders vormt hierbij een aangename gids – de lezer kan vervolgens zelf zijn eigen Ovidius creëren.


Marietje d’hane-scheltema
Alles altijd anders: Over Ovidius
Athenaeum, 208 blz., € 19,95

Beeld: Bridgeman Art Library/HH