Ieder zijn roes

Waarom misgunnen mensen hun medemensen de genoegens van paddo’s, hasj, XTC, cocaïne, heroïne en al die andere hedendaagse roesmiddelen? In dit nummer van De Groene beschouwen redacteuren en medewerkers de geneugten van enkele populaire psychedelica. Maar om te beginnen: een vlammend pleidooi voor het recht op de eigen roes.
ER IS EEN ZAAK waarover Wim Kok en Lee Kuan Yew, ayatollah Khamenei en Nelson Mandela, Fidel Castro en Bill Clinton het roerend eens zijn, één zaak waarover een hartverwarmende internationale consensus bestaat: de noodzaak de drugs te bestrijden. De drugs zijn het nieuwe spook dat door de wereld gaat en waartegen alle machten zich in een nieuwe heilige alliantie hebben aaneengesloten. Want wie zou de noodzaak van drugsbestrijding willen bestrijden?

Van GroenLinks tot de Staatkundig Gereformeerde Partij, iedereen is het erover eens: drugs zijn een kwaad, het ware te wensen dat ze niet bestonden en hoe minder ze gebruikt worden, des te beter het is. De verschillen van mening betreffen slechts de wijze waarop het hoge doel van een wereld zonder zinsbegoocheling kan worden bereikt.
Het uitgangspunt van het Nederlandse beleid is de kleine gebruiker relatief ongemoeid te laten en slechts de handelaren, de vergiftigers van onze jeugd, voor het gerecht te brengen. Alhoewel - de overheid rukt al verder op. Er zijn al discotheken in Nederland waar de bezoeker zich eerst moet laten fouilleren door geüniformeerde klerenkasten en slechts bespied door een videocamera het danspaleis mag betreden. Omdat drugsgebruik uit zijn aard een zaak van individuele consumptie is, grijpt iedere serieuze bestrijding ervan per definitie in de private levenssfeer in en heeft zodoende een totalitaire potentie. In andere democratische staten is men al veel verder op dit heilzame pad. In Zweden mogen politieagenten discobezoekers ter plekke laten urineren. Wie sporen van cannabis in het lichaam heeft, kan tot een half jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.
In de Verenigde Staten heeft de bestrijding van drugsgebruik inmiddels de proporties van een nachtmerrie aangenomen. Zo is daar James Geddes, die onlangs in de staat Oklahoma is veroordeeld tot twee maal 75 jaar cel (plus een dag) wegens de kweek van vijf hennepplanten. Wie alleen maar weet van andermans gebruik, kan conspiracy ten laste worden gelegd en voor lange tijd uit het zicht verdwijnen. Steeds vaker gaat de Amerikaanse overheid ertoe over middels privaatrechtelijke actie beslag te leggen op het volledige bezit, huizen en bankrekening van burgers bij wie een paar LSD-trips zijn aangetroffen. Een half miljoen mensen zuchten in Amerikaanse gevangenissen wegens gebruik van cannabis.
DE OVERHEDEN van de wereld zijn in staat hun vuile oorlog voort te zetten dank zij de overweldigende angst voor drugs die onder de bevolking bestaat en die kunstmatig door de media in stand wordt gehouden. Niet omdat overheid en media zich aan samenzwering schuldig zouden maken, maar omdat zij door dezelfde vooroordelen worden gedreven als de burger in de straat. Drugs, het woord hoeft maar te vallen of er doemt een spookbeeld op van gewetenloze maffiosi en geruïneerde levens. Drugs, dat zijn Colombiaanse en Russische miljardairs die, dobberend in hun zwembaden, via hun zaktelefoons de wereld verzieken; en aan het andere einde van de lijn: opgeschoten psychopaatjes die onze volksbuurten onveilig maken. Drugs zijn met aids besmette naalden waar onze peuters zich aan prikken. Het zijn mijn kinderen, liggend in de goot, onverstaanbaar brabbelend, mijn zoons en dochters die ooit op de havo zaten en nu, verlept en grauw, gestolen fietsen verkopen. Drugs verwoesten de hersenen. Drugs, dat zijn drugsdoden. Drugsgebruik is drugsmisbruik. Drugs is controleverlies, een samenleving die afglijdt naar de anarchie. Drugs is vlucht, alleen treurige mensen gebruiken drugs, de kans- en werklozen van onze wereld, zij die geen geluk kennen zonder zich te benevelen. De verslavende kracht van de drugs laat zich vergelijken met het verleidelijke gezang van de Sirenen uit de Odyssee. Wie zijn oor heeft geleend, slaat onherroepelijk te pletter. Drugs zijn een voertuig van een overweldigende boze macht, de hostie van het kwaad. Drugs zijn het sacrament van de duivel.
ONDERTUSSEN is het duidelijk dat de drugshandel juistvoor een belangrijk deel in handen van de criminelen is gevallen als gevolg van het verbod. Men zou de hedendaagse Al Capones geen groter geschenk kunnen aanbieden dan ook tabak en alcohol te verbieden. Binnen een jaar zou een uitzinnig feestende maffia zich ervan meester hebben gemaakt. Wereldwijd zouden de champagnekurken knallen, de neuzen van de zware jongens zouden wit uitslaan van de coke. En binnen twee jaar zouden de alcoholisten, niet langer in staat hun vuurwater legaal te kopen, een nieuwe junk-scene gevormd hebben, met alle verval en ellende van dien. Nova zou er weer een thema bij hebben: de liquor hell. Begin er nooit aan, want dit is wat er van u wordt: en daar zouden ze over het scherm trekken, de hologige verslaafden. U als oppassend burger, die op zaterdag een wijntje drinkt, zou zich woedend afvragen wat dit alles met u te maken heeft. U zou luidkeels protesteren dat het tijdschrift van de ANWB toch ook niet slechts over kettingbotsingen bericht. Maar het zou u niet meer baten. Spoedig was u een roepende in de woestijn, en uw resterende Beaujolais zou u met de gordijnen dicht drinken.
De oorlog tegen de drugs wordt gaande gehouden met behulp van een machtige ideologische brandstof, die van het ‘risico voor de volksgezondheid’. Nu is het waar: onstuimig heroïnegebruik leidt makkelijk tot afhankelijkheid. Wie zich laat opslorpen door de coke, komt in een opgejaagde, paranoïde droomwereld terecht en ziet zijn leven door zijn vingers glippen. Ook van wiet krijg je longkanker. Overvloedig ecstasy-gebruik zou een ongunstige invloed op de neurotransmitters in de hersenen kunnen hebben.
Het is allemaal waar - of het zou waar kunnen zijn. Maar waarom worden de risico’s zodanig uitvergroot dat van misleiding gesproken moet worden? Het is namelijk pertinent niet waar dat alleen de 'sterken’ onder ons met drugs kunnen omgaan. In Nederland feesten of vrijen thans naar schatting meer dan tweehonderdduizend, veelal jonge mensen regelmatig met een pilletje ecstasy achter de kiezen. Slechts zeer weinigen van hen komen bij de hulpverlening terecht. Het rapport-Dufour schatte in 1994 het aantal regelmatige (!) gebruikers van 'harddrugs’ in ons land op 160.000, van wie ruim een kwart problemen had met hun gebruik. 'Harddrugs’ worden niet slechts gebruikt door menselijke wrakken die aan de grond gelopen hun dagen slijten. Zij worden ook genoten door geslaagde mensen, makers van uw favoriete televisieprogramma’s, directeuren van de bedrijven waar u werkt, auteurs van wetenschappelijke rapporten die de achterkant van het nieuws belichten, cabaretiers, musici en dansers die de podia bevolken die u bezoekt, journalisten die uw kranten volschrijven en zelfs politici die u in Nederlands democratische instellingen vertegenwoordigen.
U, die denkt dat de drugs een verschrikking vormen, een vloek en een kanker, bent het slachtoffer van een misverstand. Precies zoals de alcohol twee universa kent, die van het sociale en die van het ontspoorde gebruik, kennen ook de overige drugs die, tot aan de heroïne toe. Maar we willen er niet van weten, we sluiten er de ogen voor. Want wij moderne puriteinen wensen clean te zijn, we wensen ons een wereld zonder vuil, zonder pulp en zonder risico’s. Ondertussen echter dreigt de uit de hand gelopen gezondheidscultus ons te doen belanden in een kafkaeske wereld van science-fiction en bedrog, de wereld van het Amerikaanse elektronicabedrijf Kimball waar werknemers met tabaksgeur op hun kleding de toegang wordt ontzegd, de wereld waarin op een postzegel met de beeltenis van André Malraux de sigaret wordt weggeretoucheerd.
Een wereld van misleiding en bedrog, want laten we wel wezen: met hetzelfde gezondheidsargument dat het banier van de 'drugsbestrijding’ vormt, kan niet alleen ook het gebruik van alcohol worden verboden, maar evenzo de Elfstedentocht, vet eten, wild-waterkanoën, roulette, autoraces, vuurwerk, bergklimmen - en elke ontdekkingsreis naar het onbekende.
Alle ellende die zij onmiskenbaar ook teweeg kunnen brengen ten spijt, vormen drugs eerder een verrijking van de menselijke cultuur dan een bedreiging ervoor. Als er geen drugs bestonden, zouden ze moeten worden uitgevonden. Mensen als Albert Hofmann en Alexander Shulgin, zij die LSD en ecstasy schiepen of ontwikkelden, verdienen een standbeeld. Drugs openen deuren naar nieuwe ervaringswerelden waarvan we het bestaan niet vermoedden, voor sommigen van spirituele of zelfs religieuze aard, voor de minder hooggestemden onder ons alleen maar als een vermakelijke kick om het weekend glans te geven.
Wie ooit onder invloed van psilocybine een duivelswandelstok in een oude man heeft zien veranderen, wie ooit op een gewone zaterdagavond, braaf op de bank, een paar uur met zijn vriend of vriendin in een ecstasy-roes heeft doorgebracht, of wie ooit met een snuifje speed in de neus in een discotheek heeft staan stampen - zo iemand kan nooit meer herhalen dat drugs een duister kwaad vormen dat bestreden en uitgeroeid moet worden. En de poging mensen bij wet, op straffe van het cachot, deze ervaringen te onthouden is barbaars. Het verbod op drugs staat gelijk aan een verbod op muziek of gelijkgeslachtelijke liefde. Het hoort thuis in het Afghanistan van de Taliban.
ONZE VERLICHTE samenleving pretendeert zich te baseren op het 'schadebeginsel’ van John Stuart Mill: alles is de burger toegestaan wat zijn medeburger niet schaadt. Dit recht van het individu om soeverein over eigen lichaam en geest te beschikken wordt door de behoeders van normen en waarden angstvallig buiten het debat gehouden. Maar het zijn zij die de normen van vrijheid en recht overtreden. De moraliteit ligt hier aan de kant van de libertijnen. Want wat geeft de gemeenschap het recht mij de door mij gekozen roes te ontzeggen? Geen gemeenschap heeft dat recht, net zomin als de samenleving mij mijn recht op vergadering kan ontnemen. En het tegenargument dat drugsverslaafden de gemeenschap op kosten jagen, houdt alleen al op pragmatische gronden geen stand. De kosten van handhaving van het verbod zijn immers onnoemelijk veel hoger dan de kosten van de zorg in een legale situatie zouden zijn.
Het verbod op drugs vormt in zekere zin een zelfs nog ernstiger aantasting van de rechten van de mens dan een belemmering van de vrije meningsuiting zou zijn. Het heeft immers betrekking op de integriteit van het lichaam zelf. Het verbod op cocaïnehandel is dan ook niet minder laakbaar dan de sluiting van De Groene Amsterdammer door een beledigde overheid zou zijn. Aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zou een Artikel 31 moeten worden toegevoegd: 'Iedereen heeft het recht op vrije keuze van genotsmiddelen.’
DE MEESTE maatschappelijke vraagstukken kunnen het beste vanuit een pragmatisch oogpunt worden beschouwd. Privatisering van de energiesector, de hoge-snelheidslijn - veel is er voor en veel tegen. Maar een enkele maal is alleen de radicale keuze aanvaardbaar. Slavernij is verwerpelijk, met alleen verbetering van de rechtspositie van de slaaf kunnen wij niet leven. Welnu, zo'n probleem is ook dat van de legalisering van drugs. Hier worden fundamentele rechten geschonden. Er zijn zo'n drie kwart miljoen gebruikers in Nederland. Wiet kent zo'n zes- of zevenhonderdduizend adepten, en ons land is enkele honderdduizenden liefhebbers van de diverse 'harddrugs’ rijk.
Het is een menigte burgers met een groot politiek potentieel. In tegenstelling tot varkensmesters en volkstuintjeshouders, 06-gedupeerden en multiple-sclerosepatiënten manifesteren zij zich echter niet als belangengroep. Dit kent zijn verklaring onder meer in de grote onderlinge verschillen: want wat verenigt de elite van hallucinogene 'psychonauten’ met het dansende voetvolk, snuivende snelle jongens met dromende blowers, zorgbehoevende verslaafden met vrolijke weekendgebruikers, en achttienjarigen met zestigjarigen? Maar toch, wordt het geen tijd de schuchtere toon eens te laten varen en de handen ineen te slaan?
Waarom laten wij eigenlijk zo maar toe dat de Mazzo gesloten wordt? Waarom demonstreren er geen vijftigduizend ecstasygebruikers door Den Haag onder de leuze 'XTC vrij’? Ook homoseksuelen hebben ooit hun schroom laten varen en hebben zich gemanifesteerd - zonder angst de brave burger te bruuskeren. Is het werkelijk nodig om dagelijks bijna onweersproken te moeten aanhoren, van politici van alle partijen, dat 'drugsgebruik bestreden moet worden’? Moeten we ons echt beperken tot een bijna schuldige verdediging van het halfslachtige Nederlandse gedoogbeleid tegen de brutaliteiten van Jacques Chirac?
En is het eigenlijk geen tijd onze medeburgers eens op de hoogte te gaan stellen van wat drugsgebruik eigenlijk is? Wordt het kortom geen tijd de overheid eens kennis te laten maken met een andere gebruiker, een die weet wat hij wil en die het zat is met zich te laten sollen? Voor dit alles is het inderdaad tijd. Het is tijd om het recht op gebruik op te gaan eisen.