Kunst - Een leven als politieke performance

Iedere actie een reactie

Kunstenaar Tania Bruguera stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van Cuba in 2018. De onmogelijkheid van dat voorstel is haar kunstwerk.

Medium anp 36135816

In een hoek van een zaal op de eerste verdieping van het Museo Nacional de Bellas Artes in Havana hangt een Detector de ideologías: een klein vierkant kastje, voorzien van de stempel ‘gemaakt in Cuba’, dat het ideologische gehalte van een persoon of kunstwerk zou kunnen detecteren. Boven een smoezelige wijzerplaat beweegt een rode wijzer zich dan langs verschillende gradaties: van ‘sin problema’ naar ‘problematica’, van ‘contrarevolucionaria’ naar de hoogste graad: ‘diversionismo’. Die term introduceerde Raúl Castro in 1972 voor het soort mensen dat weliswaar een communistische retoriek hanteert, maar zonder de ‘ware revolutionaire toewijding’ daarbij te voelen. Zij zijn de mollen in het systeem, herkenbaar aan hun kapsel, een bepaald kledingstuk, een buitenlandse krant, alles wat af kan leiden van het pad van de revolutie. De Detector de ideologías werkt dus tevens als leugendetector.

In het museum is de wijzer blijven steken op ‘problematica’. Het kastje staat zeker niet aangesloten. Op straat lopen jongeren rond in topjes en hotpants bedrukt met de Amerikaanse vlag, ’s avonds komen ze samen rond de wifisignalen van grote hotels om te spreken met familie en vrienden die de oversteek al maakten. Ingrijpende veranderingen hangen in de lucht. Jon Lee Anderson, journalist voor The New Yorker, zag hoe president Obama op zijn eerste bezoek aan het land een van de oprichters van Airbnb had meegenomen en hem voor een volle zaal liet vertellen dat zijn acht jaar oude bedrijf nu 25 miljard dollar waard was (The Cuba Play, 3 oktober 2016). De toekomst ligt in jullie handen, was Obama’s boodschap aan de bevolking. Maar dat is één kant van het verhaal. Een Amerikaanse adviseur van investeerders liet Anderson zien waar McDonald’s zich op Cuba zal kunnen vestigen. De kaart op zijn laptop was bezaaid met rode puntjes: er is plek voor vijftig filialen in Havana en voor 84 op het hele eiland. Om mee te beginnen.

Met de hervormingen op economisch gebied zijn de teugels elders aangehaald. Op de dag van Obama’s bezoek werden leden van de Dames in het Wit opgepakt, een groep vrouwen die wekelijks roept om de vrijlating van politieke gevangenen. Cuba wil zich niet in de kaarten laten kijken. Amnesty International spreekt in het jaarrapport over 2015/16 over duizenden meldingen van arrestaties en intimidatie.Toen werd Trump tot president verkozen en twee weken later was Fidel dood. Graffitikunstenaar Danilo ‘El Sexto’ Maldonado, die eens twee biggen beschilderde als Raúl en Fidel, wat hem op tien maanden gevangenisstraf kwam te staan, vierde het bericht op sociale media en met graffiti op een muur. Hij werd opgepakt en het laatste nieuws is dat hij in hongerstaking zou zijn. Voor het eerst in dertien jaar zegden de Dames in het Wit hun protestmars voor de week van nationale rouw af, niet uit respect voor de overleden leider maar om moeilijkheden te voorkomen.

Medium 103016

De ‘revolutiemeter’ in het museum, gemaakt door de Cubaanse kunstenaar Lázaro Saavedra in 1989, hangt tussen andere kunstwerken uit die tijd, schilderijen zonder veel kleur en grauwe installaties die hinten naar politiek commentaar, gemaakt door kunstenaars die vaak niet lang daarna vertrokken naar de Verenigde Staten of naar Spanje, op de vlucht voor een periode van economische schaarste of onderdrukking. Slechts enkele kunstenaars bleven achter op Cuba, sommigen uit loyaliteit, anderen vanuit de overtuiging hun kritiek verder uit te kunnen bouwen. Sommige van hen werden door de overheid in het zadel gehesen, dwarsliggers werden onschadelijk gemaakt, hun kunst en hun bestaan, soms subtiel en soms met volle kracht.

Tania Bruguera (1968) maakte internationaal carrière, maar keerde terug naar haar land. Ook van haar hangt een kunstwerk in de zaal, een vlag van Cuba met strengen bruin en grijs haar door de stof geknoopt. Een Engelstalige rondleiding in het museum staat er net voor stil. Hier ziet u alle mensen van Cuba verenigd in de vlag van ons land, vertelt de opgewekte gids. Dat is het halve verhaal. De nationale vlag, in 1849 door twee Cubanen in New York ontworpen, werd in Cuba een symbool voor de strijd voor de onafhankelijkheid. Het blauw-wit-rood van de vlag zou verwijzen naar de Franse Revolutie en in Cuba kwamen de vrouwen bijeen om de vlag te naaien. Bruguera naaide haar vlag ook samen met de gemeenschap, verwerkte de haren, afkomstig van Cubanen uit het hele land, samen met hen in de stof. Maar dit was in 1996, lang na het uitbreken van de revolutie die een verlossing had moeten zijn, midden in de economische malaise die ontstond na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in een tijd die nu de ‘Special Period’ wordt genoemd. Het kunstwerk was een act van ongeschonden solidariteit maar daarmee ook van sluimerend verzet.

Bruguera noemt zichzelf een ‘artivist’, op haar website verspringen uitspraken van Marx, Aristoteles, Mandela, Churchill, Gandhi, Camus en Hannah Arendt. Ze koos voor performancekunst om de machthebbers mee te lijf te gaan en werd meerdere keren opgepakt. Na plannen voor een performance op het Plein van de Revolutie bijvoorbeeld, die bestond uit een microfoon en een podium voor mensen om een minuut lang de vrijheid van meningsuiting mee uit te oefenen. Ze had het werk eerder opgevoerd maar niet in de openbare ruimte, laat staan op dit plein dat is ingericht voor leiders om het woord te voeren. Ze kreeg geen vergunning, in plaats daarvan werd ze op de dag van de uitvoering gearresteerd. Ze verbleef drie dagen in de gevangenis en kreeg haar paspoort pas acht maanden later terug.

De internationale kunstwereld stond vooraan om de arrestatie te veroordelen, maar er kwam ook kritiek. Lázaro Saavedra, van de Detector de ideologías, schreef een open brief met als kop ‘Tania wint, de burgerrechten blijven verliezen’. Hij wees op de win-winsituatie voor Bruguera als kunstenaar: had zij een vergunning voor haar performance op het plein gekregen, dan had zij gezegevierd. Werd de vergunning afgewezen, dan kreeg ze haar gelijk. Een voorstel voor vrijheid op een specifieke dag en tijd was volgens hem niet veel waard in een land waar zoiets nooit en nergens bestond. Tania, zo voorspelde Saavedra, zal opnieuw naar het buitenland verdwijnen waar ze onthaald kan worden door de internationale gemeenschap om haar inzet en haar moed, terwijl duizenden Cubanen zullen doorvechten voor hun rechten. De wijzer van zijn meter zou ongetwijfeld naar de hoogste stand zijn doorgeslagen.

Er was meer kritiek in eigen land. De kunstcritici van Cuba, verenigd in de Cubaanse afdeling van de Association Internationale des Critiques d’Art (aica), lieten na een vraag van het Committee on Censorship and Free Speech weten dat ten minste een deel van hen het eens was met de arrestatie van de kunstenaar. De internationale organisatie besloot daarop geen verdere actie te ondernemen.

‘Ik wil proberen dingen van de Cubaanse revolutie te redden en de revolutie zelf staat me dat niet toe’

Ik reis naar Havana voor het jaarlijkse congres van aica, gevraagd als oud-bestuurslid om de Nederlandse sectie te vertegenwoordigen. Naast de vergaderingen die week, staan onder meer studiobezoeken aan kunstenaars als Carlos Garaicoa en Kcho op het programma, ‘nationale’ kunstenaars van Cuba, en ook een ontmoeting met studenten van de academie. Vrijheid van meningsuiting is hier een kwestie van onderhandelen en compromissen sluiten, is het beeld dat rijst gedurende de week, en kunst is een vruchtbaar gebied omdat het bedreven is in het spreken in tongen. Een Duitse criticus vertelt me dat ze werkt aan een tekst over een lokale kunstenaar, op zijn verzoek in haar eigen taal zodat ze vrijuit kan spreken. Mijn suggestie dat dat ook een vorm van zelfcensuur is kan niet rekenen op veel sympathie.

Daarnaast heb ik een afspraak met Bruguera. Na een succesvolle internationale crowdfunding heeft ze een nieuw project gelanceerd, het Instituto de Artivismo Hannah Arendt (Instar), gevestigd in haar woning in Oud-Havana. Educatie vormt het hart van het instituut, want onderwijs ziet Bruguera als de sleutel voor alles. Cubanen kunnen er les krijgen in wat zij noemt ‘goed burgerschap’, leren van kunst, architectuur, economie, antropologie en filosofie, ‘omdat een goede burger een probleem van meerdere kanten moet kunnen bekijken’. Onze ontmoeting is iets waar ik beter over kan zwijgen. Teksten die ik lees ter voorbereiding laat ik voor de zekerheid achter in het vliegtuig. Op het congres geen spoor van Bruguera, hoewel aica de kunstenaar eerder wel eens uitnodigde voor een congres in Paraguay. Alleen twee internationale sprekers op het symposium ‘Nieuwe utopieën: Kunst, herinnering en contexten’, Robert Storr en Hilary Robinson, maken de opmerking dat Bruguera een moedig kunstenaar is die respect verdient. Verder blijft het stil rond de kunstenaar, heel stil. De avond voor onze afspraak is ze niet bereikbaar en zelf kan ik mijn mail niet langer openen. De volgende middag beantwoordt een vrouw haar telefoon, ze zegt dat Bruguera niet thuis, en nee, ook niet op Cuba is. Ze heeft het eiland weer verlaten.

Bruguera blijkt wel in Havana te zijn geweest. Ze had het symposium graag willen bijwonen maar zegt in dit plan ‘ontmoedigd’ te zijn door de organisatie en toen eerder naar Boston te zijn gevlogen, waar ze dit jaar als Radcliffe Fellow aan Harvard verblijft. Om problemen te voorkomen. Niet alleen kan ze in de instituten in eigen land niet exposeren en geen performance houden in de openbare ruimte, nu mag ze er blijkbaar geen publiek meer zijn. Ook op een normale dag denkt Bruguera overigens niet dat ze zomaar een museum in Havana kan binnenlopen. Een van haar laatste bezoeken was aan een show over performancekunst op Cuba – ze was er geen deelnemer, dat zou de samensteller verboden zijn – maar kreeg wel een uitnodiging om de opening bij te wonen. In de hoeken van elke zaal die ze binnentrad stonden beveiligers in burger paraat. Het was het soort performancekunst dat zij zelf had kunnen bedenken.

Bruguera vertelt het in een verhit gesprek via Skype waarin ik mijn ervaringen in Havana met haar deel, de krampachtigheid bij het noemen van haar naam, enkele negatieve uitlatingen over haar werkwijze. Achteraf heeft ze spijt van haar beslissing om Cuba eerder te verlaten, had ze misschien liever wel een scène geschopt bij de ingang van het museum als haar de toegang ontzegd was. Maar dan had ze de rol vervuld waarvan ze beschuldigd wordt: die van herrieschopper, iemand die elke situatie aangrijpt voor haar eigen zaak. Cuba is in de mode en zo veel mensen zijn bereid om hun eigen ‘fucking principes’ aan de kant te schuiven om een graantje mee te pikken. Vorig jaar nog had aica zich bekommerd om haar zaak, dit jaar droeg de vereniging voor kunstkritiek een muilkorf. Off the record-geluiden ondersteunen haar verhaal, maar de internationale president van aica, Marek Bartelik, onderdeel van dit geluid, heeft niet officieel op vragen rond haar afwezigheid willen reageren.

Conflict bepaalt de kunst die Bruguera maakt op Cuba: censuur is er een vast onderdeel van gaan uitmaken, haar performances steeds een grimmige dans met de autoriteiten. In een groepstentoonstelling in Witte de With draait momenteel een videoregistratie van een performance die ze tijdens de Havana Biënnale uitvoerde – in haar eigen huis. We zien Bruguera en anderen vanuit een schommelstoel voorlezen uit The Origins of Totalitarianism van Hannah Arendt. Ze had luidsprekers op de straat gericht om de tekst toch in de openbare ruimte te brengen, maar die werd daar al snel overstemd door ‘spontane’ wegwerkzaamheden. Een groep werkmannen ging aan de slag met een boor en aan het eind van de dag lag het straatje in Oud-Havana volledig open. Die actie ging ook Bruguera’s voorstellingsvermogen te boven. ‘Ja, er werd aan de weg gewerkt, maar vier blokken bij mijn huis vandaan. Het slaat nergens op om zo van je schema af te wijken en voor mijn deur verder te gaan. Ik probeerde met de opzichter te praten, legde uit dat ik kunstenaar was, dat ik hier woonde, vertelde over de biënnale, wees op de aanwezigheid van de internationale pers. Maar hij zei: dit zijn orders. Ik was boos omdat ik mijn performance niet kon uitvoeren totdat ik besefte dat die zo eigenlijk beter was. Ga maar door, dacht ik toen, alsjeblieft.’ Later die dag werd ze alsnog meegenomen naar het politiebureau.

Het is een gesprek vol emoties waarin Bruguera dan weer terneergeslagen terugblikt op recente gebeurtenissen en dan weer hard haar hand op tafel slaat, met haar pen gooit. Ze spreekt over ‘zij’ en ‘hen’ die haar het leven als kunstenaar onmogelijk maken. Ze vertelt over de persoonlijke aanvallen, een video die draaide op de universiteit die voor haar strategie moest waarschuwen. De mensen weten dat het leugens zijn die ze voorgeschoteld krijgen, maar dat doet er niet toe: wat ze zien is de hoeveelheid energie die de partij steekt in de eliminatie van één persoon. En laat dat een waarschuwing zijn. Ze verzoekt me met klem mijn ervaringen te delen, want mensen denken dat ze gek is.

Met haar opvattingen zit ze tussen twee vuren: in Cuba gaat ze door voor een contrarevolutionair, op handen van de Amerikanen, door Cubanen in de Verenigde Staten wordt ze weggezet als communist. Dat is ze, in volle overtuiging, en Bruguera benadrukt dat ze ook niet tegen de revolutie is. ‘Maar dit is niet langer de revolutie van de jaren zestig, dit heeft niets te maken met het utopische Cuba waar ik van hou. Dit is een neoliberale, kapitalistische overheid met een totalitaire houding. Ik wil proberen bepaalde dingen van de Cubaanse revolutie te redden en de revolutie zelf staat me dat niet toe. Het is krankzinnig.’

Medium tumblr ng2d5gpzcq1rbza5do1 1280

Een internationale reputatie geeft haar de vrijheid om in en uit te reizen – ze komt ten minste om de maand op Cuba en brengt er de zomers door – hoewel ze steeds aan lange verhoren wordt onderworpen. Ze vermoedt dat de overheid haar liever buiten Cuba heeft en dat ze haar daarom zo hard aanpakken, in de hoop dat ze voor eens en altijd zal kiezen voor die buitenlandse carrière. Maar dat doet ze niet. ‘Je moet begrijpen dat ik naar Cuba kijk als naar een getraumatiseerde samenleving, waarin de Cubanen zich gedragen als een mishandelde vrouw en de overheid als een gewelddadige echtgenoot. Die je geld in beslag neemt, die tegen je schreeuwt maar zegt dat ze om je geeft, die je in het gezicht slaat en dan zegt, kom hier, ik hou van je, ik bedoelde het niet zo. Een zieke relatie dus waarin mensen gegijzeld worden door angst voor de macht van misbruik. Het is een heel moeilijke situatie, want wat heb ik hun te bieden? Educatie, het gevoel van vrijheid. Maar wat hebben anderen te bieden? Carrière, geld, tentoonstellingen. Ik wil optimistisch blijven en denken dat mensen uiteindelijk vrijheid zullen verkiezen boven andere zaken, maar of dit realistisch is? Nee.’

‘Laten we de verkiezingen van 2018 aangrijpen om verandering te brengen in de cultuur van “ik kan het niet”’

Na aankomst in Boston lanceerde ze haar nieuwste project: Tania Bruguera stelt zich verkiesbaar voor de presidentsverkiezingen in 2018. In een filmpje van anderhalve minuut richt ze zich tot de Cubaanse bevolking. ‘Laten we de verkiezingen van 2018 aangrijpen om verandering te brengen in de angstcultuur, in de cultuur van “ik kan het niet”, in de cultuur van de dubbele moraal, in de cultuur van “ik kan beter vertrekken want op deze manier kan ik niet leven”.’ Ze roept op tot een Cuba voor iedereen, en niet voor de enkeling, en vraagt mensen om zich ook kandidaat te stellen en zich af te vragen wat zij met de macht zouden doen. Het idee is om met die wensen naar de leiders te stappen en erom te vragen. Raúl Castro heeft aangekondigd te zullen aftreden, maar kans op het presidentschap denkt ze niet te maken. Niet alleen omdat dat praktisch gezien onmogelijk is – de kandidaat moet door de partij worden aangewezen – maar omdat ze niet wezenlijk geïnteresseerd is in politiek.

Toch is haar kandidaatstelling niet zomaar een provocatie, zoals bij haar werk zo vaak gezegd wordt. ‘Mensen denken: ze maakt zeker een grapje, maar het is een fucking gecompliceerd grapje.’ Ze beschuldigen haar van stupiditeit, denken dat ze verwacht in korte tijd dingen te kunnen veranderen. ‘Maar ik ben niet stom, ik weet dat ik tegen grenzen aanloop en herrie schop op de verkeerde momenten, maar ik denk dat dat het enige juiste is om te doen.’ En: ‘In Cuba is dit meer dan ooit het moment om in te grijpen, en niet om af te wachten. Het is een spel met timing dat ik probeer te spelen.’ Ze slaat haar hand nog eens op haar bureau. ‘In dezelfde week dat Cuba en de VS over mensenrechten onderhandelden, werden journalisten opgepakt die naar het oosten van het land waren gereisd om over orkaan Matthew te schrijven. Baracoa is nu een door het leger gecontroleerde zone omdat de overheid niet wil dat iemand weet van de ramp die zich daar heeft voltrokken. Hulpgoederen en geldtransacties worden geblokkeerd. Vandaag stuur ik een persbericht uit dat Instar honderdduizend dollar wil doneren aan de slachtoffers, tien procent van ons budget.’ Omdat dat het enige juiste is om te doen, maar ook om te zien of de overheid het haar toestaat dat geld te geven.

Een opmerking tijdens een van de verhoren op het vliegveld is haar bijgebleven: ‘Voor iedere actie komt een reactie’, zei een agent haar. Ze moet voorzichtig zijn, drie stappen vooruit denken en collateral damage incalculeren, het moeilijkste wat er is. Toen ze vorig jaar in de gevangenis zat ging ze het gesprek met zichzelf aan. ‘Was ik bereid om alles op te geven, was ik bereid om misschien wel twintig jaar de gevangenis in te gaan en om vergeten te worden, als kunstenaar, was ik bereid om opgesloten te zitten en geen kunst meer te maken? Mijn antwoord was “ja” en dat is iets waar ze niet tegen op kunnen vechten: vastberadenheid.’

Een van de motto’s op haar website is toegeschreven aan Trotski: ‘Ideeën die de geest zijn binnengetreden onder vuur blijven daar onveranderd en voor altijd.’ Het is nooit een keus geweest om een politiek kunstenaar te worden. Als achttienjarige raakte Bruguera gefascineerd door kunstenares Ana Mendieta, die als een van de veertienduizend kinderen als onderdeel van het controversiële Peter Pan-project naar Amerika was gestuurd. Bruguera vond in haar een rolmodel en begon haar performances uit te voeren. Daar begon het gedonder, daar kwamen de vragen naar waarom ze dat deed, daar kwam de beschuldiging dat ze een Cubaan zou willen verdedigen die het land had verlaten. ‘Ik was gewoon een naïef meisje dat in de ban raakte van een kunstenares, op een heel persoonlijke manier. Maar toen dacht ik, wacht even, is dit een probleem? Laten we dan nog eens iets proberen.’ Tien jaar beet Bruguera zich vast in Homenaje a Ana Mendieta (1985-1996). ‘Ik ben politiek vanwege hen. Zij hebben het mij gemaakt.’

Na het overlijden van Castro verscheen ook Harry Mulisch in de krant, in zwembroek op een terras van een hotel in Havana. In Het woord bij de daad (1968), zijn ‘getuigenis van de revolutie’, beschreef hij een gesprek in een bar met een stel kunstenaars. ‘Wanneer wij vertellen, dat iets in de kapitalistische wereld sukses heeft, beroemd is, halen zij hun schouders op en dan komt één vraag steeds terug, een wending, die men in Europa bij zulke gesprekken zelden hoort: Wat voor publiek komt er naar kijken? Wie luisteren er naar? Wat voor soort mensen leest het? Van die vraag heb ik meer geleerd dan van een hoop antwoorden.’

Diezelfde vragen, die eens als indicatie golden voor de verworvenheden van de revolutie, zijn nu niet anders dan met scepsis te beantwoorden. Ja, er is veel kunst in Havana, maar álle kunst kunnen zien, over álle kunstenaars kunnen lezen, dat is een recht voorbehouden niet aan het volk maar aan hen die de kunst onschadelijk moeten maken. Een recent nummer van Wordt Vervolgd, het magazine van Amnesty International, was gewijd aan ‘de kunstenaar als laatste criticus’ onder meer van het Cubaanse regime. Dat uitgerekend de internationale vereniging voor kunstkritiek zich zou laten verleiden de kritiek voor even opzij te schuiven, geeft precies aan hoe eenzaam hun positie is.

Iedere leider begint met een volk. Daar stond Fidel, voor een menigte van miljoenen op het Plein van de Revolutie. Het waren die mensen die zijn verschijning indrukwekkend maakte, hun aandacht voor zijn woorden die ze betekenis gaven. De tijd, een lange tijd, deed de rest. Afgelopen voorjaar nog sprak Fidel op het partijcongres. Over zijn aankomende negentigste verjaardag, over het naderende einde. ‘Maar de ideeën van de Cubaanse communisten zullen stand houden. (…) Aan onze vrienden in Latijns-Amerika en aan de wereld moeten we laten weten dat het Cubaanse volk zal overwinnen.’ Het is een motto dat Bruguera zo van hem kan overnemen, maar om de Cubanen te bereiken zal zij over een lange adem moeten beschikken.

Of Instar erin geslaagd is om geld naar Baracoa te sturen weet ik niet – Bruguera was onbereikbaar. Mogelijk was het de slechte internetverbinding op Cuba, misschien een blokkade of een arrestatie, of misschien was ze gewoon druk met een volgend idee. Ze wil onder meer een boek gaan schrijven over censuur in Cuba.


Werk van Tania Bruguera is tot en met 31 december te zien bij In the Belly of the Whale in Witte de With, Rotterdam. wdw.nl. En tevens op 16 en 17 december in De Balie in Amsterdam, als onderdeel van het programma Connecting Cuba

Beeld: (1) Tania Bruguera leest uit Hannah Arendts boek The Origins of Totalitarianism in haar huis in Havana, 20 mei 2015 (Enrique de la Osa / Reuters / ANP); (2) Tania Bruguera, Estadística, 1995-2000. Karton, menselijk haar en textiel (Tania Bruguera / Mussum of Fine Arts, Houston; (3) Lázaro Saavedra, Detector de ideologías, 1989 (Lázaro Saavedra)