Die eeuwige religie Brazilië

Iedere vrijdag duiveluitdrijving

Stervoetballer Kaká offerde al miljoenen aan de kerk Renascer. Ondanks verhalen over hoerenfeesten, geldsmokkel en samenzwering zijn neo-pinkstergemeentes in Brazilië ongekend populair.

‘DAAROM VOORAL IS religie nodig: om uit de waanzin te komen, bij zinnen te komen. Bidden geneest van waanzin. In het algemeen. Dat is de redding van de ziel… Veel religie, jongeman! Ik laat geen gelegenheid tot religie lopen. Ik benut ze allemaal. Drink water uit elke rivier… Eén alleen is voor mij te weinig, misschien kom ik daarmee niet toe.’
Uit: João Guimarães Rosa, Diepe wildernis: De wegen, (vertaling August Willemsen)

SÃO PAULO – Brazilianen geloven. Zelfs de atheïsten. Of misschien beter gezegd: er is vrijwel geen Braziliaan die geen eigen spirituele belevingsvorm heeft. Rijk of arm, hoogopgeleid of analfabeet, ieder geeft er op zijn manier een draai aan, met tarot, astrologie, of af en toe een bezoek aan een terreiro, de tempel van de Afro-Braziliaanse religie candomblé, voor een ritueel reinigingsbad.
Hoewel tweederde van de bevolking zich officieel nog altijd katholiek noemt, is ‘het grootste katholieke land ter wereld’ (met 192 miljoen Brazilianen) in werkelijkheid een ware mengelmoes. Brazilië wordt grappend daarom ook wel ‘het grootste ex-katholieke land ter wereld’ genoemd. De grootste directe bedreiging voor het katholicisme is de opkomst van de (neo-)pinkstergemeentes. Tussen 1990 en 2000 (laatste census) is het aantal protestantse gelovigen verdubbeld van 13 naar 26 miljoen, tot ruim vijftien procent van de bevolking. Eind dit jaar komt een nieuwe census uit, maar zeker is dat de groei sinds 2000 niet heeft stilgestaan. Een conservatieve schatting is dat eenvijfde van de bevolking (een kleine veertig miljoen mensen) inmiddels lid is van een van de vele pinkstergemeentes. Een à twee miljoen gelovigen komen jaarlijks bijeen tijdens de grote Mars voor Jezus in São Paulo.
De neo-pinkstergemeentes hebben een aantrekkingskracht die haaks lijkt te staan op het traditionele christendom. Zij beloven het paradijs op aarde, per direct. De cultus is afgeleid van de evangelische welvaartsleer van de pinksterbewegingen in de Verenigde Staten (bekend van de televisiedominees) die begin twintigste eeuw Brazilië via de zending zijn binnengekomen. Volgens deze bewegingen heeft Jezus al het leed geleden voor de mensheid en is het zijn plan dat de mensen op deze wereld in welvaart leven en gelukkig zijn. Het enige dat de gelovige daarvoor moet doen is geloven. De gelovige uit zijn geloof door de tiende te betalen. Dat doet hij via de kerk. Als er sprake is van ernstige problemen als ziektes, overspel of verslavingen, kan hij met een extra (financieel) offer zijn geloof bekrachtigen. In ruil zal hij van zijn kwaden worden verlost, met de kracht van de heilige geest.
Het Braziliaanse voetbalelftal noemt zich inmiddels merendeels ‘crente’ (gelovige), de term die de leden van de pinkstergemeentes voor zichzelf gebruiken. Spits Kaká is de bekendste representant. Hij offerde al miljoenen aan de kerk Renascer, waarvan de leiding (de ‘bisschoppen’ Sônia en Estevam Hernandes, een echtpaar) door de Noord-Amerikaanse en Braziliaanse justitie werden en worden vervolgd vanwege geldsmokkel, samenzwering en valsheid in geschrifte.
De meeste aanhangers van de neo-pinksterkerken zijn echter arm en – in de visie van de meeste intellectuelen – het slachtoffer van ordinaire uitbuiting en misleiding. Kaká en zijn teamgenoten werden in 2009 teruggefloten door de Fifa toen ze bij het binnenhalen van de Confederations Cup in Zuid-Afrika op de grasmat gingen bidden. Hun T-shirts met Jesus Loves You moeten sindsdien uit beeld blijven, tot opluchting van sportjournalist Juca Kfouri, die de vermenging van voetbal met geloof als ordinaire reclame aanvalt. Daarmee heeft hij tijdens het laatste WK de woede van de crentes op zijn hals gehaald.
Wie als buitenstaander een neo-pinksterdienst bijwoont, schrikt van de manier waarop deze kerken hun geld binnenhalen. In de kerk Igreja Universal de Reino de Deus (IURD), in 1977 in Rio de Janeiro opgericht, hebben ze er een wekelijks schema met verschillende diensten voor. De Universal is onder leiding van ‘bisschop’ Edir Macedo de belangrijkste en machtigste evangelische beweging in Brazilië geworden. De beweging is volop in de politiek vertegenwoordigd, heeft een eigen televisiezender, twee kranten en vele radiostations. Daar waar een nieuwe sloppenwijk ontstaat, vestigt zich de Universal. En ondanks de schandalen die ook over deze kerk naar buiten zijn gekomen, zoals corruptie, hoerenfeesten voor de leiding en getuigenissen van mensen die zich uitgebuit voelen, groeit het aantal gelovigen nog steeds. Buiten Brazilië, met name in Latijns-Amerika en Afrika, maar ook in Amsterdam, staan al tempels van de Universal. De zending gaat dus intussen in omgekeerde richting.
Over heel Brazilië verspreid heeft de Igreja Universal meer dan tweeduizend tempels, sommige megagroot. In São Paulo is deze maand de bouw van een nieuwe kerk afgekondigd, die binnen vier jaar een replica moet worden van de tempel van Salomon in Israël. De stenen zullen vanuit Israël worden geïmporteerd. Met zeventigduizend vierkante meter zal de tempel groter worden dan de katholieke kathedraal Sé in het centrum van de stad. De competitie om de gelovigen wordt rechtstreeks gestreden.
In de Templo da Fé (tempel van het geloof), een oudere megakerk van de Universal in het zuiden van São Paulo, wordt op vrijdag de vaste ‘spirituele ontladingsdienst’ gehouden. Ontlading betekent duiveluitdrijving in de Igreja Universal. Deze vrijdag zitten er zeker duizend mensen. De predikant spreekt de mensen vanaf een groot podium toe. Hij legt uit dat ‘een mens soms nog zó zijn best kan doen om vooruit te komen in het leven, terwijl anderen, zoals musici en politici, een bloedpact met de duivel sluiten om geld en roem binnen te halen, maar dat jíj toch maar niet vooruitkomt. In dat geval is het heel goed mogelijk dat iemand je kwaad wil berokkenen, je een enconsta (kwade betovering) heeft opgelegd, of macumba (soort voodoo) tegen je heeft gebruikt.’
Daarop vraagt de bisschop de mensen elkaar de handen vast te houden, om gezamenlijk de kwade geesten uit te bannen. De ogen moeten gesloten worden. Er wordt gezongen en gepreekt in een opzwepend ritme. Helpers, die achter in de kerk in een halve cirkel om de gelovigen heen hadden gestaan, komen in groten getale te voorschijn en beginnen tussen de gangpaden door te lopen. Ze leggen enkele mensen de handen op het hoofd en roepen: ‘Sai diabo sai! Sai!’ (weg duivel, weg). In de ruimte klinkt geschreeuw van gelovigen die in trance raken. Ook de incognito journaliste wordt de handen op het hoofd gelegd: het feit dat de ogen niet gesloten waren, is een aanwijzing dat de duivel de persoon uit haar concentratie haalt.
Na verloop van tijd wordt een blonde vrouw op het podium gevoerd. De bisschop pakt haar bij het hoofd en vraagt wie er bij haar aan het woord is. Zij antwoordt met lage, donkere stem dat ‘hij’ bezit van haar heeft genomen. ‘Met hoeveel zijn jullie?’ vraagt de bisschop. ‘Met z’n zessen. Ik ben de sterkste’, antwoordt ze met de stem van de duivel en vervolgt: ‘Ik laat haar overspel plegen en zorg ervoor dat haar kinderen lijden. Dat ze heel veel schulden hebben.’
De bisschop trekt de vrouw, of de duivel, aan de haren om die te dwingen hem aan te kijken. Dan vraagt hij de mensen de handen te heffen en te bidden om haar genezing (het verdwijnen van het kwaad). Ten slotte roept hij de vrouw weer tot bewustzijn. Gezang volgt. De lucht is geklaard. En het moment van offerandes is gekomen. De bisschop roept de mensen op naar voren te komen, een envelop te pakken en ruimschoots te geven. Hij noemt astronomisch hoge bedragen, terwijl het merendeel van de aanwezigen zichtbaar rond de armoedegrens leeft.

EEN MORELE VEROORDELING is gauw gemaakt. Deze oproep tot giften is pure volksmanipulatie. Maar daarmee is het succes van de Igreja Universal nog niet verklaard. Wat drijft zo veel mensen tot de kerk? Antropoloog en psycholoog Paulo Bonfatti heeft een studie naar de ervaringen van de gelovigen binnen deze kerk gedaan vanuit dezelfde nieuwsgierigheid. Hij publiceerde in 2000 het boek A expressão popular do sagrado: Uma análise psico-antropológica da Igreja Universal do Reino de Deus (Volksexpressie van het heilige: Een psycho-antropologische analyse van de Igreja Universal).
Bonfatti is blij verrast als hem gevraagd wordt naar zijn bevindingen. ‘Buiten een kleine wetenschappelijke kring om is de standaardvraag of ik voor of tegen de Igreja Universal ben. Ik probeer het fenoméén te begrijpen. En ik probeer zo neutraal mogelijk te blijven. Veel antropologen die de Afro-Braziliaanse religie candomblé bestuderen, gaan tijdens hun onderzoek deel uit maken van de terreiros (tempels). Dat veroordeel ik niet, maar dat wilde ik niet.’ Volgens Bonfatti zit de meerderheid die zich bekeert tot de Igreja Universal ‘op de bodem van de put’. ‘Ook om die reden identificeer ik me gelukkig niet met de Igreja Universal.’
De uitdrukking ‘op de bodem van de put zitten’ wordt letterlijk gebruikt in de propaganda van de kerk: ‘Zit je helemaal op de bodem van de put, heb je alle wegen al geprobeerd, kom dan hier.’ Want ‘geen kerk zo sterk als de Igreja Universal’, stellen de gelovigen, ook mensen die normaal gesproken een andere kerk bezoeken, volgens Bonfatti. ‘Getuigenissen van gelovigen over genezing binnen de Igreja Universal zijn algemeen bekend. Het is hier in Brazilië niet ongewoon dat een katholiek of iemand uit een andere pinksterbeweging voor de zwaardere problemen naar de Igreja Universal gaat.’
De antropoloog heeft ook zelf genezingen geconstateerd, al spreekt hij liever van ‘opschorting van de kwalen’ en niet van een definitieve genezing. Bonfatti: ‘Nadat men de kerk, zo zegt men, “na veel twijfel” is binnengegaan en zich heeft bekeerd – zich “heeft overgedragen aan Jezus”, lukt het de gelovige in meerdere gevallen zich te onttrekken aan uitzichtloze situaties, zoals alcoholverslaving (alcohol is taboe binnen de pinksterbewegingen), ophopende schulden, chronische ziektes als hoofdpijnen en andere psychosomatische klachten. Zijn gedrag verandert echt.’
De verklaring voor deze ‘wonderen’ en daarmee het succes van deze kerk ziet Bonfatti in de typisch Braziliaanse vorm die de Igreja Universal heeft aangenomen. ‘Weliswaar is de Igreja Universal geïnspireerd op het Noord-Amerikaanse evangelisme, maar ze is een echt Braziliaanse creatie, die zeer goed in staat is gebleken tot zingeving voor de gelovigen. Dat doen andere godsdiensten uiteraard ook, maar de Igreja Universal heeft een vorm gevonden die méér biedt dan troost: deze kerk heeft een therapeutische kracht.’
Die kracht is mogelijk vanwege de aansluiting die de Igreja Universal heeft bij de ‘religieuze kern’ van Brazilië: het middeleeuwse katholicisme met al zijn magische aspecten, ingevoerd door de Portugezen in 1500. Daar zijn de Afrikaanse religies bovenop gekomen met de komst van de slaven. Bonfatti: ‘Hoewel de Igreja Universal zich in woorden hard afzet tegen zowel het katholicisme als de candomblé (waarin puur Afrikaanse natuurkrachten worden vereerd die schuilgaan achter katholieke heiligen om de slaveneigenaren te misleiden) en de umbanda (een vorm van sincretisme tussen Afrikaanse natuurkrachten en het katholicisme), gebruikt die kerk tegelijkertijd heel veel elementen uit die Braziliaanse kern.’
Zo heeft de Igreja Universal de melodieën van katholieke liederen gekopieerd, gebruikt men reinigingszout en incorporaties van geesten uit de candomblé en, als fundamentele factor: de nadruk wordt er gelegd op de aanwezigheid van de duivel in het leven. Bonfatti: ‘Het kwaad, of de duivel, of een van de vele andere benamingen die de duivel in Brazilië heeft, heeft weliswaar de afgelopen eeuwen in theologische discussies zijn vorm verloren – God zou het summum zijn van “het goede”, en het kwaad de “afwezigheid van God”. Dat klinkt allemaal prachtig, maar heeft niets te maken met de manier waarop het Braziliaanse volk gelooft.’
Sinds de kolonisatie heeft de duivel altijd in Brazilië bestaan. ‘Cultureel gezien zijn we omringd en bedreigd door kwade entiteiten via “het boze oog”, “het vette oog” (jaloezie), fetisjisme en magie’, legt Bonfatti uit. ‘Het is een bijna middeleeuwse manier van geloven, waarbij men de spirituele strijd tussen goed en kwaad, God en de duivel, ziet afspelen op ons werelds niveau. En, zolang je niets onderneemt kun je slachtoffer worden van de duivel. Vandaar dat je ook in het katholicisme allerlei vormen van bezweringen tegenkomt: het bidden van de rozenkrans, het zegenen door geestelijken en leken, het aanroepen van een heilige. Dat maakt allemaal deel uit van onze identiteit.’
In de katholieke kerk vind je in Brazilië ook duiveluitdrijvingen. Zoals in de kerk Nossa Senhora do Paraíso, vlakbij de grote Avenida Paulista, het zakenhart van São Paulo, waar op woensdagmiddagen om twaalf uur duiveluitdrijfsessies worden gehouden. De priester roept de kerkgangers op naar het altaar te komen, waar ze zich onder zijn bezweringen naar achteren laten vallen, opgevangen door de priester. Sommige mensen doen zo’n sessie een paar keer. En voelen zich nadien lichter.
Maar de Igreja Universal gaat nog een stap verder. Zij zet de duivel volledig op de voorgrond. Bonfatti: ‘De Igreja Universal roept de duivel op, gaat hem vervolgens te lijf, vernedert hem, drijft hem uit. En die confrontatie vindt niet alleen tijdens het exorcisme plaats, maar tijdens alle rituelen. Niet voor niets wordt gesproken van de “ridders van God in de strijd tegen het kwaad” in de Igreja Universal. Daarom wordt ze als zo’n krachtige kerk gezien.’
De gemeenschappelijke strijd tegen de duivel, waarbij de kerk en het geloof bescherming bieden tegen diens kracht, zien Bonfatti en andere jungiaanse psychologen als een zeer effectieve manier om in contact te treden met de ‘schaduwzijde’ in onszelf. ‘Jung beschrijft dat gedeelte in ons onderbewustzijn, dat we liever niet aanschouwen: jaloezie, drankzucht, mislukking. Het is een schaduwzijde die deel uitmaakt van onszelf, die tot ernstige psychosomatische klachten kan leiden zolang je de oorzaak niet kent.’
‘Je kunt’, gaat Bonfatti verder, ‘via een goede therapie bij die schaduwzijde komen, maar dat is niet voor iedereen weggelegd, financieel alleen al niet. In de Igreja Universal is een confrontatie met “hem” niet stigmatiserend of beschamend, omdat iedereen slachtoffer kan worden van de duivel. De daaropvolgende bekering en de steun vanuit de gemeenschap van de kerk werken helend.’

DE IGREJA UNIVERSAL als goede therapie. Velen zijn er van de drank af gekomen, zoals verwoord in de getuigenis van één: ‘Broeders, ik ga jullie het verhaal vertellen van die jongen die alleen maar wilde weten van de beest uithangen. Tot hij op een dag het licht zag. Halleluja broeder! Ik was een dronkaard, constant gedrogeerd. Vandaag ben ik genezen. Ik heb Jezus ontmoet! Jezus ontmoet! Jezus ontmoet!’
In Diepe wildernis: De wegen, het Braziliaanse meesterwerk van João Guimarães Rosa waarin de oude grootgrondbezitter Riobaldo gedurende drie dagen aan een erudiete vreemdeling vertelt over zijn leven als bandiet, valt het allemaal al te lezen. Kernwoord uit het boek, een epische roman, is misschien wel travessia, de symbolische oversteek die de mens moet maken om zijn eigen duivels te overwinnen.
Die duivel is volop aanwezig in het boek, zowel in de ontkenning van zijn bestaan, als in het noemen van zijn naam: ‘O Arrenegado, o Cão, o Cramulhão, o Indivíduo, o Galhardo, o Pé-de-Pato, o Sujo, o Homem, o Tisnado, o Coxo, o Temba, o Azarape, o Coisa-Ruim, o Mafarro, o Pé-Preto, o Canho, o Duba-Dubá, o Rapaz, o Tristonho, o Não-sei-que-diga, O-que-nunca-se-ri, o Sem-Gracejos…’ Wat zoiets wil zeggen als: ‘De boze, de hond, de duivel in de fles, het individu, de gehoornde, de eendenpoot, de vuile, de man, de koolzwarte, de kreupele, de jongen, de sombere, de ik weet niet wat-ie zegt, de wat nooit over zich lacht, de zonder scherts…’