Media

Iedereen Don Quichotte

‘Westerse revolutie is intifada van consumenten’, luidde afgelopen weekend een kop in de Volkskrant. In het artikel werd betoogd dat een groot deel van de Engelse rebellen boos was over het contrast tussen hun povere levens en de mogelijke levens die dag in, dag uit op televisie, in bladen en in dure wijken werden getoond. Zij wilden ook zo'n leven - en als het niet altijd kon, dan toch minstens voor een paar dagen. Vandaar dat zij geen overheidsgebouwen in brand staken maar winkels plunderden en zich met dure spullen uit de voeten maakten.

Even raakten ze aan het grote leven, hoefden ze zich niet neer te leggen bij hun status van onderknuppel en bovenal: hoefden ze niet te kijken maar werden bekeken. Dat even was net genoeg voor tijdelijke bevrediging en een arsenaal verhalen. Deze verhalen kunnen verteld worden aan nog grotere onderknuppels en geven de rebel tijdelijk de status van benijdenswaardige. Daarom zou het hen in eerste instantie te doen zijn: status. Opstand, roof en geweld waren bijzaak.

Een halve eeuw geleden publiceerde René Girard Mensonge romantique et vérité romanesque, De romantische leugen en de romaneske waarheid, een boek waarin nabootsing en, liefst nog, verbetering van het voorbeeld als levensprincipe wordt aangemerkt. Ter illustratie hiervan opent het met Don Quichotte. De Ridder van de Droeve Figuur ligt op zijn bed, leest en verkondigt dat hij beter wil zijn dan de in het boek beschreven ridder. Daarop zadelt hij zijn paard, instrueert zijn knecht en trekt de wijde wereld in, om aan het eind van het boek te ontdekken dat hij schimmen heeft nagejaagd en beter zichzelf had kunnen blijven. Maar het is te laat, hij is op sterven na dood en kan niet meer goedmaken wat hij fout heeft gedaan.

Leugen en waarheid. De leugen is hetgeen de ander weerspiegelt en jij wilt zijn; de waarheid is wat je bent en moet leren te aanvaarden. Dit laatste is in een samenleving vol ‘spiegels’ echter buitengewoon moeilijk. Hoe meer media, hoe meer spiegels, zou je met het eveneens in 1961 verschenen boek The Image van Daniel Boorstin kunnen beweren, en dus hoe ingewikkelder het is jezelf te zijn dan wel je neer te leggen bij de status van tweederangsburger, onderknuppel of anderszins ondergeschikte. Vandaar wellicht ook waarom de relatie tussen media en sociale bewegingen zo intensief is. Ik schreef daarover twee weken geleden naar aanleiding van een groot naslagwerk over Social Movement Media en constateerde dat verreweg de meeste daarin beschreven media links zijn. Logisch: media tonen een werkelijkheid die kan en volgens sommigen ook moet zijn. Daarmee zetten ze aan tot actie. Maar als we de verhalen over de Engelse rebellen van dit moment moeten geloven doen boulevardbladen, onbedoeld en onbewust, hetzelfde - en dat terwijl negen van de tien eerder een rechtse dan een linkse ideologie uitstralen of in ieder geval in handen zijn van personen of conglomeraten die bij sociale verandering niet gebaat zijn. Maar alleen al door het mooie leven van de celebrities te laten zien, roepen ook zij verlangens op. Die verlangens kunnen revolutionair zijn: dát leven willen wij (lezers, kijkers) ook! Vandaar dat de conclusie er slechts één kan zijn: met de mediatisering groeit het revolutionair potentieel. In zoverre zijn de ontwikkelingen van de laatste tien, vijftien jaar in de niet-westerse wereld veelzeggend: niet of nauwelijks gemediatiseerde samenlevingen ondergingen door de nieuwe media een technologische revolutie. Deze is voorwaarde voor die andere, veel ingrijpender revolutie van macht, sociale verhoudingen en opvattingen.

De lastigste schakel in deze gedachtegang brengt ons terug bij Girard. Het is immers lang niet altijd zo dat mooie beelden verlangen naar imitatie of verbetering oproepen. De overgrote meerderheid van de koningshuisbewonderaars in Engeland zowel als elders bedenkt geen moment dat ze voor een dergelijke status in aanmerking komt. Ze vergaapt zich en daar blijft het bij. In zoverre is er in tien eeuwen weinig veranderd. Veranderd is dat de overgrote meerderheid van de celebrities tegenwoordig uit de categorie 'gewone mensen’ stamt: voetballers uit een achterstandswijk, mooie Marie van om de hoek, slimme Jan uit Appelscha. Terwijl een dubbeltje vroeger nooit een kwartje werd, zijn de meeste kwartjes van tegenwoordig dubbeltjes geweest. Hiermee zijn alle scheidslijnen verdwenen en heeft eenieder de mogelijkheid voor zichzelf een hoge status op te eisen. De media kunnen uit de aard van hun bestaan niet anders dan hierop inspelen. Links, rechts, het maakt niet uit. In een wereld van ongekende mogelijkheden roepen zij alleen al door de ander te tonen jaloezie op. Anders gezegd, in de tijd van Cervantes kon het slechts bij een ridder opkomen een andere, papieren ridder te willen verbeteren. Tegenwoordig kan een dergelijke gedachte bij iedereen opkomen en is dus iedereen potentieel ook een Don Quichotte.