Elektriciteit helpt Ethiopië uit de armoede

Iedereen een wasmachine

In Ethiopië gaat op steeds meer plaatsen het licht aan. Met elektriciteit uit zon, wind en water en onvermijdelijk ook uit kernenergie bestrijdt het land de armoede en de honger.

Large par446348
In de top-tien van de economisch snelst groeiende landen wereldwijd staat Ethiopië op één © Raymond Depardon / Magnum / HH

Onze zware terreinwagen wurmt zich omhoog naar Sidama, een regio in de hooglanden van Ethiopië, op zes uur rijden van Addis Abeba. Sidama lijkt in niets op de bruisende hoofdstad met haar lightrail, universiteiten en wit-blauwe taxi’s. Sidama is arm. De regio is zelfs een van de armste van Afrika. Toch voltrekt zich in Sidama een kleine revolutie. De afgelopen jaren werden hier twee miljoen mensen voorzien van moderne energie. Dat gebeurde in een samenwerkingsproject van de Ethiopische overheid en zeven westerse landen, waaronder Nederland.

Het project heet EnDev, Energizing Development, en doet precies wat het zegt. Het verschaft mensen energie om daarmee ontwikkeling mogelijk te maken. In Sidama bouwde EnDev vijf waterkrachtcentrales ter grootte van een Nederlandse badkamer en voorzag een groot aantal sociale instellingen van zonnepanelen. De stroom die hier wordt opgewekt vloeit via kleine netwerken, microgrids, naar 430.000 mensen, 3400 kleine ondernemingen en 480 instellingen, waaronder veel gezondheidsklinieken. In de woningen is de stroom voldoende voor enkele lampen, de tv en de radio en het opladen van een telefoon. In de klinieken zoemen nu koelkasten en bloedcentrifuges. Via lokale winkeliers verkocht EnDev bovendien 300.000 draagbare lampen op zonlicht. En bij 650 lokale producenten liet de organisatie eenvoudige kookstoven bouwen. Daarin wordt een fractie van het hout verstookt dat doorgaans nodig is om thee te zetten of de grote zurige Ethiopische pannenkoeken, injera’s, te bakken. Meer dan 1,2 miljoen van deze kookstoven zijn inmiddels verkocht. Daardoor wordt jaarlijks niet alleen 300.000 ton hout bespaard, maar ook 300.000 ton minder CO2 uitgestoten.

Aldus de even grote als koele cijfers. Maar wil je er de impact van begrijpen, dan moet je in Sidama met de mensen praten van wie het leven ingrijpend veranderde. Met Guye Guje in het dorp Gobecho bijvoorbeeld. Hij bouwde een huis aan de hoofdstraat. Vervolgens nam hij een abonnement op stroom uit de kleine waterkrachtcentrale twee kilometer verderop. In zijn huis startte hij een restaurant annex tearoom. Een spaarlamp bungelt omlaag en in de hoek speelt een transistorradio de laatste Ethiopische hits. Guye’s vrouw Fekirte bakt injera’s en serveert roereieren. Guye noemt zich een bevoorrecht man. ‘Voordat de stroom kwam, had ik niks. Ik hielp mijn vader op de boerderij. We waren straatarm. Nu verdienen we geld. Dat gaan we weer investeren.’ Die investering wordt een kapsalon, het gebouwtje staat in de steigers.

Ook het leven van Salamawit Betru, verpleegster in het Sire Goyu Health Centre, ging er met sprongen op vooruit. Sire Goyu is een kliniek met zonnepanelen voor de deur. Vroeger, zegt Salamawit, toen hier nog geen stroom was, kon je bijna niets doen. ‘Soms kwamen vrouwen ’s nachts om te bevallen, maar het enige licht dat we hadden, kwam van kaarsen en pitjes op kerosine. We zagen maar amper wat we deden. Omdat we zo slecht waren uitgerust, bleven vrouwen thuis en baarden hun kinderen zonder medische hulp.’ Dat is nu verleden tijd. Niet alleen verlichten lampen de behandelkamers, ook kan een laborant bloed onderzoeken op malaria, worden instrumenten fatsoenlijk gesteriliseerd en vaccins bewaard in koelkasten.

En dan is er nog Askal Mesele, een jonge vrouw die overschakelde van koken op een vuurtje tussen drie stenen naar een houtbesparende kookstoof. Aan de rand van het dorp woont Askal samen met haar moeder, haar dochter en zes broers en zussen. Ze bespaart door het simpele oventje niet alleen fors op de aankoop van hout, maar zag ook haar gezondheid verbeteren. ‘Vroeger had ik doorlopend brandwonden op mijn benen en moest ik hoesten van de rook. Dat is allemaal voorbij. Ook gaat het bakken van injera’s een stuk sneller.’

Het is allemaal relatief simpele technologie. En door EnDev wordt die op een zakelijke manier ingevoerd. Want energie is ook in Ethiopië een markt. Voor alles moet door de gebruikers worden betaald, iets wat doorgaans ook lukt. Want iedereen begrijpt het belang van moderne energie in de strijd tegen honger en armoede. Bovendien is stroom een stuk goedkoper dan hout of kerosine.

Ethiopië is een van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Op de Human Development Index staat het land op de 173ste plaats van alle 187 landen wereldwijd. 34 miljoen van zijn honderd miljoen inwoners zijn extreem arm en leven van minder dan 1,90 dollar per dag. Rond de 71 miljoen mensen hebben géén toegang tot elektriciteit. Voor honderd miljoen Ethiopiërs wordt ongeveer net zo veel energie opgewekt als in Estland voor één miljoen Esten.

In het rijke Westen kunnen we ons maar amper voorstellen wat het is om extreem arm te zijn. Armoede betekent dat ouders dagenlang niets eten om in elk geval iets over te houden voor hun kinderen. Armoede betekent dat er geen geld is voor een bezoek aan het ziekenhuis, of voor een nieuw dak wanneer de regens er doorheen slaan. Armoede betekent dat je ziek wordt van vuil water, dat je vroeg oud bent en een of meer kinderen naar het graf moet brengen. Armoede maakt je machteloos. Je voelt je vernederd, uitgesloten, afgedankt. Je bent overgeleverd aan criminelen, corrupte ambtenaren en ‘suikerooms’ in ruil voor seksuele gunsten. Armoede is dodelijk. Jaarlijks sterven bijna zes miljoen kinderen onder de vijf jaar, omdat ze het zich simpelweg niet kunnen veroorloven om te leven.

Daarom wil Ethiopië van zijn armoede af. De opeenvolgende regeringen van Meles Zenawi, Hailemariam Desalegn en, sinds vorige maand, Abiy Ahmed Ali zijn vastbesloten om het land een stuk welvarender te maken. Ze voeren dan ook enorme plannen uit. Daarmee moet Ethiopië nog vóór 2025 zijn opgestoten tot een ‘middeninkomensland’. En die ontwikkeling dient niet alleen ‘klimaatbestendig’ te zijn maar ook nog eens CO2-arm. De uitstoot van broeikasgassen, met name uit het verbranden van hout en mest in huishoudens, moet met zestig procent omlaag. En in die combinatie lukt dat alleen met meer, véél meer elektriciteit.

Het zijn plannen die in het Westen doorgaans met schouderophalen worden begroet. Ethiopië is immers Afrika. En hoe het daar gaat, weten we van televisie. Afrika is corruptie en slecht bestuur. Afrika is stilstand, oorlog en armoede. En moderne technologie noch ontwikkelingssamenwerking heeft daar in al die jaren iets aan kunnen veranderen.

Op televisie zie je dan ook maar zelden iets over de vooruitgang die al jarenlang in Afrika wordt geboekt. In de top-tien van de economisch snelst groeiende landen wereldwijd bevinden zich maar liefst zes Afrikaanse. Ethiopië staat op één, Ivoorkust op twéé en Rwanda op vier. Het afgelopen decennium groeide Ethiopië met gemiddeld tien procent. Nu zegt economische groei maar weinig, zolang niet duidelijk is of de opbrengsten niet blijven hangen bij een kleine elite.

‘Voordat de stroom kwam, had ik niks. We waren straatarm. Nu verdienen we geld. Dat gaan we weer investeren’

Maar de signalen zijn bemoedigend. Sinds 1960 steeg de levensverwachting in Europa met elf jaar. In Sub-Sahara Afrika steeg ze met twintig jaar en in Ethiopië met 27 jaar. De kindersterfte in Europa daalde van zestig kinderen per duizend naar vier op de duizend. In Afrika daalde ze van 270 naar 78 op de duizend en in Ethiopië daalde ze verder tot 58. En ook al ging in Afrika de bevolking sinds 1960 vier keer over de kop, de productie van landbouwgewassen deed dat ook. Inmiddels begint ook het percentage mensen in extreme armoede te dalen. Was in 1990 nog zestig procent van alle Afrikanen extreem arm, vandaag is dat 42 procent. En in Ethiopië staat het percentage zoals gezegd op 34.

En nu wil Ethiopië dus dóórgroeien naar een middeninkomensland, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Ghana of Kenia. Maar er ligt een fors obstakel op de weg, en dat is gebrek aan energie. ‘We hebben ons voorgenomen om onze economie tienvoudig te laten groeien. En als we dat willen, moeten we 25 keer meer energie opwekken dan we nu doen’, sprak de Ethiopische minister van Wetenschap en Technologie Getahun Mekuria onlangs in de regeringskrant The Ethiopian Herald.

25 keer méér energie dan vandaag. In Ethiopië is het een noodzaak, in het Westen stuiten dergelijke voornemens op grote bezwaren. Aangevoerd door de milieubeweging zetten wij juist in op het verminderen van energie. Friends of the Earth, de moederorganisatie van het Nederlandse Milieudefensie, meent dat het energiegebruik van de gemiddelde wereldburger in 2050 75 procent lager moet zijn dan vandaag. Niemand zou tegen die tijd meer energie moeten gebruiken dan de gemiddelde Indiër vandaag.

Ethiopië denkt precies de andere kant op. Het land voert een pro-poor policy en dat betekent dat de Ethiopische overheid van armoedebestrijding een prioriteit maakt. Om dat te bereiken stellen Ethiopische beleidsmakers zich niet de vraag waarom hun land zo arm is, maar waarom westerse landen eigenlijk zo rijk zijn. Hoe lukte het ons om uit de armoede te ontsnappen?

Tot aanvang negentiende eeuw was armoede immers de wereldwijde norm. Vóór 1850 was het Westen nauwelijks rijker dan Afrika. Ook de Europese armen bedreven kleinschalige landbouw en deden dat zonder tractoren, ploegen, kiepkarren, pesticiden, kunstmest of drainage. Een van de belangrijkste antwoorden op de vraag waarom het Westen vandaag zo rijk is, luidt: energie.

Het was Engeland dat rond 1850 als eerste regio in de wereld een ontzagwekkende sprong maakte. Het Grote Gebeuren was de industriële revolutie. Aangedreven door een overdaad van fossiele energie ontstond de mogelijkheid om in hoog tempo en tegen relatief geringe kosten goederen te produceren. Een welvaartsexplosie volgde. Deze breidde zich nog in de negentiende eeuw uit van Engeland naar de Verenigde Staten en de koloniën van het Britse Rijk, gevolgd door continentaal Europa en Japan. De rest van Azië en Latijns-Amerika haakten aan in de twintigste eeuw. Afrika is simpelweg het laatste continent dat deze revolutie doormaakt. Ook Ethiopië zet nu, net als het negentiende-eeuwse Engeland, in op een snelle vermeerdering van zijn welvaart. En wie honger en armoede wil terugdringen, kan niet om energie heen.

Armoedevermindering begint met zoiets simpels als overschakelen van hout en kerosine op stroom. In Sidama vertellen bewoners dat hun energiekosten met de helft zijn gedaald. En wat ze overhouden geven ze uit aan voedsel, onderwijs en telefoonabonnementen. Ook de gezondheid van de armsten verbetert, al was het maar omdat hun kinderen worden gevaccineerd en de operatiekamers in de ziekenhuizen verlicht zijn. Het onderwijsniveau stijgt nu kinderen de kans krijgen om ’s avonds huiswerk te maken. En zodra ze kunnen stoppen met het verzamelen van brandhout krijgen vrouwen en meisjes meer ruimte om zich te ontplooien. Een simpele kookstoof bespaart hun zes uur sprokkelen per week. De vrijkomende tijd brengen ze nu door met werk in hun tuinen, het begeleiden van kinderen, het opzetten van een handeltje en koffie drinken met buren.

Moderne energie jaagt ontwikkeling aan. In Gobecho ervaren zelfs dorpelingen zónder aansluiting de voordelen van de elektrificatie. Een schooldirecteur vertelt over avondklassen voor analfabeten, omdat het schoolgebouw na zessen beschikt over licht. Drie keer per week komen rond de dertig mannen en vrouwen samen om te leren lezen en schrijven.

En daar blijft het niet bij. Goedkope en betrouwbare energie laat mensen anders denken. Plots zien ze mogelijkheden waar vroeger zelfs niet van kon worden gedroomd. Zo kwam Guye Guje pas op het idee van een restaurant, en vervolgens een kapsalon, toen hij hoorde dat er stroom naar zijn dorp kwam. En nu speelt hij al weer met een ander idee: met een televisie en een dvd-speler tover je het restaurant ’s avonds om in een heuse bioscoop. De schooldirecteur denkt over de aanschaf van een computer. En verpleegster Salamawit besloot om naar het gezondheidscentrum te verhuizen nu ze ’s avonds stroom heeft om haar telefoon op te laden en via Facebook in contact te blijven met haar vrienden in de stad. Zonder energie is er geen fatsoenlijk onderwijs, geen fatsoenlijke gezondheidszorg, geen irrigatie en drainage, geen productie van kunstmest en geen industrie om voedsel te conserveren.

Het onderwijsniveau stijgt nu kinderen de kans krijgen om ’s avonds huiswerk te maken omdat er licht is

‘We kunnen het ons al bijna niet meer voorstellen om géén stroom te hebben’, zegt voorzitter Wondomagegn van het dorpscomité dat in Gobecho de kleine waterkrachtcentrale beheert. ‘Voordat de elektriciteit kwam, leefden we letterlijk in duisternis. Twaalf uur per dag konden we elkaar niet eens zien. De bouw van die waterkrachtcentrale is het beste wat ons kon overkomen.’

En dan heeft Ethiopië zijn hernieuwbare bronnen nog lang niet uitgeput. Integendeel. De zon schijnt grote delen van de dag en kan grootschalig worden opgevangen door zonnepanelen. Duizenden grote en kleine rivieren zijn ideaal voor grote en kleine waterkrachtcentrales. In potentie zijn er meer dan genoeg kansen voor nog veel meer hernieuwbare elektriciteit.

Large hh 17083124
Een elektriciteitscentrale in de buurt van Mek’ele, Ethiopië © Xinhua / HH

Elektriciteit was ook het beste wat Hans Rosling (1948-2017) overkwam. Rosling, van wie vorige maand alsnog het boek Feitenkennis verscheen met als ondertitel Tien redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt, was een Zweedse arts en statisticus. Hij verbaasde jarenlang een wereldwijd publiek met presentaties over vooruitgang. En Rosling besefte het belang van elektriciteit via de nieuwe wasmachine van zijn moeder.

In zijn ted-talk The Magic Washing Machine vertelt hij wat er gebeurt wanneer elektriciteit een ‘saaie wasdag’ verandert in een ‘intellectuele leesdag’. Rosling was vier toen zijn moeder voor het eerst een wasmachine aanzette. Daarvóór deed ze de was met de hand. En dat was behalve zwaar ook tijdrovend werk. Nadat ze voor het eerst de machine had aangezet, nam ze Hansje bij de hand en wandelden ze naar de bibliotheek. De tijd die vrijkwam door het gebruik van de wasmachine gebruikte de moeder om hem een boek voor te lezen. Zo kon hij zich ontwikkelen tot de intellectueel die volgens Foreign Policy behoorde tot de honderd belangrijkste denkers ter wereld.

Maar wanneer Rosling tijdens zijn presentaties vertelde over het belang van goedkope, overvloedige en betrouwbare stroom waren er altijd wel een paar milieubewuste mensen in de zaal. Zij wierpen dan tegen dat, helaas helaas, niet iedereen in de wereld zo’n energie slurpende wasmachine kon hebben. Zoals ze, en jammer voor hen, ook geen airconditioning, geen koelkast en geen auto zouden kunnen hebben en geen vliegreizen zouden kunnen maken. Zo’n westerse consumptie van energie in Afrika of India zou immers desastreus uitpakken voor milieu en klimaat. Mensen in het Zuiden zouden zich, anders dan westerlingen, tevreden moeten stellen met kleinschalige en volledig hernieuwbare energie.

Volgens de maatstaven van het VN-initiatief SEforALL (Sustainable Energy for All) wil dat zeggen dat de armsten over niet meer hoeven te beschikken dan over schone kookstoven, lokale op water of biomassa aangedreven energiecentrales, gedecentraliseerde zonne-energie en spaarlampen. Het is precies het programma van EnDev.

Ja, twee miljoen mensen op het Ethiopische platteland worden door het EnDev-programma vooruit geholpen en zetten daarmee een eerste stap buiten hun extreme armoede. Voor deze twee miljoen is die stap ronduit revolutionair. Maar voldoende is het niet. Meer dan het opladen van een telefoon, het laten branden van een lamp en het laten spelen van een radio zit er immers niet in. Bovendien telt Ethiopië honderd miljoen mensen, waarvan tachtig procent leeft op het platteland. En ook al is het land nu de snelst groeiende economie ter wereld, één derde van alle Ethiopiërs leeft nog steeds in extreme armoede.

Hernieuwbare energie uit het EnDev-programma kan dan ook niet het volledige antwoord zijn, dat beseft niemand beter dan de Ethiopische regering. Energie uit zon, wind en water is bovendien wispelturige energie. Het waait niet altijd, de zon is ongeveer twaalf van de 24 uur niet beschikbaar en in de droge tijd liggen de turbines in de waterkrachtcentrales stil, zoals ze in de regentijd verstopt raken door takken en modder. Ethiopië is dan ook naarstig op zoek naar een energieverschaffer die onafhankelijk van het weer 24 uur per dag elektriciteit weet te leveren. En omdat het land niet wil terugvallen op fossiele brandstoffen zet het nu in op kernenergie.

De nadelen zijn duidelijk: kernafval en de mogelijke productie van plutonium voor kernwapens. De voordelen zijn echter ook helder. Kernenergie is niet afhankelijk van de wispelturigheid van het weer, kernenergie is veiliger dan alle andere vormen van energie, en bovenal stoot een kerncentrale geen broeikasgassen uit.

Op dit moment draaien in 31 landen wereldwijd 447 kerncentrales. En terwijl vijf westerse landen hun reactoren willen sluiten – Duitsland, België, Hongarije, Zwitserland en Taiwan – worden in dertien landen 61 nieuwe reactoren gebouwd. Bovendien liggen in negen nieuwe landen concrete plannen klaar om kerncentrales te bouwen. En elf Afrikaanse landen tekenden de afgelopen tijd samenwerkingsovereenkomsten met Rusland of China om de mogelijkheden van een kernprogramma te verkennen. Ethiopië is een van die landen. Vorig jaar was er al een Memorandum of Understanding. En afgelopen maart reisde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov er nog eens voor af naar Addis Abeba. Op een persconferentie na afloop benadrukte de minister van Wetenschap en Technologie Getahun Mekuria dat Ethiopië de stap naar kernenergie wel móet zetten, wil het land aan de armoede ontsnappen.

Mekuria beklemtoonde dat juist de klimaatverandering Ethiopië naar kernenergie doet verlangen. Omdat het land in zijn elektriciteitsvoorziening volledig afhankelijk is van waterkracht, zon en wind is het ook volledig afhankelijk van de nukken van het klimaat. Een klimaat dat door de klimaatverandering almaar wispelturiger wordt. Mekuria: ‘Stel je eens voor in welke crisis we terechtkomen wanneer er een tijd geen regen valt en een jarenlange droogte uitbreekt. We hebben een energievoorziening nodig die niet afhankelijk is van het klimaat, die door niets onderbroken kan worden en die onze snel groeiende economie stevig kan ondersteunen.’ Overigens verwacht de minister dat het nog wel vijftien tot twintig jaar kan duren voordat de eerste kerncentrale stroom zal leveren.

In zijn boek Feitenkennis noemt Hans Rosling vijf risico’s waarover we ons grote zorgen moeten maken. Op één staan wereldwijde epidemieën, twéé zijn instortende financiële systemen, drie is een derde wereldoorlog en op vier staat klimaatverandering. Bij het vijfde risico aarzelt Rosling: dat is extreme armoede. Want terwijl de andere vier daadwerkelijk risico’s zijn, waarvan niemand kan inschatten of het ooit gebeurt, voltrekt extreme armoede zich dag na dag en in het hier en nu. Extreme armoede is geen risico meer, armoede is voor bijna achthonderd miljoen mensen dagelijkse praktijk. De ellende die extreme armoede veroorzaakt, speelt zich niet af in een verre toekomst en evenmin ontbreekt de kennis om er wat aan te doen.

Bovendien kan extreme armoede de aanleiding zijn tot sommige van die andere risico’s. Een wereldwijde epidemie kan ontstaan doordat klinieken in arme landen niet in staat zijn de eerste symptomen te ontdekken. Grote conflicten kunnen ontstaan doordat jonge mannen zonder geld en perspectief sneller naar de wapens grijpen. Een kalifaat als IS ontstond niet zonder reden in het door oorlog en armoede kwetsbaar geworden Syrië en Irak.

Het goede nieuws is dat na de Tweede Wereldoorlog nog de helft van de wereldbevolking bestond uit extreem arme mensen en dat dit nu hangt op een dikke tien procent. Daarom is volgens Rosling juist onze generatie in staat om aan die extreme armoede een einde te maken. Een constante en betaalbare stroom van elektriciteit is daarvoor noodzakelijk. ‘Vijf miljard mensen wereldwijd beschikken nu nog niet over genoeg stroom om een wasmachine te laten draaien. Laten we beginnen met begrijpen wat deze mensen willen’, waarschuwt Rosling. ‘De verwachting dat zij vrijwillig hun economische groei zullen afzwakken, is volkomen onrealistisch.’ Ál die mensen willen wasmachines, verlichte woningen, fatsoenlijke rioleringen, een koelkast om voedsel in op te bergen, brillen om beter mee te kijken, insuline tegen diabetes en transport om met vakantie te gaan. ‘Ze willen wat jij en ik ook willen.’

Wie de armsten deze mogelijkheden niet gunt, zou volgens Rosling terstond afstand moeten doen van alles wat hierboven staat opgesomd. Hij zou vandaag nog zijn wasmachine weg moeten doen en zijn beddengoed en spijkerbroeken op de hand moeten wassen.