United States of Trump #16: Ook Democraten verzinnen hun eigen feiten

Iedereen heeft gewonnen in Iowa

© TNS/ABACA

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering zestien: Ook Democraten verzinnen hun eigen politieke realiteit.

Waren de Democratische voorverkiezingen in Iowa een revolutie of restauratie? Was het een bewijs dat Bernie Sanders ook deze presidentsverkiezingen weer de vaandeldrager van progressief Amerika wordt of liet Iowa zien dat iemand die spreekt over hoop en verzoening toch meer kans maakt dan verwacht? De uitslag die gestaag binnendruppelde wees twee kanten tegelijk op, dankzij de belofte van de Democratische partij om twee resultaten bekend te maken. Iowa wilde duidelijk maken hoeveel gedelegeerden iedere kandidaat had gewonnen tegelijk met de totale hoeveelheid stemmen die ze hadden gekregen. Het ziet ernaar dat Buttigieg - nipt - de winnaar is in de eerste categorie, die uiteindelijk telt voor wie straks presidentskandidaat wordt. Sanders lijkt er vandoor te gaan met de ‘popular vote’.

Het feit dat er een dubbele uitslag gerapporteerd moest worden, betekende dat een wens van Sanders is ingewilligd. In 2016 verloor hij op een haar na van Hillary Clinton, wat gemor en wantrouwen in het Bernie-kamp veroorzaakte. Het verschil bedroeg minder dan een kwart procent. Veel Sanders-fans vertrouwden de uitslag niet, omdat alleen het aantal gedelegeerden bekend werd gemaakt.

Een poging van de Democraten in Iowa een vollediger beeld te geven ontplofte in het gezicht van de partij. De app die het partijkader had opgedrongen aan de lokale afdeling werkte niet goed op de verkiezingsavond, en het voor de hand liggende alternatief - de uitslagen doorbellen - liep hopeloos mis. Het resultaat: overal wachtende kandidaten, zenuwachtige campagnemedewerkers en een grote anticlimax op de avond die het startschot voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 had moeten zijn.

En bij gebrek aan officiële resultaten riepen de kandidaten zichzelf maar tot nummer één uit. Pete Buttigieg hield een slinkse speech waarin hij zijn team en zichzelf tot ‘overwinnaars’ bestempelde. Er waren op dat moment nog nul uitslagen bekend, maar Buttigieg sprak alsof hij zojuist te horen had gekregen dat het Witte Huis van hem was. Een fondsenwerver van zijn campagne bevestigde me achteraf dat Pete zijn voorbereide overwinningsspeech had voorgelezen. Er was behoefte aan een winnaar na dagenlang campagnevoeren en Buttigieg is goed in het spelen van rollen. Hij is de zoon van twee professoren, studeerde aan Harvard, en is de grote begunstigde van rijke donoren bij de Democraten. Toch presenteert hij zich als eenvoudige plattelandsjongen die tegen de stroom in roeit. De rol van onverwachte winnaar kon daar prima bij. Het feit dat de cijfers hem achteraf gelijk lijken te geven, betekent dat hij waarschijnlijk wegkomt met zijn claim zonder feitenbasis.

Hoe dan ook leerde de verkiezingsavond dat de Democraten net zo goed de verleiding niet kunnen weerstaan hun eigen politieke realiteit te construeren. Toen het ongeduld in Iowa al lang was omgeslagen in merkbare irritatie, stuurde de Sanders-campagne een mailing rond met hun eigen telling. De achterdocht van 2016 had ervoor gezorgd dat het team van Sanders dit keer zelf ook de score had bijgehouden. Volgens het communiqué dat om kwart over een ’s ochtends in mijn mailbox verscheen was Sanders de winnaar in Iowa, gebaseerd op een telling van veertig procent van de kiesdistricten. Het kreeg niet veel media-aandacht, vanwege het late uur en omdat politici die zichzelf tot overwinnaar verklaren met goede redenen worden gewantrouwd. Als straks de definitieve uitslagen binnen zijn, en niet Sanders maar Buttigieg gewonnen blijkt te hebben, is het interessant om uit te zoeken waarom de tellers van het Bernie-kamp ernaast zaten.

Ik bracht de verkiezingsavond door op Iowa State University, waar het in een opslag duidelijk was wie daar zou winnen. Iowa houdt een openbare ‘caucus’, waarbij kiezers zich opdelen in groepen al naar gelang welke kandidaat ze ondersteunen. De Sanders-hoek was van meet af aan het drukst. Er verzamelde zich een coalitie waar in de jaren zestig van gedroomd werd: iedereen die ik sprak was student of deed juist werk waar geen universitair diploma voor nodig was. Het onderstreepte de brede populariteit van de Senator uit Vermont. Op deze stemlocatie was de steun voor Sanders bijna drie keer zo groot als voor de volgende twee kandidaten, Pete Buttigieg en Elizabeth Warren, die ongeveer gelijk eindigden.

Tegelijk vormden de totaalcijfers een kanttekening bij de Sanders-revolutie. ‘Als de opkomst hoog is, dan gaan we deze caucus winnen’, zei Sanders in een toespraak voorafgaand aan de stemming. Uiteindelijk was de opkomst niet overweldigend. Er kwamen 170.000 Democratische kiezers opdagen. Aanzienlijk minder dan de 240.000 in 2008, waarmee de opmars van Obama begon, en ook minder dan in 2016. Toen scoorde Sanders bijna vijftig procent. In zijn eigen telling komt hij nu niet boven de dertig procent uit. Het enthousiasme voor de Bernie-revolutie lijkt wat te zijn afgezwakt.

Aan zijn fans op Iowa State lag het niet. ‘Bernie begrijpt dat er een klassenstrijd gaande is in Amerika’, zei Alex Raisanovsky, een promovendus die ik vroeg naar zijn steun voor Bernie. Sanders’ campagnespeeches in Iowa waren doorspekt met kritiek op de ‘1%’, maar Raisanovsky zag een klassenconflict dat nog dieper gaat. ‘Ook de hogere segmenten van de middenklasse hebben andere belangen dat de werkende klasse’, zei hij. ‘Bernie ziet dat.’

Het succes van Sanders is een bijstelling van het beeld dat de VS van zichzelf hebben als een klasseloze samenleving. En het onderstreept dat nieuwe generaties een andere invulling geven aan geijkte politieke begrippen. Sander noemt zichzelf een ‘Democratisch Socialist’ en is een onafhankelijk Senator in plaats lid van de Democratische partij. Mocht Sanders’ campagne in een presidentiële kandidatuur resulteren, dan ligt de kritiek van zijn opponent voor de hand. Maar voor veel jonge Amerikanen is socialist een geuzennaam.

Door sommigen wordt Sanders’ politieke signatuur gezien als een mogelijke handicap. Dat gold voor Marcus, een 28-jarige planner bij de lokale overheid die ook stemde op Iowa State University. In 2016 koos hij voor Bernie Sanders, maar hij stapte nu over naar Elizabeth Warren. ‘Sanders schrikt teveel gematigde kiezers af. Dat helpt niet om te Trump te verslaan’, zei hij. Wie Democratische stemmers in Iowa vraagt naar de belangrijkste eigenschap voor hun presidentskandidaat krijgt bijna altijd een variant te horen op deze redenering: van Trump winnen is het allerbelangrijkste.

De aanhang van Sanders is ervan overtuigd dat hun 78-jarige held hiervoor de aangewezen persoon is. ‘Uit iedere peiling blijkt dat Sanders van Trump kan winnen’, sprak filmmaker Michael Moore op een campagnerally afgelopen zaterdagavond in Cedar Rapids. Maar in het gemiddelde van de landelijke peilingen, samengesteld door Real Clear Politics, staat Sanders zes procentpunten achter op Trump.

‘Bernie beats Trump’ is het mantra dat de Bernie-fans scandeerden op de campagnebijeenkomsten in Iowa. Tijdens de stemrondes, waar vertegenwoordigers van iedere kandidaat een korte toespraak mogen houden, klonken die woorden soms dwars door het beleefde applaus heen dat iedere spreker toekwam. In het stemlokaal op Iowa State University riep iedere vertegenwoordiger op om uiteindelijk persoonlijke voorkeuren opzij te zetten en te gaan stemmen en campagnevoeren voor wie dan ook tot kandidaat wordt gekozen aankomende zomer. De Sanders-vertegenwoordiger was de enige die geen oproep tot eenheid deed. Het deed denken aan de ‘Bernie or Bust’-mentaliteit uit 2016, waarmee veel Bernie-kiezers afhaakten toen Hillary uiteindelijk de genomineerde werd. Het droeg bij aan de overwinning van Trump.

Hier tekent zich een dilemma af voor de Democraten: als Bernie wint, zijn kiezers dan bereid zich massaal achter een kandidaat te scharen die een achterban heeft voor wie niet dezelfde bereidwilligheid geldt?