Iedereen kan het volgende slachtoffer zijn in Papoea

Makassar – Het is nooit echt rustig geweest in Papoea, maar de laatste paar weken wordt er zo veel gemoord, gereld en brand gesticht dat het trekken krijgt van een burgeroorlog.

Afgelopen donderdag werd onafhankelijkheidsactivist Mako Tabuni in de hoofdstad Jayapura doodgeschoten door de politie, die hem probeerde te arresteren. Zelfverdediging, zegt de politie. Moord, zeggen Tabuni’s medestanders. Hoe dan ook reden voor inwoners om een spoor van vernieling door de stad te trekken, uit woede. Een paar weken eerder deden Indonesische soldaten datzelfde in het dorpje Wamena, uit wraak voor de moord op een van hun collega’s. Die was gelyncht door dorpelingen, nadat de auto waar hij in reed een meisje uit het dorp had aangereden.

Veel onheilspellender, en veel talrijker, zijn de ‘mysterieuze moorden’ in Papoea: in de afgelopen maand vielen minstens zeventien doden door geweld, veel in een provincie van drie miljoen inwoners. Een Duitse toerist werd neergeschoten maar overleefde. Daders worden niet opgespoord, laat staan berecht.

Mensenrechtenorganisatie Imparsial uit Jakarta gooide de knuppel in het hoenderhok door te suggereren dat het leger in Papoea bezig is met shock therapy, de strategie van dictator Soeharto in de jaren tachtig om willekeurige kleine criminelen te laten vermoorden door veiligheidstroepen en ze daarna achter te laten op druk bezochte plekken. Zo zou de bevolking in het gareel gedwongen worden. ‘De daders zijn schijnbaar goed getraind in het gebruik van vuurwapens en in het wegwerken van sporen. Bovendien vinden de meeste moorden plaats op plekken waar vrijheidsstrijders niet actief zijn’, stelde Imparsial in een persbericht.

Andere analisten wijten de ‘mysterieuze moorden’ aan politieke tegenstanders van president Yudhoyono, die hem in diskrediet willen brengen, lokale politici die concurrenten dwars willen zitten, criminelen die hun greep op de grondstoffendelving willen vergroten, of toch onafhankelijkheidsstrijders. ‘Het is allemaal zó troebel, er zijn zo veel mogelijke verklaringen, ik kan je echt niet helpen’, vertelt Sidney Jones, toch een goed ingevoerde onderzoeker en Papoea-kenner bij de denktank International Crisis Group.

Het is verleidelijk het conflict in Papoea simpelweg voor te stellen als ‘gewelddadige vrijheidsstrijders versus dictatoriale overheid’. Sinds de provincie in 1969 door Indonesië werd geannexeerd gaat het leger vaak als een stel racistische bullebakken tekeer tegen de donkergekleurde inwoners. De Indonesische regering trekt af en toe het boetekleed aan (‘het leger heeft in Wamena overdreven gereageerd’, zei president Yudhoyono vorige week), maar benadrukt dat er een onafhankelijkheidsstrijd te onderdrukken is. In werkelijkheid lijkt het steeds meer een conflict waarbij talloze verschillende clubs met wapens straffeloos hun gang kunnen gaan. En iedereen (dorpeling of stedeling, politiek actief of niet, burger of militair) kan op elk moment vermoord worden.