De deeleconomie en de idylle van het dorpsplein

Iedereen kapitalist

De deeleconomie belooft een alternatief te zijn voor het hyperkapitalisme. Geen Hilton, maar Airbnb. Maar in werkelijkheid worden wij allemaal tot ondernemer gemaakt, op zoek naar winst en bang voor een slechte reputatie.

Medium iderkap

Een zwarte hoge hoed, een dikke sigaar, een postuur waar je de welvaart aan kunt aflezen. Het zijn drie ingrediënten waar je al snel op uitkomt als je een inhalige kapitalist wilt tekenen. Als een oliebaron uit vroeger tijden, met een zak geld in zijn handen en dollartekens in de ogen. Je vindt de karikatuur nog steeds op het Monopoly-bord: een besnord mannetje in jacquet, met hoed en wandelstok. Ik zag het ook bij de ingang van de Rai, toen daar de miljonairfair werd gehouden, en bij de Occupy-protesten op het Amsterdamse Beursplein: demonstranten verkleed als magnaat, in zwart kostuum met die sigaar. Wie het kapitalisme wil aanklagen, grijpt blijkbaar terug naar stereotypen uit de negentiende eeuw.

Hier is een gedachte-experiment: als je een cartoonist de opdracht zou geven het kapitalisme van de 21ste eeuw op papier te zetten, wat zou hij tekenen? Die vraag is relevant omdat het kapitalisme volop in beweging is. ‘Delen’ is het nieuwe toverwoord. De economie van de toekomst zou niet langer draaien om bezit. Hebben is uit, sharing is in. Een reeks uiteenlopende technologiebedrijven predikt die revolutie. Ze bieden websites en applicaties waarmee de traditionele verhouding klant-leverancier wordt omzeild. Airbnb, een site waar mensen hun woning kunnen verhuren voor een kort verblijf, is snoeiharde concurrentie voor de hotelindustrie. In plaats van een kamer te boeken bij een grote hotelketen logeer je via Airbnb bij iemand die zijn huis deelt. Snappcar en Uber doen hetzelfde voor auto’s. Vaarwel Hertz en Europcar, als ik wil rijden huur ik wel de auto van mijn buurman via Snappcar. Heb ik een taxi nodig, bel ik niet met Taxi Centrale Amsterdam, maar met Uber, die klanten koppelt aan autobezitters die wat bijverdienen door betaalde ritten uit te voeren in hun eigen auto.

De ideologie van de deeleconomie glimt van de vooruitstrevendheid. Het haalt macht weg bij grote bedrijven. Daarvoor in de plaats komt een leger van micro-entrepreneurs die zijn zoals jij en ik. In de deeleconomie is iedereen klant en verkoper tegelijk. Deze fase in het kapitalisme is daarom een opsteker voor gemeenschapszin, zo betoogt Rachel Botsman in haar boek What’s Mine is Yours: How Collaborative Consumption Is Changing the Way We Live, een bijbel van de ‘delen is het nieuwe hebben’-beweging. Volgens Botsman is de deeleconomie het medicijn voor de kwalen van de vrijemarkteconomie. Delen belooft een einde te maken aan het hyperkapitalisme waarin we onszelf in de eerste plaats als consument en pas in tweede instantie als burger beschouwen.

Conform de regels van de kapitalismekritiek beweert Botsman dat het kapitalisme ons bewustzijn heeft misleid. ‘We geloofden dat we beter konden vertrouwen op grote bedrijven dan op elkaar. Gemeenschappelijke en gemeenschapswaarden werden verdrongen door consumentistisch “ikke”, “ikke”, “ikke”’, schrijft ze. Dankzij de deeleconomie keren we terug naar de idylle van het dorpsplein. In de deeleconomie neemt ‘persoonlijke interactie’ de plaats in van ‘holle transacties’, volgens Botsman.

Een vergelijkbare lofzang komt van Jeremy Rifkin. In The Zero Marginal Cost Society: The Internet of Things, The Collaborative Commons and the Eclipse of Capitalism beschrijft de econoom hoe ons leven zal veranderen als gevolg van de digitale revolutie. Hij doet drie voorspellingen: robots nemen veel van ons werk over, energiebedrijven worden vervangen door netwerken van ‘prosumenten’ die hun eigen duurzame energie opwekken, en de megabedrijven die nu onze economie bestieren worden omvergeworpen door de deeleconomie. Volgens Rifkin breken er dan gouden tijden aan. Het gezwoeg en geploeter in loondienst zal voorbij zijn. Mensen zullen een betekenisvoller leven leiden omdat de economie niet langer draait om kapitaal in materiële zin, maar om sociaal kapitaal, dat ontstaat door samenwerking met anderen.

Klinkt deze melodie bekend? Dat kan kloppen. In The Economic Possibilities for our Grand Children, een essay uit 1930, voorspelde John Maynard Keynes dat ‘onze kleinkinderen’ zo’n hoge levensstandaard zouden hebben dat ze nog maar drie uur per dag zouden werken, en zelfs dat zou al meer zijn dan strikt noodzakelijk. De grote vraag zou worden wat we met al die vrije tijd zouden doen. Zo ver is het niet gekomen. Mijn eigen grootouders komen uit de tijd van Keynes en ik ken niemand die kan leven van drie uur per dag werken. Voor de utopie van de deeleconomie geldt hetzelfde: de realiteit is minder fraai dan de folder belooft.

Airbnb en Uber zijn gewone tussenpersonen die zich bedienen van retoriek over ‘gemeenschapszin’ en de ‘menselijke maat’

Allereerst: de succesnummers van de deeleconomie, ooit begonnen als kleine startups, zijn in een mum van tijd zelf grote bedrijven geworden. The Wall Street Journal introduceerde The Billion Dollar Startup-Club, een lijst van nieuwe techbedrijven die door investeerders op een waarde van meer dan een miljard worden geschat. Op de lijst staan verschillende startups die volgens de peer-to-peer-filosofie werken. Lending Club bijvoorbeeld, een site waar mensen geld kunnen lenen van elkaar voor een studie of woning, heeft een geschatte waarde van bijna vier miljard dollar. Toppers zijn Airbnb (geschatte waarde: tien miljard dollar) en taxidienst Uber (18,2 miljard).

Omgekeerd heeft het grote bedrijfsleven de deeleconomie ontdekt. Startups die een nieuwe markt aanboren door gewone mensen als verkoper en klant bij elkaar te brengen zijn in trek bij durfinvesteerders. Jeremiah Owyang, een ondernemer uit San Francisco, richtte Crowd Companies op waarmee hij Airbnb-achtige startups koppelt aan grote merken. Autoverhuurder Avis kocht voor een half miljard dollar Zipcar, een site waar mensen auto’s kunnen delen, en ook bmw heeft zijn eigen car sharing-dienst. Veilingsite eBay werkt samen met Patagonia, dat outdoor-spullen maakt, om fleecejacks en rugzakken door te verkopen aan de volgende wandelaars. De oude rotten en de rebellen van de nieuwe economie kunnen het prima met elkaar vinden.

Ook wat betreft het verdienmodel is de voorhoede van de deeleconomie in feite nauwelijks anders dan de traditionele bedrijven: ze maken winst door te fungeren als koppelaar en van transactiekosten wat af te romen. Huurder en verhuurder betalen een percentage aan Airbnb. Bij Uber idem. Het zijn gewone tussenpersonen die zich bedienen van retoriek over ‘gemeenschapszin’ en de ‘menselijke maat’.

Zo appelleert Airbnb aan ‘het universele menselijke gevoel je ergens thuis te voelen’, aldus Brian Chesky, ceo van Airbnb. Volgens Travis Kalanick, ceo van Uber, helpt zijn onderneming voorkomen dat ‘alleen rijke mensen in een taxi kunnen stappen’. Achter dit verhaal van kleinschaligheid en democratisering gaat een harde wereld schuil van ploeteraars die noodgedwongen hun huis verhuren en zich aanbieden als geïmproviseerde taxichauffeur. The New York Times bracht een indringende reportage over Amerikanen die minder dan het minimumloon verdienen en bijbeunen met diensten als Uber en Airbnb. In plaats van vast werk te hebben sprokkelt deze groep een inkomen bij elkaar met losse klussen via peer-to-peer-sites. Ze zijn een voorbeeld van wat de Britse econoom Guy Standing het ‘precariaat’ noemt: de groep aan de onderkant van de arbeidsmarkt die leeft in onzekerheid over waar de volgende tijdelijke inkomsten vandaan zullen komen. ‘Deeleconomie is steeleconomie’, zo concludeerde de schrijver Arjen van Veelen in nrc.next.

Dat de bedrijven achter de deeleconomie anders zijn dan ze zich voordoen moet geen enorme schok zijn. Ieder bedrijf werkt zorgvuldig aan een identiteit die moet afleiden van het naakte feit dat bedrijvigheid draait om geld verdienen. Automerken zeggen dat hun bolides de vrijheid belichamen om te gaan en staan waar je wilt. Albert Heijn legt de gratis Allerhande in de schappen om het bedrijf een imago te geven van leverancier van huiselijke gezelligheid rondom de zelfbereide dis. Als consument koop je dat gevoel, ook al is het verzonnen door een reclamemaker. En moet je echt anders willen? Niemand gaat naar een zaak waar de verkoper zegt: ‘Goedemiddag, ik verkoop u koffie met een zo hoog mogelijke winstmarge en minimale salarissen voor het personeel.’ Nee, mensen zitten liever in de quasi-huiskamersfeer van Starbucks waar je naam wordt omgeroepen als de cappuccino klaar is. Een beetje valse schijn maakt commercieel verkeer draaglijk.

Toch is de deeleconomiewel degelijk een revolutie. Niet omdat bedrijven intrinsiek veranderen, maar omdat de deeleconomie van iedereen een klein bedrijfje maakt. Tegelijkertijd worden medemensen getransformeerd tot wandelende portemonnees. In de traditionele economie was er een duidelijke rolverdeling tussen klanten en bedrijven. De deeleconomie vouwt alles ineen: iedereen die ooit gewoon klant was, kan ineens ook verkoper worden. Het gevolg: je gaat met een calculerende blik naar de wereld kijken. Ik kan het illustreren aan de hand van mijn eigen ervaringen met Airbnb.

Volgens mij ben ik niet de enige die ‘verdienen’ verstaat als er over ‘delen’ wordt gesproken

Toegegeven, ik was geen early adopter. Ik zette mijn appartement voor het eerst te huur na een bezoek aan Parijs, een jaar geleden. Een betaalbaar hotel bleek lastig te vinden en dus huurde ik een woning via Airbnb. Dat weekend stond mijn eigen huis leeg. Zonde, leek me. Als ik betaalde om ergens te slapen, waarom zocht ik dan niet iemand die tegen betaling een paar nachten in mijn appartement wilde verblijven? Een paar foto’s, een wervend tekstje (‘ruim en licht appartement in een leuke wijk in Amsterdam’) en ik kon de eerste huurders verwelkomen. Al snel speelde ik het spelletje van vraag en aanbod volop mee. Ik keek naar welke prijs normaal was voor mijn buurt en dook daar net onder. Ik vroeg meer tijdens feestdagen en vakantieperiodes en verzon aanbiedingen voor een verblijf langer dan een paar dagen. Ieder verblijf werd afgesloten met een wederzijdse beoordeling, van één tot vijf sterren.

Sindsdien heb ik mijn huis regelmatig verhuurd als ik zelf weg was. Noemenswaardige problemen hebben zich niet voorgedaan. Iedereen die kwam rookte netjes op het balkon en vulde de koffiebus als die leeg was, zoals ik gevraagd had. Toch begon het me tegen te staan. Ik betrapte mezelf op valse motieven. Ik was extreem aardig tegen iedereen die over de vloer kwam, maar niet enkel uit beleefdheid. Vriendelijkheid en dienstbaarheid vertaalden zich in positieve beoordelingen op mijn Airbnb-profiel, waardoor de kans groter werd dat ook anderen in mijn appartement wilden logeren. Bovendien waren goede reviews een excuus om in de toekomst meer te vragen. Met delen had het allemaal weinig te maken, met mijn kas spekken des te meer.

Ook het taalgebruik voelde gespleten. Volgens Airbnb was ik een ‘host’ oftewel een gastheer. De mensen die kwamen waren ‘gasten’. Het voelde anders. Ik voelde me een hotelier die geld verdiende aan klanten. Ik maakte het huis schoon voordat mensen kwamen, legde schone handdoeken neer en zette een flesje wijn op tafel. Airbnb moedigde het actief aan. ‘Waarom geen shampoo in de badkamer voor mijn gasten, zodat ze zich nog meer welkom voelen?’ werd mij gevraagd door Airbnb. Onlangs had ik een Italiaans stel in huis. De dag na aankomst belden ze op. Ze wilden hun haar drogen maar konden de föhn niet vinden. Ik heb geen föhn en wil er ook geen hebben. In hun review werd het een minpuntje: geen haardroger aanwezig.

Nu kan het zijn dat ik een cynische geldwolf ben, maar volgens mij ben ik niet de enige die ‘verdienen’ verstaat als er over ‘delen’ wordt gesproken. Uit een onderzoek van de Amerikaanse journalist Tom Slee bleek dat de helft van de aanbieders op Airbnb bestaat uit commerciële verhuurders, die vaak meerdere woningen aanbieden. Het profiel ‘ruim behuisd, kamer over, kom gezellig logeren’ is een zeldzaamheid. Ik ken veel gevallen van mensen die hun huis tijdelijk verlaten en bij vrienden logeren als ze krap bij kas zitten. Even een paar dagen Airbnb’en vult de lege bankrekening weer aan. Ook veel gehoord: potentiële huizenkoper zoekt een huis net iets groter dan hij kan betalen en rekent op verhuur via Airbnb om de extra zware hypotheek te kunnen ophoesten.

De verhalen die de goeroes van de deeleconomie graag vertellen, laten hetzelfde zien: Airbnb’ers worden niet gedreven door liefdadigheid of gemeenschapszin, maar door financieel gewin. In haar populaire ted-talk vertelt Rachel Botsman het verhaal van Sebastian Sandys. Deze Brit verhuurde kamers in zijn huis via Airbnb. Een van de gasten zag op een dag een muis door de keuken lopen. De gast beloofde af te zien van een kritische beoordeling van Sandys op voorwaarde dat hij een kat zou nemen. Sindsdien is Sandys kattenbezitter. Niet omdat hij van dieren houdt, maar om zijn reputatie op Airbnb, en daarmee zijn inkomstenbron, veilig te stellen. In de deeleconomie zijn het de reviews die de tucht van de markt uitoefenen.

Botsman vindt dat juist het fantastische van de deeleconomie. Omdat iedere transactie wederzijds beoordeeld wordt, ontstaat er volgens haar een cultuur van vertrouwen tussen vreemden. ‘Vertrouwen is de munteenheid van de nieuwe economie’, jubelt ze. Arun Sundarajan, econoom van Stern Business School in New York, vindt de deeleconomie daarom een vorm van superieure marktwerking. ‘In de deeleconomie is reputatie het middel waarmee kopers worden beschermd en marktfalen wordt voorkomen’, schreef hij in technologiemagazine Wired.

‘Onze community telt duizenden amazing mensen met een warm hart’, beweert Airbnb. Louter optimistische superlatieven

In werkelijkheid heeft het beoordelen bar weinig met vertrouwen in mensen te maken. Vertrouwen in de deeleconomie betekent niet: iemand in de ogen kijken om te zien of die bona fide is. Als verhuurder op Airbnb verwelkom ik mensen op basis van wat anderen over die persoon schrijven in hun recensies. Omgekeerd geldt hetzelfde. Mensen maken een inschatting van mij op basis van wat anderen vinden. In de praktijk wordt eerder de achterdocht gevoed. Ik ga pas in zee met iemand als die minstens een paar goede reviews heeft. Heeft iemand weinig hoge beoordelingen op zijn profielpagina? Daar zal wel iets mis mee zijn. Mensen vormen een oordeel over elkaar zonder dat ze elkaar ooit hebben gezien of gesproken.

En de beoordelingen zelf, zijn die eigenlijk wel betrouwbaar? Het onderzoek van Tom Slee toont aan van niet. Hij verzamelde 350.000 ratings op Airbnb in Amerika en Noord-Europa. Meer dan negentig procent was 4,5 ster of een perfecte score van vijf sterren. Ik zou graag willen dat de wereld bestond uit enkel perfecte of bijna perfecte mensen, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat het zo is. Waarom het gemiddelde zo bizar hoog uitvalt, is lastig te bepalen. Deels komt het doordat mensen elkaar niet graag in het openbaar bekritiseren. In de wereld van de deeleconomie wordt gesproken in louter optimistische superlatieven. ‘Onze community bestaat uit duizenden amazing mensen met een warm hart’, beweert Airbnb. Dan wil je niet graag de sfeer verpesten met zuinige reviews. Die sfeer van hysterische positiviteit is ook nodig omdat het systeem (en het verdienmodel van Airbnb) erbij gedijt. Hoe groter en blijer de community, hoe meer er wordt ‘gedeeld’.

Maar mijn grootste ongemak is platweg dat het me niet aanstaat, anderen becijferen op een schaal van één tot vijf. Becijferd worden wil ik al helemaal niet. Ik leef liever niet in wat collega Koen Haegens in De Groene Amsterdammerde castingmaatschappij’ noemde: een samenleving waarin mensen constant worden onderworpen aan de oordelen van anderen. Dat is, simpel gezegd, dodelijk vermoeiend. In de castingmaatschappij voert iedereen een show voor elkaar op om ervoor te zorgen dat de duim omhoog gaat en dat er vijf sterren worden uitgedeeld.

En eigenlijk wil ik ook liever geen vreemden in huis. Bovendien draaide mijn wasmachine overuren met al dat beddengoed dat verschoond moest worden. Wat ook stak is een tweede manier waarop Airbnb geld lijkt te verdienen. Als iemand mijn huis huurt, meestal weken van tevoren, wordt het geld direct van hun rekening afgeschreven. Ik ontvang de huur pas zodra de gast is gearriveerd. Als dit peer-to-peer is, waarom moet het geld dan eerst een tijd rente trekken op een rekening van Airbnb? Het begon me te dagen dat ik helemaal niet behoorde tot een beweging die bezig was het kapitalisme te ondermijnen. Toch bood ik mijn appartement iedere keer weer aan. Ik zwichtte, heel ordinair, voor het geld. Die paar honderd euro wogen elke keer net iets zwaarder dan alle ergernissen.

De deeleconomie transformeert materieel bezit en dagelijkse bezigheden tot kapitaal waarmee gewoekerd kan worden

‘Steden waren ooit dorpen. Iedereen kende elkaar, en iedereen had een plek waar ze zich thuis voelden. Maar na de industriële revolutie van de vorige eeuw werden vertrouwen en thuisgevoel verdrongen door onpersoonlijke massa-reiservaringen. We hielden op elkaar te vertrouwen. Op die manier vergaten we wat het betekent om een gemeenschap te zijn.’ Dit is een quote uit de bedrijfsvisie van Airbnb. Door mijn huis te verhuren zou ik bijdragen aan het herstel van die verloren gemeenschap. Volgens mij gebeurt er wat anders. Er wordt inderdaad een nieuwe gemeenschap gecreëerd, maar wel een die van commerciële verhoudingen aan elkaar hangt. Vóór Airbnb sprak ik zelden een toerist in Amsterdam. Nu mijn appartement te huur staat, is iedere toerist die naar hier komt een potentiële inkomstenbron.

Dit patroon herhaalt zich vaker naarmate de deeleconomie verder uitbreidt: het begint klein, als middel om een zakcent bij te verdienen met spullen die je toch niet gebruikt of dingen die je hoe dan ook graag doet. Maar al gauw is verdienen niet langer een prettige bijkomstigheid, maar de hoofdzaak. Vol enthousiasme werd een paar jaar geleden thuisafgehaald.nl gelanceerd, een site waar zelfgekookte maaltijden worden aangeboden. De filosofie is eenvoudig: wie van koken houdt of gewoon te veel eten heeft gemaakt kan zijn maaltijd delen met anderen voor een kleine vergoeding. De eerste keer dat ik boodschappen deed nadat ik van deze site gehoord had, overwoog ik extra in te slaan zodat ik eten kon gaan verkopen. Naast de hotelier was er ook een kleine cateraar in mij ontwaakt. Mijn potentiële klanten, dat waren de mensen die ik anders buren had genoemd. Ik at die avond alleen en alles ging op. Op de site wemelt het inmiddels van de peers die zich voordoen als semi-professioneel bedrijf, compleet met menukaarten en plastic bakjes waarin het eten kan worden afgehaald.

Medium 14 09 22 straat

Je huis op Airbnb, je auto op Snappcar en je eten op thuisafgehaald. Dit is nog maar het topje van de ijsberg. Wie inzicht wil in het enorme potentieel van de deeleconomie kan terecht op de website van Rachel Botsman die een overzicht geeft van technologiebedrijven die ‘collaborative consumption’ aanmoedigen. Je laptop een paar dagen niet nodig? Er zijn voldoende sites waar je hem kunt verhuren. Geen tijd om de hond uit te laten? Zoek via Rover (‘The Airbnb for dogs!’) iemand die je kunt betalen om een dagje de zorg voor je viervoeter over te nemen. Heb je een creatieve hobby? Waarom verkoop je je creaties niet via Etsy, een site waar mensen zelfgemaakte sieraden of zelfgebreide truien aanbieden. Op deze manier biedt de deeleconomie nieuwe manieren om je ik-bv uit te breiden. Dat klinkt natuurlijk fraai. Ondernemingszin is nodig om de economie draaiende te houden. Bovendien past het goed in de flexibele arbeidsmarkt waarin ieder individu een eigen merk is dat zichzelf zo goed mogelijk in de markt moet zetten. Dankzij de deeleconomie is het aantal manieren waarop dat kan plotseling veel groter. Wie handig is kan daar voortaan aan verdienen, zonder meteen een klussenbedrijf te starten. Op de Amerikaanse site Taskrabbit (‘beunhaas’ is een bijna letterlijke vertaling) kunnen mensen zichzelf aanbieden om klusjes uit te voeren tegen betaling. Het meest gevraagd: iemand om Ikea-meubilair in elkaar te komen zetten. Je kunt je afvragen waarom dit soort doodnormale hulp iets is wat verkocht moet worden.

Natuurlijk hoef je niet mee te doen aan de deeleconomie, al wordt de druk steeds groter naarmate het lastiger wordt met een normale baan of zzp-praktijk een acceptabel inkomen bij elkaar te sprokkelen. En bovendien, is dit niet gewoon keurig liberaal? Aanbod en vraag vinden elkaar, er gaat geld van hand tot hand en beide partijen gaan tevreden naar huis. Zeker, maar zoom uit en je ziet hoe de deeleconomie de aard van menselijk verkeer verandert. Hoe omvangrijker de deeleconomie, des te meer ontmoetingen tussen mensen waarbij een commerciële transactie de reden is dat ze elkaar in eerste instantie tegenkomen. En zoals de Amerikaanse filosoof Michael Sandel betoogt in What Money Can’t Buy: hoe meer dingen onderworpen worden aan de wet van de markt, hoe meer rijkdom, of het gebrek daaraan, ertoe doet. ‘Hoe meer er voor geld te koop is, hoe geprononceerder verschillen in bezit en inkomen zijn’, schrijft hij.

Zo bezien is de deeleconomie geen nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het kapitalisme, maar een voortzetting van het huidige kapitalisme met andere middelen. In tegenstelling tot wat de herauten van de deeleconomie beweren komt er geen einde aan de manier waarop welvaart in de huidige vrije markt is verdeeld en blijft de markt falen waar ze nu ook al faalt. Wie niks bezit, heeft namelijk ook niets om te delen. Bovendien wordt de term ‘delen’ behoorlijk smal ingevuld. Voorzover er gedeeld wordt, gebeurt dat toch voornamelijk binnen de eigen klasse. Peers in de deeleconomie betekent hier letterlijk ‘gelijken’. De enige mensen die ik via Airbnb ontmoette waren zoals ik: jong, stedelijk, hoogopgeleid. Mensen met een al te afwijkend profiel melden zich zelden, misschien wel omdat ze te weinig vijfsterrenreviews hebben verzameld.

Aan de discussieover een scheve verdeling tussen kapitaalbezitters en kapitaallozen, hot topic sinds Thomas Piketty’s Le capital au 21e siècle, heeft de deeleconomie weinig toe te voegen. Mijn inschatting is dat de deeleconomie de trend die Piketty constateert versterkt: tenzij er iets ingrijpends gebeurt worden rijken vanzelf rijker en neemt de ongelijkheid toe. De deeleconomie biedt immers meer mogelijkheden om rendement uit bezit te halen. Inkomen uit arbeid daarentegen wordt gedrukt omdat het gemiddelde uurloon voor een peer-to-peer-klus lager ligt dan bij regulier werk. Op mondiale schaal is de term deeleconomie helemaal een lachertje. Als ‘delen’ echt de imperatief zou zijn in de economie van de 21ste eeuw, dan zou de discussie moeten gaan over hoeveel de superrijken kunnen delen met de allerarmsten, niet over het heen en weer schuiven van kleine bedragen tussen leden van de stedelijke middenklasse.

ook in de deeleconomie, kortom, bestaat gratis niet. Maar de echte prijs die we betalen, nog los van de huur van je Airbnb-appartement of de prijs van een Uber-ritje, is dat de hele rataplan van de juiste prijs stellen, het laten circuleren van geld en winst maken facetten van het leven in beslag nemen die daarvoor gevrijwaard waren van marktdenken. Want dat is de kern van de deeleconomie: het transformeert materieel bezit en dagelijkse bezigheden tot kapitaal waarmee gewoekerd kan worden. Het sleutelwoord is hier opportunity costs, een term uit de klassieke economie waarmee de waarde wordt uitgedrukt van wat je niet doet. Op vakantie gaan zonder je huis te verhuren, kost geld in een wereld waar Airbnb bestaat. Je had je huis immers ook kunnen verhuren. Wie zijn auto een weekend voor de deur heeft staan, loopt inkomsten via Snappcar mis. En in plaats van een avond niets doen, had je ook ritjes kunnen maken in je auto met Uber. En hoe meer wijdvertakt de deeleconomie is, hoe meer vrije tijd wordt getransformeerd tot een gemiste kans om wat bij te verdienen.

Het opgeven van de privé-sfeer is ook een van de verborgen kosten in de deeleconomie. Wie meedoet aan peer-to-peer moet de – kritische – blik van anderen in eigen huis, auto of keuken dulden. Daarbij is er het gevaar dat altruïsme langzaam wordt verdrongen. Want wie in de deeleconomie iets gratis weggeeft of iemand helpt voor niets, is een dief van zijn eigen portemonnee. Je had ook kunnen verkopen via Marktplaats of eBay. Mijn buren met een drukke baan en twee kinderen zijn niet een gezin dat af en toe wat hulp kan gebruiken, maar potentiële klanten die een zelfgekookte maaltijd bij mij kunnen kopen. Iemand in het weekend helpen zijn huis te schilderen? Ik kan mezelf ook via Taskrabbit (of de Nederlandse evenknie Croqqer) verhuren en geld verdienen aan mijn hulpvaardigheid.

In de Süddeutsche Zeitung omschreef de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han deze ontwikkeling als een ‘vercommercialisering van het complete leven’. Daarmee laat hij de deeleconomie zien zoals die is. In plaats van mensen te vrijwaren van de markt trekt de deeleconomie zo veel mogelijk mensen en zo veel mogelijk onderdelen van het dagelijks leven de zone van het economisch denken in. In plaats van een alternatief te bieden voor het kapitalisme biedt ze mogelijkheden voor iedereen om kapitalist te worden: op zoek naar winst en een goede reputatie. Ook het rolmodel van de klassieke economie, de homo economicus, wordt nieuw leven ingeblazen. De ideale mens in de deeleconomie is de micro-ondernemer die geen kans onbenut laat om zijn spullen en tijd te gelde te maken.

Terecht merkt Han op dat met de deeleconomie een fantastische truc wordt uitgehaald. Was je vroeger links en verontwaardigd, dan kon je in het geweer komen tegen machtige bedrijven die klanten en werknemers in de tang hielden. In de deeleconomie is dat bedrijfsleven in miljoenen stukjes gebroken en over iedereen verdeeld. Als je zelf het bedrijfsleven bent, tegen wie moet je dan in opstand komen als ontevreden klant of werknemer? In de deeleconomie wordt protest effectief kaltgestellt. ‘The people formerly known as consumers’, is een van de montere slagzinnen uit het repertoire van de deeleconomie. Ik vrees dat het andersom is: ‘consumer and entrepreneur, formerly known as a person’.