Menno Hurenkamp

Iedereen liberaal

Precies tien jaar geleden verscheen De klaagcultuur, een boek waarin de schrijver Robert Hughes tekeerging tegen het toen net modieuze begrip multiculturalisme. De boodschap daarvan is dat de westerse cultuur een speeltuin van witte mannen is, hartgrondig repressief jegens alle minderheden. Hughes hekelt spits de politiek-correcten, die in plaats van de klassieken de Malinese Dogonleefwijzen willen bestuderen, die denken dat de Egyptenaren zwart waren en konden vliegen, die Melville’s Moby Dick afwijzen omdat de kapitein anti-walvis is. Met multiculturalisme is niets mis, stelt Hughes, zolang het nieuwsgierigheid betekent. Maar de westerse cultuur is uit zichzelf open en dus kan iedereen er terecht. Sterker nog: «De afgelopen tweehonderd jaar hebben alle slachtoffers van onderdrukking altijd een transformerende en versterkende visie kunnen vinden in de literatuur en het gedachtegoed van Europa.» Nieuwkomers moeten dus niet zeuren.

In de storm van reacties op «de Klaagcultuur» daalde het multiculturele debat af van de universiteiten naar de krantenlezer. De openheid van de westerse cultuur werd nader onderzocht en bleek nogal tegen te vallen. Niet-westerse schrijvers, denkers en thema’s drongen maar karig door in onze alledaagsheid. Er zou nog veel nieuwsgierigheid nodig zijn om al die aangewaaide culturen tot hun recht te laten komen, was een paar jaar geleden de communis opinio onder mensen die zich druk maakten om de maatschappij van de toekomst. Maar sinds de aanslagen van 11-9, sinds het afgelasten van de opera Aisha, sinds de uitspraken van El-Moumni, is die gedachte verdwenen. Hughes’ overtuiging van de voortreffelijkheid van de westerse cultuur is meer dan ooit het meest herkenbare uitgangspunt in alle discussies over integratie.

Die ogenschijnlijke stilstand van de zelfingenomenheid maakt dat de onvermijdelijke aanpassingen zich geniepig voltrekken. Een klein voorbeeld: hoewel de PvdA sterke religieuze wortels heeft — de bijnaam van de oprichters van de SDAP luidde niet strikt ironisch «de twaalf apostelen» — was het uitdragen van geestelijke overtuigingen vanzelfsprekend een anathema voor de socialisten. Maar de laatste weken grepen twee bestuurders uit deze partij plots naar het geloof: de Amsterdamse burgemeester Cohen wil dat religies helpen bij het realiseren van samenhang in zijn stad, staatssecretaris van Onderwijs Adelmund wil godsdienst invoeren als verplicht eindexamenvak. Ze hebben daar ongetwijfeld ook allerlei praktische redenen voor. Ondertussen neemt de scheiding tussen kerk en staat af, onder directe en indirecte druk van nieuwe bevolkingsgroepen.

Om te voorkomen dat deze terugval in middeleeuwse praktijken politiek uitgangspunt wordt, moet de vernieuwingsdrift van de westerse cultuur scherper worden uitgedaagd. Eutopia, een nieuw tijdschrift van «migranten-intellectuelen», uitgegeven door de Rotterdamse Kunststichting, pakt die handschoen op. «We willen oog hebben voor de schatten aan verhalen die nieuwe Europeanen meebrengen», schrijven de redacteuren in het eerste nummer. In een artikel merkt de Pakistaans-Britse publicist Ziauddin Sardar op dat liberalisme uit alle tradities stamt, niet alleen de westerse. Daarom is een integratiestrategie die nog méér nadruk legt op traditionele liberale waarden feitelijk een lege huls. Het gaat om hervorming van die waarden. Hij heeft gelijk, alleen is dat proces al aan de gang, getuige Cohen en Adelmund. Over de vraag «waarheen met die liberale waarden?» moeten nog wat stukken worden geschreven.