Shakespeares Driekoningenavond in Diever

Iedereen op iedereen

In geen stuk van William Shakespeare wordt zo veel gezongen als in Twelfth Night, meestal vertaald als Driekoningenavond. Het speelt deze zomer in Diever. En komend seizoen bij de Theatercompagnie.

Er zit een scheur in het werk van Wil liam Shakespeare. Die scheur zit in de overgang van de zestiende naar de zeventiende eeuw. Vóór 1600 pasten de plotlijnen van zijn stukken nog als zwaluwstaarten in elkaar. «Dat mag dan waanzin zijn, er zit wel systeem in», zegt Polonius over Hamlet. Het lijkt (anno 1601, het jaar van de wereldpremière van Hamlet) het commentaar van een clown die achter de feiten aan loopt. Want de waanzinnige chaos in de stukken van Shakespeare die ná 1600 ontstaan ontbeert juist ieder systeem. Wat is er met de Zwaan van Avon rond de eeuwwisseling gebeurd?

Vooreerst moet hij in een diepe, jarenlange depressie zijn geraakt over de dood van zijn eerste zoon Hamnet, in 1596 – het joch is dan elf. De meeste historici zijn het erover eens dat hij niet aan het sterfbed van zijn zoontje heeft gezeten, zelfs niet bij de begrafenis kon zijn – Shakespeares troep was op dat moment op tournee in Kent. De melancholische treurnis over het gemis van zijn kind walmt op uit de sonnetten die in de jaren na diens dood ontstaan, waarin het soms lijkt of hij de geslachtsrijpe puber, die Hamnet nooit heeft kunnen worden, vermanend toespreekt.

Shakespeare krijgt als «theaterondernemer» (hij was als schrijver groot-aandeelhouder van zowel zijn troep als zijn Londense schouwburgen) rond 1600 een groter en klemmender verantwoordelijkheid. In 1599 wordt zijn Noord-Londense toneelhuis The Theatre namelijk balk voor balk afgebroken, het hout wordt dwars door de metropool Londen (tweehonderdduizend inwoners) vervoerd naar de zuidoever van de Theems. Aangevuld met honderden nieuwe balken wordt daar binnen een paar maanden The Globe gebouwd, Londens grootste public theatre, met een capaciteit van drieduizend toeschouwers (twee keer Carré). Commercieel een enorme uitdaging, maar ook een loden last op de schouders van de toneelondernemer William Shakespeare. Politiek verandert er rond 1600 veel. De regering van Elisabeth I loopt op haar laatste, wankele benen. Er zijn mislukte staatsgrepen, alles neigt naar regime change, maar welke kant uit? Niemand die het weet.

Er is één tekenend artistiek detail in die scheur rond 1600. Shakespeare heeft jarenlang één briljante clown in zijn gezelschap gehad, Will Kemp, de eerste Fallstaff, de eerste Spoel de Wever in A Midsummernight’s Dream, een soort Johnny Kraaykamp sr. Kemp verlaat rond 1600 het gezelschap, hij schrijft een boek tégen Shakespeare, over «my notable Shakerags» («mijn opmerkelijke Shakespearevodden») en maakt op basis van dat boek een solovoorstelling waarmee hij op tournee gaat. Zijn vervanger wordt Robert Armin, een soort Freek de Jonge, geen potsenmaker, meer een nar-met-een-verhaal, een ingedaalde clown. De grappenmakers in Shakespeares stukken worden vanaf dat moment droeviger. Zie de stand-up-comedian Thersites in Troilus and Cressida, zie de nar in King Lear, of Polonius en de doodgravers in Hamlet. En Feste, de grappenknecht-van-twee-meesters in Twelfth Night.

Shakespeare-geleerden hebben zich overigens het hoofd gebroken over die titel. De twaalfde nacht na kerstavond is 6 januari, het feest van de drie koningen aan de kribbe van Christus. Maar voor dat feest lijkt het stuk allerminst geschreven. De wereldpremière was op 2 februari 1602, en dat was vastenavond, de slotavond van het carnaval.

Twelfth Night is een donkere komedie over de liefde. Viola spoelt na een scheepsramp aan op de kust van Illyrië. Ze waant haar tweelingbroer Sebastiaan verdronken. Ten onrechte. Sebas tiaan zwerft ook door Illyrië – wat in de finale van het stuk nog voor aardig wat verwarring zorgt. Viola kan haar leven slechts doorleven in de vermomming van een jongen. Cesario heet ze vanaf dat moment. Ze treedt in die vermomming in dienst van hertog Orsino, als pos tillion d’amour. De hertog is namelijk verliefd op zijn buurvrouw, gravin Olivia, die overigens niks van hem moet hebben. Olivia wordt op haar beurt verliefd op de liefdeskoerier Vio la/ Cesario, die op haar/zijn beurt verliefd is op de opdrachtgever Orsino. In de bijplot komt de huishouding van Olivia, onder aanvoering van het permanent bezopen duo Tobias «Boer» en An dreas «Bibberwang», in opstand tegen Oli via’s arrogante en machtsbeluste hofmeester Malvolio. Hun wraak op Malvolio is verschrikkelijk. Ze lokken de puriteinse ambtenaar in een val. Malvolio’s verhulde liefde voor zijn meesteres wordt tot een pijnlijke déconfiture. De nar Feste zingt en spreekt op alle handelingen een vlijmscherp commentaar. Aan het eind krijgt bijna iedereen iedereen. De huwelijken die uit dat happy end voortkomen maken op afstand evenveel kans als een sneeuwbal in de hel.

Driekoningenavond was in Shakespeares da gen een spel binnen een spel. Het begin van die puzzel ligt in het feit dat rond februari 1602 (de vermoedelijke wereldpremière van het stuk, waarschijnlijk eerst aan het hof, daarna in The Globe aan de Londense Southbank) het voor meisjes en vrouwen verboden was toneel te spelen. De puriteinen in het Londense stadsbestuur waren beducht voor de koppeling van toneel aan prostitutie. Begrijpelijk, de Elisabethaanse schouwburgen en de bordelen waren op de Southbank ongeveer buren. Vrouwenrollen werden vertolkt door androgyne, jonge spelers, de zogeheten boy actors die een speciale opleiding genoten en die onder het publiek razend populair waren (tot ze de baard in de keel kregen, dan werden ze vaak roemloos afgeserveerd). Et voilà, het raffinement van Twelfth Night (en trouwens ook van As You Like It, dat net iets eerder werd geschreven) zit hierin: boy actor speelt meisje, verkleedt zich binnen de plot van het stuk als jongen, een vrouwenpersonage binnen diezelfde plot (gespeeld door een andere boy actor) wordt verliefd op die jongen. Plezierig verwarrend. In de literatuur over Shakespeare wordt die verwarring travesty double genoemd, de kwadratuur van de travestie. Hoe het publiek heeft gegniffeld over deze curieuze kwadratuur – het blijft raden en gissen, we weten er eigenlijk nauwelijks iets over. Er is een hoop gespeculeerd over homoseksuele subculturen rondom de boy actors, en bij die speculatie zal het blijven: op het consumeren van de herenliefde, laat staan de liefde voor jongens, stond in de Elisabethaanse tijd de doodstraf. Na de dood van Shakespeare (1616) en vrij snel daarna ook de dood van dat intrigerende toneel in de public theatres, was het spoedig voorbij met de dubbele spanning. Toneel werd in de jaren van de puriteinse republikein Cromwell (tot 1660) domweg verboden. Toen Twelfth Night in 1669 eindelijk weer eens mocht worden gespeeld, was het verbod voor vrouwen om toneel te spelen opgeheven, en daarmee de dubbele pret van de travesty double ook. Het heeft daarna lang geduurd voor het publiek weer echt plezier kreeg in Driekoningenavond.

Het stuk is in Nederland lange tijd mateloos populair geweest. Maar wel pas nadat Shakespeare voor het Hollandse publiek was ontsloten. En dat heeft lang geduurd. Twelfth Night was de eerste tekst die (in 1877, dat is dus 275 jaar na de wereldpremière!) is vertaald door de leraar natuurlijke historie aan de hbs van Deventer, L.A.J. Burgersdijk, die vervolgens (in acht jaar!) het complete werk van Shakespeare zou vertalen. Aan memorabele uitvoeringen van Driekoningenavond in Nederland zijn sindsdien de namen verbonden van regisseurs als Louis Crispijn (die het stuk in 1894 ensceneerde), Willem Royaards (1917), Albert van Dalsum (1947), Han Bentz van den Bergh (1963), later Hans Croiset (1967), Eddy Habbema (1982) en Helmert Woudenberg (1985). Toen werd het een poos stil.

Nu, in de 21ste eeuw, struikelen de uitvoeringen van Driekoningenavond over elkaar heen. In het seizoen 2001-2002 regisseerde Aus Greidanus jr. een uitbundige versie bij toneelgroep De Appel, in de zomer van 2002 maakte Frances Sanders een enscenering voor het Openluchttheater Het Amsterdamse Bos, deze zomer is het stuk te zien in het Drentse Diever, het komend seizoen regisseert Theu Boermans (die dertig jaar geleden hertog Orsino speelde) Twelfth Night bij zijn Theatercompagnie, met Carice van Houten als Viola/Cesario en Paul de Leeuw als Tobias «Boer».

Misschien is die hausse aan voorstellingen van Driekoningenavond wel een beetje te danken aan een buitenlandse gastvoorstelling die in 2001 eventjes Nederland aandeed. Schau spielhaus Zürich speelde toen in de Rotterdamse Schouwburg het stuk onder de gangbare ondertitel What You Will, Was Ihr Wollt, in de regie van de ondertussen ook hier vrij bekende Zwitserse regisseur Christoph Marthaler. Die uitvoering, eigenlijk een grondig frisse her lezing van de tekst en een herproeven van zijn muzikaliteit, is op afstand de meest intelligente, de meest geestige en de meest hilarische enscenering die ik de afgelopen jaren van deze Shakespeare-komedie heb gezien.

Ontwerper Anna Viebrock – die voor Mar thalers voorstellingen al jarenlang merkwaardige ruimtes creëert – had voor Was Ihr Wollt een «dronken schip» bedacht, het zompig vooronder en het afgetrapte bovendek van een afgedankt cruiseschip voor omhoog gevallen losers met een alcoholprobleem. Al na de eerste regels tekst begon het schip vervaarlijk te zwalken. Het tweedehands meubilair bleef stokstijf staan, de inwoners van het vooronder werden heftig heen en weer gezwiept. De stormen en scheepsrampen van verliefdheid en liefde zaten in hun kop, diep verborgen achter hun merkwaardige voorkomens. Er werd niet voor niets in deze voorstelling steeds opnieuw gezongen: «Throw out the life-line/ Someone is drifting away», want dat deden ze allemaal, wegdrijven, bijna verdrinken, piepen om hulp. Een Duitse journalist schreef: «Het probleem van Marthalers helden is dat ze sympathiek zijn, onhandig en ontroerend. Verliefd op ze word je niet, want ze ontberen een geheim. En zonder geheim geen erotiek. Dafür Komik.»

Voor het mallotige happy end had Marthaler een geniale gimmick bedacht: Shakespeares regels werden Duits nagesynchroniseerd door 37ste-rangs Teutoonse hoorspelacteurs. De nar Feste had het laatste woord, Shakespeares laatste woord: «And we strive to please you every day». Want dát wou Shakespeare elke dag: amusement van hoog niveau voor een breed publiek. Loffelijk streven. Van een groot schrijver.

De recensie van de zomervoorstelling van Driekoningenavond in Diever vindt u elders in dit nummer. Was Ihr Wollt komt binnenkort misschien op het repertoire van Christoph Marthalers nieuwe toneelhuis, de Volksbühne in Berlijn. Van de voorstelling is een fraaie filmregistratie gemaakt door de kunstzender Arte. Die registratie wordt regelmatig herhaald.