Iedereen soeverein!

Hoe moet het nu met de meest versnipperde stad ter wereld? Volgend jaar mei moet erover worden onderhandeld, maar valt er wel wat te onderhandelen? De geschiedenis belooft niet veel goeds voor de toekomst. Maar gelukkig past fantasterij goed in het Jeruzalemse temperament.
JERUZALEM - Op heldere dagen kun je van Jeruzalem oostwaarts tot aan Jordanie kijken, voorbij de Dode Zee. De lucht is zo doorzichtig dat de verten binnen handbereik lijken. Het verre en onbereikbare waren is in Jeruzalem altijd al schijnbaar nabij. Dat heeft de Jeruzalemmers misschien hun beroemde godsdienstwaanzin gegeven. Hier ontwikkelden de joodse profeten hun revolutionaire ideeen van de maakbare samenleving en van een rechtvaardige God, maar ook het geloof dat voldoende oorlogen en mensenoffers Hem wellicht zullen bewegen weer in die stad te gaan wonen.

Jeruzalem is altijd al een problematische stad geweest, met veel te veel lagen geschiedenis. Afhankelijk van hoe diep je graaft, kan je hier elke gewenste theologie bewijzen. De vier kwartieren van de Oude Stad, erfenis uit de Ottomaanse periode en zelf weer voortbouwend op een Romeins stratenplan, vallen goeddeels samen met het Jeruzalem uit de bijbel. Vanaf de vorige eeuw groeide de ommuurde Stad - vooral de doodarme joodse meerderheid - uit haar jasje en begon de expansie naar nieuwe, westwaarts gelegen wijken. Toen de Verenigde Naties in 1947 het Britse mandaatgebied Palestina verdeelden, gaven ze Jeruzalem een internationale status. Maar de stad werd het toneel van de strijd tussen Israel en Transjordanie. Israel verloor het ommuurde Oud-Jeruzalem, maar de honderdduizend joden in het omsingelde West- Jeruzalem hielden het uit tot de jonge staat een corridor van de kust naar de heuvels had geforceerd. De stad viel uiteen in twee hermetisch van elkaar gescheiden delen, een van Israel en het andere van Jordanie. Tot 1967 bleven beide partijen elkaar ontkennen en kwetsen: Jordaanse legereenheden gebruikten joodse grafstenen op de Olijfberg als latrines, Israel bouwde supermarkten op islamitische begraafplaatsen.
DE ZESDAAGSE OORLOG van juni 1967 leidde onverwacht tot Israels verovering en hereniging van de twee stadsdelen - overigens door geen enkel land erkend. Israel trok in Oost-Jeruzalem nieuwe gemeentegrenzen met het oog op de toekomst: zoveel mogelijk land, zo min mogelijk Arabieren. Historisch en economisch bij de stad horende Palestijnse plaatsjes als Ar- Ram en Abu Dis bleven buiten de grenzen.
Voor veel Israeli’s was de ‘terugkeer’ naar de stad waarvan ze een generatie lang afgesneden waren geweest, een haast mystieke ervaring. Onmiddellijk na de oorlog brak Israel de muur door het hart van de stad af. Voor de Israeli’s werd de 'bevrijding van Jeruzalem’ een teken van hersteld nationaal zelfvertrouwen en soevereiniteit. Aantasting van die soevereiniteit voelt nu zo ongeveer als het bespreekbaar maken van een nieuwe holocaust.
Voor de Arabische inwoners voelt de opgelegde eenwording van Jeruzalem daarentegen als een vernedering voor alle Arabieren en moslims ter wereld en telt herstel van het Palestijnse gezag als sine qua non voor Arabische waardigheid. Geen wonder dat de psychologische barriere die door de stad loopt, is gebleven en in zekere zin zelfs nog schrijnender is geworden. De muur is nu onzichtbaar, maar niet minder reeel. Iedereen weet precies waar Jodenland eindigt en Arabierenland begint. De oversteek naar de andere kant - voor werk, boodschappen, of gewoon omdat het vijandelijke terrein soms de kortste weg is tussen twee bevriende punten, gaat steeds weer met zenuwen en een verhoogd adrenalinegehalte gepaard. Joden vrezen een mes tussen hun ribben, Palestijnen anti-Arabische pogroms.
Tijdens de intifada, de Palestijnse volksopstand die van 1987 tot 1992 duurde, segregeerden de weinige overgebleven gemengde wijken spontaan. Israeli’s die de dodelijke sabbatloomte ontliepen in de orientaalse drukte van de Arabische markten, bleven weg. Arabisch Oost-Jeruzalem verzonk in een grimmige permanente staking. Anti-Israelische graffiti overdekte de muren, en de weinige cafes en theaters in Oost sloten hun deuren. Seculiere West-Jeruzalemmers weken uit naar het rumoer van Tel Aviv. De twee steden keerden elkaar de rug toe.
De ondertekening van het Oslo-akkoord in september 1993 schudde Oost-Jeruzalem binnen een dag wakker. De oude stad krioelt nu weer van de toeristen, elke dag openen nieuwe winkels en restaurants hun deuren. Maar de Israeli’s blijven weg, bevreesd voor het anonieme geweld dat het vredesproces als een schaduw begeleidt. In Jeruzalem wonen, werken en recreeren joden en Arabieren zoveel mogelijk uit elkaars buurt. Er zijn twee autobusnetten, twee schoolstelsels en twee loon- en prijsniveaus. Oost-Jeruzalem is in zekere zin Palestijnser geworden, en dat weerspiegelt het politieke streven van de Palestijnen om Jeruzalem terug te winnen als hoofdstad van hun onafhankelijke staat.
Palestijnen hebben Israels kunstmatige 'hereniging’ nooit erkend en boycotten sinds 1968 gemeenteraadsverkiezingen en officiele Jeruzalemse instanties. Met hun 'politiek correcte’ opstelling hebben de Palestijnen zichzelf echter grote schade toegebracht. Zonder officiele vertegenwoordiging in de gemeente lieten ze het veld immers open voor Israels expansiepolitiek. In 1981 deed Israel er nog een schepje bovenop door de stad officieel te annexeren. Uit protest trokken de meeste ambassades weg uit de hoofdstad. Nu maken ze voorzichtig aanstalten om terug te keren.
SINDS 1967 IS Israel erop gericht geweest zijn greep op de stad te versterken en de joodse meerderheid te consolideren en liefst nog te vergroten. In samenspel tussen regering en gemeente werd daartoe een aantal maatregelen ontwikkeld. Joodse immigratie werd actief aangemoedigd. Sinds 1967 heeft Israel in hoog tempo een ring van nieuwe, exclusief joodse slaapwijken rond de oude Arabische stadskernen gebouwd. Palestijnen zien geen verschil tussen deze stadsuitbreidingen en andere Israelische nederzettingen op de Westoever. In buurten als Pisgat Zeev, Oost-Tapiot en Gilo wonen tegenwoordig zo'n 170.000 van de totaal 412.000 joden in Jeruzalem. Daarmee hebben de Israeli’s de 165.000 Palestijnen zelfs in hun 'eigen’ Oost-Jeruzalem overvleugeld. Een wegennet verbindt deze joodse wijken met elkaar en met het centrum, en snijdt tegelijk de Arabische wijken van elkaar af.
Een ander aspect van Israels officieuze maar uiterst effectieve beleid bestaat uit het doelbewust afknijpen van de Palestijnen. Joodse wijken worden gebouwd op van Palestijnen geconfisqueerde grond. Palestijnse gezinnen groeien harder dan joodse, maar mogen niet op hun eigen grond bouwen. Het grootste deel van de grond die nog in Palestijnse handen is, staat op kadastrale detailkaarten groen ingekleurd, hetgeen betekent dat daar uit 'milieu-overwegingen’ niet mag worden gebouwd. Maar is 'groene’ grond eenmaal door Israel onteigend, dan gelden ecologische belangen opeens niet meer. In Noord-Jeruzalem wordt momenteel een heel bos geveld (ooit Palestijns eigendom) om plaats te maken voor een nieuwe woonwijk voor ultra-orthodoxe joden, een snel groeiend volksdeel. En in Zuid-Jeruzalem liggen de plannen gereed voor een laatste nederzetting, tegen Betlehem aan, die de joodse ring rond Arabisch Jeruzalem sluitend moet maken.
Van alle grond binnen de gemeente Jeruzalem mogen Palestijnen op netto dertien procent bouwen. In theorie althans, want bouwvergunningen blijven meestal uit, en huizen die zonder vergunning worden gebouwd, kunnen elk moment van overheidswege worden afgebroken. Het verbaast dan ook niet dat de meeste Palestijnen in Jeruzalem in erbarmelijke omstandigheden wonen. Sommige Arabische wijken hebben open riolen en ontberen elementaire voorzieningen als straatverlichting, busverbindingen of een gezondheidscentrum. Heel wat Palestijnen die het niet meer uithouden, vertrekken uit Jeruzalem, daarmee de positie van de achterblijvers verzwakkend.
Jeruzalems 'verjoodsing’ werd met evenveel geestdrift gedragen door burgemeester Teddy Kollek van de Arbeiderspartij als door zijn Likoed-opvolger Ehud Olmert. Golda Meir, Rabin, Begin, Sjamir, Peres, allen konden zich erin vinden. Door actief ingrijpen is de numerieke verhouding tussen de godsdiensten inderdaad constant gebleven: meer dan twee derde Joden, minder dan een derde moslims, plus een paar duizend christenen. Maar door diezelfde principes is Jeruzalem, de officieel geproclameerde eenwording ten spijt, nu verdeelder dan ooit en neemt het een ereplaats in in de trieste rij van gespleten steden als Belfast, Beiroet en Ayodhya.
JERUZALEM IS EEN stad vol fanatisme. Hier lopen orthodoxe joden, imams, Russiche nonnen, rugzaktoeristen, dronken Roemeense gastarbeiders, Koptische monniken, deftige consuls en magiers van allerlei slag door elkaar. De spanningen en de gekte liggen nooit ver onder de huid. Israel bouwt voort op Jeruzalems oorspronkelijke structuur: een tegen zichzelf verdeeld, Middenoosters staketsel van vijandige clans, gilden en sekten. De hokjesgeest moet hier zijn uitgevonden.
Bewonderaars van Israels verdeel- en heerspolitiek oreren: Jeruzalem is geen goelash uit de blender, maar een mozaiek van religieuze en etnische subculturen. Klopt. Maar wel een mozaiek waarvan de steentjes obstinaat weigeren rustig te blijven liggen. Ze schaven en havenen elkaar gedurig. Een wijk als het ultra-orthodoxe Mea Shearim is zelf een puzzel van elkaar heftig bestrijdende antizionistische sekten, elk herkenbaar aan de eigen klederdracht. Binnen de muren van de Oude Stad zijn de christelijke wijken weer verder versplinterd in Armeense, Grieks-orthodoxe, katholieke en vele andere straatjes. De strijd om de gewijde grond is er eeuwenoud. Priesters van tegengestelde christelijke confessies beheren ieder een paar vierkante meter Heilige- Grafkerk. Het bouwsel dreigt in te storten, maar over restauratie kan geen overeenstemming worden bereikt.
Vorige eeuw beschermde iedere Europese mogendheid zijn eigen lievelingsminderheid in Jeruzalem. Klappen op Jezus’ graf tussen orthodoxe en katholieke priesters leidden tot de Krimoorlog tussen Engeland, Frankrijk en Rusland. In onze tijd is dit soort ruzies met veel elan overgenomen door Israeli’s en Palestijnen. Het gevoeligste punt is de Tempelberg. Na de Romeinse verwoesting van de tempel werd het een offerplaats voor Venus, daarna een Byzantijnse en vervolgens een kruisvaarderskerk. Na Mohammeds nachtelijke bezoek vanuit Jeruzalem aan het paradijs verrees hier de al-Agsamoskee, de derde heilige plaats van de islam. Aan de voet van dit islamitische heiligdom ligt de Klaagmuur, het laatste overblijfsel van de joodse tempel. De Gouden Rotskoepel wordt door Israeli’s en Palestijnen gelijkelijk als nationaal symbool opgeeist. De vrijdagpreken hier waren brandpunt van de intifada. Duizenden Palestijnse moskeegangers gooiden in 1990 stenen op de biddende joden eronder. Israelische oproerpolitie schoot tientallen Palestijnen dood. Hun bebloede gewaden hangen nu als martelaarsrelieken in een museumpje naast de moskee.
In mei 1996 IS het zover. Dan komt Jeruzalem - samen met het hele kluwen van final status issues: grenzen, nederzettingen en vluchtelingen - op de onderhandelingstafel. Wat betreft Jeruzalem staan Arbeiderspartij en Likoed op nagenoeg hetzelfde standpunt: onbespreekbaar. Het enige verschil is dat de socialisten nog wel bereid zijn om beleefd-verveeld naar de Palestijnse eisen te luisteren. Likoed zou de PLO-gesprekspartners het liefst meteen over de Jordaan zetten. Toch zijn de beleidmakers die het vredesproces begonnen, zich bewust dat Jeruzalem voor hun Palestijnse tegenspelers even gevoelig ligt als voor henzelf. Zonder vergelijk over Jeruzalem geen vrede met de Palestijnen. En zonder vrede met de Palestijnen geen vrede met de Arabische wereld.
Welke oplossingen kunnen voor deze vergiftigde stad worden uitgedokterd? Politieke paradepaardjes als voortgezette Israelische heerschappij - Israels eis - dan wel terugkeer naar de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog en herstel van Arabische soevereiniteit over Oost-Jeruzalem - de droom van de PLO - zijn per definitie onaanvaardbaar voor de tegenpartij. Alternatieve scenario’s zijn op dit moment voor beide partijen ondenkbaar. Beide volkeren willen van elkaar af, maar geen van de twee wil een nieuwe muur door het hart van de stad. Het aantal voorstellen is legio. De minder fantastische opties komen alle neer op een combinatie van een klein aantal variabelen: herverdeling van de stad, maar dan met een intensieve coordinatie tussen de delen; of gemeenschappelijk beheer door Israeli’s en Palestijnen, maar dan met afstaan van zoveel mogelijk bevoegdheden naar buurtniveau.
IN EEN ONLANGS gehouden opiniepeiling kwam verrassenderwijs naar voren dat de meerderheid van de Israeli’s die voor voortzetting van de status quo (Israels uitsluitende zeggenschap over de hele stad) minder overweldigend is dan algemeen werd aangenomen. 'Slechts’ twee derde van de Israelische bevolking wil van geen andere mogelijkheid weten. Maar zelfs van deze mensen beseffen de meesten dat dit alleen door niet aflatende dwang kan, met als resultaat wrok, spanning en aanslagen. De meeste Israeli’s zijn amper geinteresseerd in gelijke behandeling van Arabische wijken. Ze zijn vooral bang. Ze willen en een open stad en persoonlijke veiligheid. De meeste Palestijnen willen vermoedelijk niet veel anders.
De enige haalbare oplossing voor Jeruzalem is nu nog een luchtkasteel, maar zal door de demografische en geografische realiteit worden gedicteerd. De stad zal fysiek een eenheid blijven (of beter: worden), maar bestuurlijk worden herverdeeld. Dit kan weliswaar niet meer langs een nette, doorlopende lijn tussen Israelisch en Palestijns gebied; daarvoor heeft Israel de wijken en bevolkingen te veel door elkaar gegooid. Op het niveau van elke wijk afzonderlijk is Jeruzalem echter een etnisch gezuiverde stad. Sociale en religieuze vooroordelen spanden samen met wrede historische processen om het samenwonen van joden en Arabieren, in de schaarse gevallen waar daartoe aanzetten bestonden, ongedaan te maken. Elke straat in Jeruzalem is inmiddels godsdienstig homogeen. Dat wijst in de richting van een complexe maar niet onmogelijke versnipperde soevereiniteit, waarbij joodse buurten Israelisch blijven en Arabische buurten Palestijns bestuur krijgen. Joods Jeruzalem blijft Israels hoofdstad, Palestijns Jeruzalem wordt hoofdstad van de staat Palestina. Verrassend geboeg blijkt dertig procent van beide volkeren met dit voorstel te kunnen leven.
DEZE OPLOSSING heeft als bezwaar dat ze Israels kolonisatiepolitiek beloont en legitimeert. Honderdzeventigduizend Israelis uit hun huizen in Oost-Jeruzalem gooien, ook al zijn die huizen door verovering verkregen, is politiek onhaalbaar, praktisch onuitvoerbaar en menselijk gesproken verwerpelijk. Het enige antwoord is een billijke compensatie voor de Palestijnen. Die kan drie vormen aannemen: afschaffing van alle discriminerende maatregelen op het gebied van grondtoewijzing, huizenbouw, gemeentevoorzieningen enzovoort; financiele compensatie; en een Israelische territoriale concessie door in West-Jeruzalem een gebied voor Palestijnse bewoning te bestemmen. Dit laatste idee is nog meer taboe dan de andere, maar zou een belangrijk psychologisch effect kunnen hebben.
Dit idee van 'versnipperde soevereiniteit’ komt uit de koker van een onafhankelijke Jeruzalemse denktank. Maar Jeruzalems obsessies met religie en nationale eer waren altijd onhandelbaarder dan de concrete dagelijkse behoeften van zijn inwoners. Jeruzalemmers moeten wonen, werken, leren, eten, spelen. Bovenal moeten ze zich veilig voelen. Hoe beter in die dagelijkse noden wordt voorzien, des te opener zullen ze staan voor compromissen die ook de wederpartij recht doen. Om de aanstaande onderhandelingen in constructief vaarwater te loodsen, is een zeker optimisme-tegen-beter-weten-in voorwaarde. Maar fantasterij past goed in het Jeruzalemse temperament.