De nieuw vorm van kernoorlog

Iedereen zijn eigen bom

Als het zou willen, kan Nederland kernwapens produceren. Iran en Noord-Korea zijn daar waarschijnlijk al mee bezig. En terroristen? «Ik vrees dat we nog wel zullen meemaken dat kernwapens echt gebruikt gaan worden.»

Het is geen kwestie van kunnen, maar van willen. Bart van der Sijde, oud-hoofd docent natuurkunde en samenleving aan de Technische Universiteit Eindhoven beantwoordt de vraag of Nederland een atoombom zou kunnen bouwen met een volmondig «ja». Van der Sijde: «Hoe lang het zou duren om er een te ontwikkelen hangt af van de mate van geheimhouding die we wensen te hanteren. Maar dat we het kunnen staat buiten kijf.» Een andere deskundige, die liever anoniem blijft, houdt het op «ongeveer een jaar». «Wij kunnen dat vrij goed», zegt hij, «want wij hebben de ultracentrifuges van Urenco in Almelo, waarmee we hoog verrijkt uranium kunnen verkrijgen. En in de onderzoeksreactor in Petten wordt weapons grade uranium gebruikt. De Amerikanen willen dat Nederland daarmee stopt, omdat het zonder meer geschikt is voor kernwapens.»

De kans dat de polderbom er komt, is nihil. De politieke «noodzaak» is er niet. Laat staan de wil. Tegen wie zou het ding gericht moeten zijn? Het ontwikkelen van kernwapens is een daad met enorme internationale gevolgen. Nederland zou door de internationale gemeenschap als een melaatse worden behandeld en in direct conflict komen met de regering-Bush. En daaraan heeft het geen enkele behoefte. Dat zou funest zijn voor een land dat bestaat bij de gratie van internationale handel en goodwill.

Niet elk land maakt een dergelijke keuze. De laatste tijd is de verspreiding van atoom wapens weer in het nieuws. Het gaat daarbij vooral om Iran en Noord-Korea. Beide landen maken deel uit van wat Bush de «as van het kwaad» noemt. Het communistische regime van Noord-Korea voelt zich in het nauw gedreven door de agressieve buitenlandse politiek van Bush, en dreigt momenteel met de ontwikkeling van kernwapens. Weinigen betwijfelen dat het land daartoe in staat is. Sommige analisten geloven zelfs dat het land al twee atoombommen heeft. Ook Iran is volgens het internationale atoomagentschap IAEA verdacht. De Amerikaanse oorlog tegen buurland Irak heeft de ayatollahs niet onberoerd gelaten. Iran is wel erg gretig op zoek naar nucleaire technologie, naar eigen zeggen slechts om kernenergie op te wekken. Maar daaraan heeft het land geen dringende behoefte, gezien zijn olie- en gasvoorraden.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 maken de Verenigde Staten zich nog meer zorgen om de verspreiding van kernwapens dan voorheen. Ook Engeland, Rusland, China, (zeer waarschijnlijk) Israël, Frankrijk en sinds 1998 India en Pakis tan hebben een atoomarsenaal. Hoe meer landen de bom hebben, hoe makkelijker hij in handen komt van anderen. Schurkenstaten zouden de wapens kunnen gebruiken tegen de VS, of ze in handen kunnen spelen van terreurorganisaties. Een belangrijke reden om af te rekenen met Saddam Hoessein was de Amerikaanse angst dat hij niet ver af was van een kernbom. Die angst bleek overigens ongegrond, zoals de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties al vóór de aanval wisten te melden.

Volgens Stephen I. Schwartz van het Bulletin of the Atomic Scientists, een groep internationale wetenschappers die de verspreiding van kernwapens nauwgezet volgt, werkt het beleid van de regering-Bush contraproductief. Schwartz: «Amerika heeft duidelijk gemaakt dat het bereid en in staat is om een einde te maken aan onwelgevallige regimes. Je ziet nu dat sommige landen zich achter de oren krabben en zich afvragen hoe ze hun nationale veiligheid kunnen vergroten. Uit de manier waarop de VS Noord-Korea behandelen — namelijk met fluwelen handschoenen — trekken ze de conclusie dat je met atoomwapens kennelijk de VS kunt afschrikken. De Amerikaanse boodschap is: als je probeert kernwapens te fabriceren, en we komen er achter, dan pakken we je keihard aan. Als je ze al hebt, dan zijn we bereid te onderhandelen. Sommige regimes wagen het erop. Er is altijd een kans dat je je atoomprogramma geheim kunt houden, denken ze, dus waarom zouden we het dan niet proberen? Zeker als je wordt ingedeeld bij een as van het kwaad heb je weinig te verliezen. Dat is wat je zag in Irak, en dat is wat je nu ziet gebeuren in Noord-Korea en Iran.»

Volgens Schwartz creëert Amerika met het huidige beleid bij sommige regimes de politieke wil om atoombommen te vervaardigen. Juist het temperen van die wil is het meest effectieve wapen in de strijd tegen nucleaire proliferatie. Want het procédé voor de vervaardiging van een kernwapen is allang geen geheim meer. Op internet circuleren handleidingen voor het maken van een simpele uraniumbom. Wie wat langer zoekt vindt gedetailleerde uitweidingen over kernsplijting — het natuurkundige proces dat aan de basis ligt van zowel de opwekking van kernenergie als het veroorzaken van een kernexplosie — inclusief gedetailleerde bommodellen.

Er zijn twee wegen naar de bom, legt oud-universitair hoofddocent Bart van der Sijde uit: «Als je beschikt over verrijkt uranium is de stap niet groot naar een primitief wapen. Dat is een bom van het Hiroshima-type, waarbij twee subkritische massa’s van verrijkt uranium met behulp van explosieven op elkaar worden geschoten. Dat leidt tot een razendsnelle kernreactie, die uitmondt in een explosie. Het is echter heel moeilijk om uranium voldoende te verrijken om het geschikt te maken voor een bom. Het kan ook met plutonium. Daaraan is vrij eenvoudig te komen door middel van reactorafval van een kernenergiecentrale. Het afval moet worden opgewerkt om het pluto nium te scheiden. Maar het is erg ingewikkeld om de kernreactie die leidt tot de explosie in werking te zetten. Daarvoor heb je zeer gespecialiseerde kennis nodig van conventionele explosieven. Om de plutoniumdelen op elkaar te schieten, moeten verschillende explosieven afgaan met minder dan een microseconde tijdverschil.»

In 1964 vroegen de VS zich af of een land met een redelijk technisch ontwikkelingspeil, maar zonder specifieke nucleaire kennis, een atoombom zou kunnen maken. In het diepste geheim werden twee jonge, net afgestudeerde natuurkundigen aan het werk gezet. Ze wisten vrijwel niets van kernfysica en kregen geen toegang tot de Amerikaanse nucleaire geheimen. Toch lukte het ze om binnen drie jaar een model te ontwerpen voor een functionerende plutoniumbom. Louter op grond van informatie uit openbare, wetenschappelijke bronnen. Na zich ingelezen te hebben, besloten ze af te zien van een uraniumbom. «Te simpel», meenden ze. Volgens een van hen, Bob Selden, kunnen terroristen het ook. Om een bom te maken moeten ze beschikken over voldoende kennis van scheikunde, natuurkunde, explosieven en elektronica. Nucleaire kennis is in eerste instantie niet nodig. Die vinden ze wel op internet. Zeecontainers zijn tegenwoordig het ultieme middel om de bom op een bevolkingsrijke plek te brengen.

Van der Sijde: «Als terroristen de hand kunnen leggen op voldoende hoog verrijkt uranium, van 90 tot 93 procent, dan heb je het over werk dat een veredelde fietsenmaker zou kunnen uitvoeren. Maar uranium is de bottleneck. Als je het niet kunt kopen, dan zul je het zelf moeten verrijken. En dat kost jaren en jaren.» Met de ultracentrifugetechniek van Urenco (de naam komt van Uranium Enrichment Corporation) uit Almelo — ontwikkeld door de Nederlandse fysicus Jacob Kistemaker — kan de goed splijtbare, voor kernreacties subliem geschikte uranium-235-isotoop worden gescheiden van het iets zwaardere, moeilijk splijtbare uranium-238. Met «verrijken» wordt het verhogen van het uranium-235-gehalte bedoeld. Om dat in korte tijd voor elkaar te krijgen, zijn duizenden aaneengeschakelde centrifuges nodig. Urenco beschikt over grote centrifugehallen, maar terroristen zullen moeten werken met kleine, verborgen complexen. Van der Sijde: «Dan duurt het zo tien tot twintig jaar voordat je voldoende verrijkt uranium hebt.»

Toch speelde Urenco’s ultracentrifugetechniek een belangrijke rol bij het verspreiden van kernwapens. Er zijn ook andere manieren om uranium te verrijken, maar de Nederlandse ultracentrifugetechniek is gewild omdat het procédé relatief weinig stroom kost en mede daardoor is onder te brengen in eenvoudige bunkercomplexen. In de jaren zeventig wist de Pakistaanse Urenco-medewerker Abdul Qadeer Khan zo veel bedrijfsgeheimen uit Amsterdam en Almelo mee te smokkelen dat Pakistan zelfstandig ultracentrifuges kon produceren. Daarmee werd de basis gelegd voor de islamitische bom. Volgens David Albright, oud-inspecteur van het IAEA, speelde Pakistan de centrifugetechniek door aan Noord-Korea, in ruil voor rakettechnologie. De Duitse tak van Urenco was volgens hem behulpzaam bij het Iraakse kernwapenprogramma. Urenco zou bovendien eerder al technologie verkocht hebben aan Zuid-Afrika en verrijkt uranium aan Brazilië, landen die beide werkten aan een kernwapenprogramma. Brazilië verkocht een deel van het uranium door aan Irak.

Stephen Schwartz kent Urenco wel. Hij noemt het tekenend voor de heersende laksheid dat het bedrijf nog altijd handelt in verrijkt uranium en centrifugetechnieken. Schwartz: «Tijdens de Koude Oorlog was iedereen zich zeer bewust van het gevaar van atoom wapens. Toen werd er geprotesteerd voor de poorten van dat bedrijf. De mensen beseften dat er duizenden wapens klaarstonden om te worden afgevuurd, on trigger alert. Tegenwoordig zijn kernwapens nog even verwoestend, maar we realiseren ons het gevaar niet meer. Het staat niet meer op de voorpagina’s van de kranten. Nu er geen nucleaire grootmachten meer tegenover elkaar staan, is het gevaar afgenomen dat door de massale inzet van atoom bommen een deel van de wereld wordt ver nietigd. Maar wat weinigen zich realiseren, is dat de VS een nieuwe generatie mini-atoombommen willen ontwikkelen om ondergrondse bunkers uit te schakelen. Ik vrees dat we nog wel zullen meemaken dat kernwapens echt gebruikt gaan worden.»