Iedereen zijn eigen ‘employability bv’

Een ondernemer wordt door het woordenboek gedefinieerd als iemand die ‘zelfstandig, voor eigen rekening en risico, werkt’, een werknemer als ‘iemand die krachtens een overeenkomst voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt’. Het ooit zo heldere onderscheid tussen ondernemers en arbeiders, sterken en zwakken, lijkt echter aan slijtage onderhevig. Klassieke voorbeelden zijn die van de thuiswerkster en de alfahulp. Beiden zijn officieel zelfstandigen, maar in feite volledig afhankelijk van het arbeidsaanbod van één werkgever.

Aan de andere kant van de inkomensladder verschijnen steeds meer professionals die als duurbetaalde zelfstandige zakelijke dienstverleners de baas dienen bij wie ze ooit in dienst waren. Het verschil tussen de thuiswerkster en de adviseur is dat van de al dan niet vrije keuze, doorgaans gebaseerd op de marktwaarde van hun professionaliteit. Tussen sterken en zwakken dus.
Leek het tot nu toe te gaan om een randverschijnsel, een gevolg van de verdergaande uitbestedingspraktijk bij bedrijfsleven en overheid, langzamerhand lijkt heel werknemend Nederland steeds meer ondernemerachtige trekken te vertonen. Employability heet dat met een tot nu toe onvertaalbaar begrip. Het betekent dat de werknemer zelf verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn aantrekkelijkheid voor de eigen - en eventueel andere - werkgevers.
Philips gaf er afgelopen week weer een voorbeeld van. De Philips-werknemer van de toekomst zal worden beloond naar prestatie, verplicht zijn zich voortdurend te scholen en regelmatig van functie te veranderen. Wie onvoldoende presteert moet omzien naar een andere werkgever. Het (binnenkort) Amsterdams/ Eindhovense concern haalde er ruime publiciteit mee, maar is intussen allesbehalve trendsetter op dit gebied. Bijna dertien procent van de honderdduizend werknemers van de Koninklijke PTT Nederland (KPN) werkt op een contract met variabele beloning en werktijden en scholingsafspraken. Ook Aegon, Hoogovens en ABN Amro werken met dit soort contracten. De vakbeweging, met name de Industriebond FNV, oriënteert zich in dezelfde richting. In de scholingsnota die de bond de afgelopen week presenteerde, wordt de functieomschrijving in het contract losgelaten. In plaats daarvan komt de bepaling dat werknemers op hun eigen scholingsniveau flexibel inzetbaar zijn. In ruil moet het bedrijf investeren in scholing.
Minister Wijers liet weten een spaarfonds te willen starten voor werknemers om hun eigen scholing te financieren. Werknemers worden zo steeds meer ondernemers die zichzelf als product aanbieden op de (arbeids)markt. Dat product is iets wat zij in toenemende mate ‘voor eigen rekening en risico’ exploiteren, zoals zij ook steeds meer 'voor eigen rekening en risico’ hun eigen sociale zekerheid, pensioen en dergelijke moeten regelen. Zo wordt iedereen eigenaar/ directeur van de eigen Employability BV. Wie niet employable genoeg blijkt, heeft dat te wijten aan een gebrek aan inzet of talent of beide.
Zo zijn we weer een nieuw onderscheid tussen sterken en zwakken rijker.