De zwakke plekken van een wetenschap

Iedereen zijn eigen wilde

De affaire-Bax laat zien hoe lastig het is om antropologen te controleren. In hun vak moet in grote mate worden vertrouwd op de eerlijkheid van de onderzoeker. En dat kan niet altijd.

Medium antropologie

In maart 1972 werd Manuel Elizalde in één klap beroemd. Diep in de jungle op de Filippijnen had deze amateur-antropoloog een nog onbekende stam ontdekt die volledig afgezonderd leefde en er gebruiken op nahield die regelrecht uit de steentijd kwamen. Voor de camera’s van de internationale media deed Elizalde verslag, terwijl op de achtergrond de ‘primitieve’ Tasaday te zien waren. Om de stam te beschermen verbood de Filippijnse regering kort daarna verdere bezoeken.

Elizalde ging de geschiedenis in als fraudeur toen een team van buitenlandse antropologen en journalisten in 1983 een clandestien bezoek bracht aan de Tasaday. Het bleek te gaan om een groep die verwant was aan een naburige stam met heel wat modernere gewoonten. Elizalde zou de Tasaday onder druk hebben gezet om te doen alsof ze nog in de oertijd leefden. Weer latere onderzoekers suggereerden dat Elizalde het toch grotendeels bij het rechte eind had.

In de antropologie duiken controverses zoals die rond Elizalde met enige regelmaat op. De Fransman Charles La Raye schreef in 1812 een verslag van een ontmoeting met de Teton-Sioux-indianen, dat later verzonnen bleek. En in het werk van de Zuid-Amerikaanse antropoloog Carlos Castaneda, die lange tijd optrok met een Mexicaanse sjamaan, lopen feit en fabel door elkaar. Over Margaret Mead, de beroemde Amerikaanse antropologe, woedt al jaren een debat over in hoeverre haar beschrijving van Samoa als een paradijselijk eiland waar iedereen naar hartenlust toegeeft aan seksuele behoefte strookte met de werkelijkheid.

Onlangs kwam Mart Bax binnen op plaats 1 in de galerij der omstreden antropologen. Bax werkte een leven lang aan de Vrije Universiteit en maakte internationaal naam met zijn onderzoeken naar religieuze conflicten op het Brabantse platteland en bloedvetes op de Balkan. Eind september presenteerde een commissie ingesteld door Bax’ voormalige werkgever een rapport waarin werd vastgesteld dat zijn werk aan elkaar hangt van onwaarschijnlijkheden en vage bronvermeldingen. Daarbij had de emeritus hoogleraar tientallen publicaties verzonnen en bleek zijn cv gevuld met gastdocentschappen die hij nooit had vervuld.

Het mag een wonder heten dat Bax niet eerder tegen de lamp liep. In de loop der jaren hebben verschillende wetenschappers er al op gewezen dat de onderzoeken van Bax rammelden. Toch ging het balletje pas echt rollen toen vorig jaar het boek Ontspoorde wetenschap van journalist Frank van Kolfschooten verscheen, waarin de twijfel over Bax nog eens stond opgetekend. Uiteindelijk besloot de VU in maart vorig jaar om een onderzoek in te stellen.

Wie leest over Bax’ Brabantse veldonderzoeken voelt zich al snel verdwaald in een slechte mix van In de naam van de roos en De Da Vinci code. Zijn oratie uit 1988 ging over het gehucht ‘Neerdonk’ (een gefingeerde naam voor het dorp waar Bax veldonderzoek deed) waar ‘de paters van W.’ (ook een gefingeerde naam) tot in de negentiende eeuw een publiek ritueel opvoerden waarbij de beeltenis van Sint-Gerardus werd vernederd. Bax tekende deze informatie op uit de mond van een pater die beschikte over een oud dagboek dat een lid van zijn orde had bijgehouden. Deze geschiedenis was nooit aan het licht gekomen, zo schreef Bax, omdat de kerkelijke autoriteiten het bestaan van deze controversiële heiligenvernedering probeerde te verdonkeremanen. Dit bevestigde volgens hem dat er sprake was van een machtsstrijd tussen verschillende ‘religieuze regimes’, een theoretisch model dat Bax ontleende aan Norbert Elias.

De tweede omstreden periode van Bax’ carrière speelde zich af op de Balkan, ruim twintig jaar geleden. Bax deed toen veldonderzoek in het pelgrimsdorp Medjugorje in Bosnië, waar volgens hem een bloedvete tussen lokale clans halverwege de jaren negentig aan 140 mensen het leven kostte en honderden vluchtelingen op de been bracht. Opnieuw haalde Bax Norbert Elias van stal om de gewelddadigheden te analyseren.

In de loop der jaren verschenen er publicaties van lokale onderzoekers die het werk van Bax ontkrachtten. Toen de Volkskrant in april van dit jaar de gangen van Bax in Medjugorje naging, bleek al gauw dat niemand in het stadje iets wist van de gebeurtenissen die hij had beschreven. In zijn gesprekken met de commissie-Baud zei de oud-hoogleraar dat hij wel had ingezien dat zijn verhalen op onderdelen niet klopten, maar dat er geen gelegenheid was geweest voor rectificatie omdat zijn boek nooit een tweede druk beleefde.

Het demasqué van Bax vond plaats met de affaire-Stapel nog in ieders achterhoofd. Toch was de reactie op dit geval van bedrog minder heftig. Bax was al sinds 2002 met pensioen, en de ontwikkelingen in het vakgebied hebben niet stilgestaan. Maar misschien nog wel belangrijker is de verklaring dat de zwakke plekken in het antropologie-onderzoek alom bekend zijn: veldonderzoek is lastig te controleren, bronnen worden vaak geanonimiseerd en het is onvermijdelijk dat een antropologisch werk een weerslag vormt van subjectieve waarnemingen. Wat het geval Bax bijzonder maakt, is dat hij van iedere zwakke plek gebruik maakte.

‘De antropologie is een discipline waarin in grote mate moet worden vertrouwd op de eerlijkheid van de onderzoeker’, zegt Susan Blum in een telefonisch gesprek. ‘Wat een antropoloog hoort en ziet bij veldonderzoek kan niet precies worden nagegaan.’ Blum is antropoloog aan de Universiteit van Notre Dame in de Verenigde Staten. Eerder deed ze onderzoek naar pla­giërende studenten. Haar antwoord op de vraag waarom sommige wetenschappers een loopje met de regels nemen, luidt: omdat het kan. ‘Als er een mogelijkheid bestaat om de weg naar roem af te snijden, zullen er altijd mensen zijn die dat doen.’

‘Het is in de antropologie nu eenmaal makkelijker om weg te komen met verzinsels’, meent ook André Köbben, die in 1955 hoog­leraar antropologie werd aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Als een natuurkundige een ontdekking doet, kunnen zijn collega’s de bevinding nagaan in het laboratorium. Een jarenlang veldonderzoek kun je niet zomaar overdoen.’

‘Als er een mogelijkheid bestaat om de weg naar roem af te snijden, zullen er altijd mensen zijn die dat doen’

Toch denkt zowel Blum als Köbben niet dat hun vakgebied bovenmatig veel fantasten en fraudeurs telt. ‘Ik schat dat drie tot vijf procent van de onderzoekers wel eens de wetenschappelijke normen overschrijdt, maar dat geldt voor alle disciplines’, zegt Blum. Volgens André Köbben, die ook schreef over wetenschappelijk bedrog, is een geval als dat van Bax hoogst uitzonderlijk.

Dat het verhaal van de antropoloog lastig te controleren is, heeft ook te maken met de afhankelijkheid van wat in vakjargon een ‘informant’ heet. ‘Een antropoloog die een vreemde gemeenschap binnentreedt, heeft mensen nodig die willen praten. Het grote risico: de sterke verhalen komen het eerst aan de orde’, zegt Susan Blum. Dit probleem speelde Margaret Mead parten toen zij in de jaren twintig naar Samoa trok. Haar ‘sleutelinformant’ was een praatgrage jonge­dame, die Mead maar wat graag trakteerde op sappige verhalen over de vrije seksuele omgang op het eiland.

In zijn verdediging tegenover de commissie-Baud verschool Bax zich achter zijn informanten. Hij was uiteindelijk verkeerd ingelicht door anderen, zo legde hij uit. Hem viel hooguit te verwijten niet de moeite te hebben genomen om geruchten verder uit te zoeken of te staven met andere bronnen.

Ten slotte is het anonimiseren van gesprekspartners een zegen voor de kwaadwillende antropoloog. Een bron van Bax in Brabant kon niet bij naam genoemd worden uit vrees dat het bisdom Den Bosch zou achterhalen welke monnikenorde de autoriteit van de kerk ondermijnde. Ook zijn Bosnische bronnen kon Bax met het oog op hun veiligheid nooit prijsgeven.

Natuurlijk wordt er in het vak druk gedebatteerd over deze valkuilen. In de jaren tachtig maande de Nederlandse antropoloog Peter Kloos zijn vakgenoten tot het doen van meer replica-onderzoek. In de nasleep van de onthullingen over Bax pleiten sommige hoogleraren voor een archief waarin de documentatie van veldonderzoeken wordt bewaard. Bax heeft al zijn aantekeningen weggegooid. Zoiets moet worden voorkomen, menen zij.

Maar zelfs met een fijnmazig controlesysteem blijft er een onbeheersbare factor over: de antropoloog zelf. Er zit nu eenmaal een sterke subjectieve dimensie in de antropologie. Leeftijd, gender: alles speelt mee in de blik waarmee de antropoloog kijkt. Je hoeft er de oude verslagen van antropologen maar op na te slaan. In Antropologen te velde van Gerrit Jan Zwier staan ze opgetekend: Kenneth Read, een Amerikaan die onderzoek deed bij de Papoea’s, die zich erover beklaagde dat zij ‘geen enkele norm voor fysieke properheid’ hadden. De Nederlandse antropoloog Wolf Bleek, die onderzoek deed naar seksuele relaties en rapporteerde over de affaires die hij zelf had in ‘het veld’. Ronduit smeuïg zijn de verhalen van ‘bordeeletnoloog’ John Stewart.

De eigen kijk op de vreemde cultuur, mits zorgvuldig verwoord, is volgens sommigen wat antropologie van andere sociale wetenschappen onderscheidt. ‘Het bijzondere van ons vak is die interpretatie van de onderzoeker, die geruime tijd met zijn onderwerp doorbrengt’, vindt André Köbben. Clifford Geertz, een van de meest vooraanstaande antropologen van de voorbije eeuw, constateerde dat een antropologisch werk vaak meer zegt over de onderzoeker dan over het volk dat is onderzocht. ‘Every man has a right to create his own savage for his own purposes’, zo omschreef hij op sardonische toon de ethiek van het vakgebied.

In de hedendaagse antropologische literatuur is het bediscussiëren van de bril waarmee de antropoloog kijkt echter gemeengoed geworden, waarmee een belangrijke stap is gezet in de richting van het voorkomen van al te subjectieve waarnemingen. Daarbij: onontdekte plekken bestaan nauwelijks nog, dus wie naar ‘het veld’ trekt, treedt altijd in de voetsporen van anderen. En de antropoloog die nu nog de bush in gaat, houdt met Skype en e-mail contact met de collega’s aan het thuisfront. Waterdicht is het niet, maar de kans dat verzinsels doorgeprikt worden, is een stuk groter geworden, menen alle antropologen die voor dit artikel zijn geïnterviewd.

Maar nog steeds geldt: een antropologisch werk leert je niet alleen iets over vreemde volken, maar ook iets over de onderzoeker en de samenleving waar die uit afkomstig is. Mar­garet Mead werd verweten te gretig op zoek te zijn naar verhalen die haaks stonden op de westerse seksuele mores van toen. Manuel Elizalde, die een stam uit het stenen tijdperk meende te ontdekken, was de zoon van een rijke zakenman die zich inzette voor de bescherming van minder­heden op de Filippijnen.

Valt er iets te ontdekken in de werken van Bax dat ten grondslag ligt aan zijn vertekening van de werkelijkheid? Uit het rapport van de commissie-Baud komt een beeld naar voren van een antropoloog die het debat schuwde, de Vrije Universiteit nooit verliet en zich richtte op misstanden in de katholieke kerk. In zijn Brabantse onderzoeken was het een diaconale elite die een doofpot wilde dichthouden. In zijn Bosnië-onderzoeken leverde Bax kritiek op de franciscaner orde in Medjugorje. Dit alles werd overgoten met een sausje uit de keuken van Norbert Elias, dat van ruziënde religieuze regimes.

Was Bax zelf onderdeel van de strijd die hij beschreef? Iemand die vanuit het gereformeerde VU-bolwerk zijn pijlen op de papen richtte? Een sluitend antwoord op deze vraag bestaat niet. Er zijn, net zoals in de antropologie, alleen interpretaties die met elkaar om voorrang vechten.

En daarmee wordt de gevallen hoogleraar behoed voor de schandpaal waar andere fraudeurs wél aan zijn genageld. Wat Bax deed valt volgens de commissie die zijn werk tegen het licht hield uiteindelijk in de categorie ‘academisch wangedrag’. Over de verzonnen publicaties en het valse cv is het onderzoeksrapport helder: op deze punten heeft de hoogleraar simpelweg de kluit belazerd. Maar met zekerheid vaststellen dat de verhalen die Bax optekende louter fabeltjes zijn, kunnen zelfs zijn verhoorders niet.


Beeld: Nick Hannes / HH