Iemandsveen

Af en toe vermom ik mij als handelsreiziger van de literatuur. Daarvoor heb ik altijd een bescheiden stapeltje boeken binnen handbereik liggen, die ik meeneem in de auto, waarmee ik elk moment kan vertrekken naar afgelegen gehuchten als Gemert, Geldrop, Terneuzen of Purmerend.

Want daar zitten ze, die leeskringen en stichtingen van literaire activiteiten, en die nodigen voortdurend schrijvers uit, om te vertellen over hun eigen werk, en vragen te beantwoorden. In cafés, kleine theaters of gewoon in de hal van de bieb. Overal komen lezers samen om de Schrijver In Het Echt te zien.

Ik ben een paar jaar eerder gedebuteerd als schrijver dan als autorijder, en toen ik nog géén rijbewijs had, moest ik altijd door iemand van de organisatie van de trein afgehaald worden, als ze je al niet met de bus lieten komen naar zo'n Iemandsveen of Ergenshuizen. Dan kreeg ik in de gezinsvolvo van de ophalende organisator al het verhaal te horen dat ik nu altijd in de eerste minuten na binnenkomst hoor.

‘Vorige maand hadden we Erwin hier. Nou, die is tot diep in de nacht gebleven. O, dat was gezellig!’

'Erwin?’

'Ja, je krijgt de groeten van hem. Erwin Mortier.’

Ach, ja. Net als in de televisiewereld hebben mensen in het literaire lezingencircuit alleen nog maar vóórnamen.

'En er zijn een hoop schrijvers die steeds bij ons terugkomen hè? Adriaan, is al twee keer geweest. Arthur komt hier ook graag. Arnon, leuke jongen.’ En dat is nog maar de A. Vervolgens stopt de auto bij een bouwwerk dat zwaar cultureel oogt. 'Nou, zal mij benieuwen of er nog mensen komen.’ Als ik dan een postertje zie met mijn foto en naam, begin ik al een beetje nerveus te worden. Alles wekt de suggestie dat ik hier dadelijk met een vaste, stevig voorbereide 'voorstelling’ op de proppen kom, maar ik heb niets voorbereid. Er zitten wat memoplakkers in mijn boeken. Dat is alles.

Bij aankomst in het zaaltje is er altijd de vraag of je liever achter een tafeltje zit of achter een katheder staat. De plaatselijke boekhandelaar is aanwezig, met op tafel alleen jouw eigen boeken.

Vervolgens staat men vrij uitgebreid stil bij de verwachte opkomst. 'Ja, we hadden P.F. hier laatst, en toen zat het helemaal vol. Net als bij Franca. Maar ja, je weet het niet. Je weet het nooit. Bovendien hebben we veel concurrentie vanavond, want verderop hier in Iemandsveen is er cabaret in het theater. En cabaret, tja, daar zijn wij hier in Ergenshuizen dol op.’

Als dan om vijf voor acht nog maar zes stoelen bezet zijn, mompelt de organisator geruststellend: 'Ach, Chris, het is ook nog niet helemáál kwart over acht…’

Geniet van schone strofen, maar schuw het hol gezelschap van hun dichters. Dat advies gaf Jan-Jacob Slauerhoff, en ik kan hem geen ongelijk geven. Wat verwachten die twintig, dertig mensen (want zoveel blijken er doorgaans uiteindelijk te komen 'opdagen’)? Ik heb ze weinig te bieden, anders dan wat voorleesfragmenten, en uitleg daar omheen. Maar waarom eigenlijk? Ik wil dat ze m'n boeken lezen, en als ik op dit podium iets te zeggen zou hebben dat beter, zinniger, leuker en amusanter is dan wat er in die boeken staat, dan had ik dat wel in die boeken geschreven, en was er evenmin iets geweest dat mijn aanwezigheid hier legitimeert.

Na drie kwartier is het ergste achter de rug. Er volgt een kwartier signeren. Tot mijn eigen verbazing komen er mensen langs, meestal een kwart van de bezoekers, en blijken ze ook nog enthousiast.

Dan is het tijd voor de tweede helft: Vragen Uit De Zaal. Als er niemand is die als eerste durft, stelt de organisator de eerste vraag ('Schrijf je met pen of meteen in de computer, Chris?’), waarna ook de anderen durven ('Is het echt gebeurd?’ 'Wilde u altijd al schrijver worden?’ 'Hoe komt u aan uw ideeën?’ 'Kun je schrijven leren of is het een talent?’). En zo worstelen we ons gestaag naar het eindsignaal.

Applaus. Bloemen of een fles wijn in cadeauverpakking. Als je iemand moederziel alleen om elf uur ’s avonds op het station van Iemandsveen of Ergenshuizen ziet staan, dan weet je dat je met een schrijver van doen hebt. Eentje zonder rijbewijs, en dat zijn er nogal wat.

Omdat het wel erg asociaal is om abrupt weg te scheuren, drink ik vaak nog een glas mee na afloop. Dat geeft soms aardige inkijkjes. Dan staan twee organisatoren van de literaire activiteitenstichting naast je te discussiëren over de 'formule’. 'Misschien moeten we eens iets anders doen dan deze opzet. Het gevaar is dat dit een plaat wordt die helemaal grijs is gedraaid.’

Gelukkig hou ik van autorijden in het donker, met bloemen of wijn op de passagiersstoel. On tour. On the road. De glamour van het schrijversleven is verpletterend.